Zwemmen halliwick concept
Bij het leren van de zwemslagen worden drijfmiddelen gebruikt om:
1. De ligging goed af te stemmen op de "zwemligging". Door
met drijfmiddelen een horizontalere ligging te creëren zal de frontale
weerstand minder zijn en de aan te leren beenslagen eerder effect
hebben op de verplaatsing.
2. De aandacht volledig bij de (been)slag te houden. De
drijfmiddelen zorgen ervoor dat de ligging gehandhaafd kan blijven ook
als er nog onvoldoende verplaatsing optreedt. De beenslag kan
geoefend worden en is nog niet noodzakelijk voor de liftwerking om het
hoofd boven water te houden.
3. Ademhalingsproblematiek te voorkomen. Omdat de ligging
wordt gegarandeerd door de drijfmiddelen zullen de
ademhalingswegen vrij zijn van water.
4. Beter bereikbaar te zijn voor de leerlingen. Het geven van
verbale en/of visuele leerhulp blijft mogelijk mits op de juiste plek
aangeboden.
5. Het oefenen van de (been)slag langer door te kunnen laten
gaan.
Watergewenning:
Het kind moet wennen aan de bijzondere "eigenschappen" van het
water:
• wennen aan de temperatuur, die lager is dan de
lichaamstemperatuur; bij geringe activiteit zal een kind snel afkoelen
(ook de verdamping speelt een rol).
• wennen aan de weerstand van het water. Door de grote dichtheid
wordt het bewegen belemmerd. Bij vallen kun je minder snel overeind
komen en het bewegen kost meer inspanning.
• wennen aan de waterdruk die bijvoorbeeld de inademing
verzwaard.
• wennen aan de opwaartse kracht. Je staat minder vast op je
voeten doordat het water je wil dragen als je wat dieper in het water
gaat.
• wennen aan het binnendringen van water in mond, neus en oren.
Dit werkt ademhalingsbedreigend.
• wennen aan golven en spatten\spetters.
• wennen aan de prikkeling van de ogen. De chemische
samenstelling van het zwemwater ( met chloor ) brengt beginners snel
, tot het sluiten van de ogen , wat bij gebrek aan oriëntatiemogelijkheid
leidt tot vergrote onzekerheid .
Bij het leren van de zwemslagen worden drijfmiddelen gebruikt om:
1. De ligging goed af te stemmen op de "zwemligging". Door
met drijfmiddelen een horizontalere ligging te creëren zal de frontale
weerstand minder zijn en de aan te leren beenslagen eerder effect
hebben op de verplaatsing.
2. De aandacht volledig bij de (been)slag te houden. De
drijfmiddelen zorgen ervoor dat de ligging gehandhaafd kan blijven ook
als er nog onvoldoende verplaatsing optreedt. De beenslag kan
geoefend worden en is nog niet noodzakelijk voor de liftwerking om het
hoofd boven water te houden.
3. Ademhalingsproblematiek te voorkomen. Omdat de ligging
wordt gegarandeerd door de drijfmiddelen zullen de
ademhalingswegen vrij zijn van water.
4. Beter bereikbaar te zijn voor de leerlingen. Het geven van
verbale en/of visuele leerhulp blijft mogelijk mits op de juiste plek
aangeboden.
5. Het oefenen van de (been)slag langer door te kunnen laten
gaan.
Watergewenning:
Het kind moet wennen aan de bijzondere "eigenschappen" van het
water:
• wennen aan de temperatuur, die lager is dan de
lichaamstemperatuur; bij geringe activiteit zal een kind snel afkoelen
(ook de verdamping speelt een rol).
• wennen aan de weerstand van het water. Door de grote dichtheid
wordt het bewegen belemmerd. Bij vallen kun je minder snel overeind
komen en het bewegen kost meer inspanning.
• wennen aan de waterdruk die bijvoorbeeld de inademing
verzwaard.
• wennen aan de opwaartse kracht. Je staat minder vast op je
voeten doordat het water je wil dragen als je wat dieper in het water
gaat.
• wennen aan het binnendringen van water in mond, neus en oren.
Dit werkt ademhalingsbedreigend.
• wennen aan golven en spatten\spetters.
• wennen aan de prikkeling van de ogen. De chemische
samenstelling van het zwemwater ( met chloor ) brengt beginners snel
, tot het sluiten van de ogen , wat bij gebrek aan oriëntatiemogelijkheid
leidt tot vergrote onzekerheid .