Zuur base
Belangrijkste aspecten
H+ concentratie in het lichaam is vrij laag (vergeleken Na+).
Examen : wat is het probleem als de H+ concentratie stijgt? H+ zetten
zich vast op loszittende eindjes van eiwitten, en kunnen zo de 3D structuur
veranderen. Met tot gevolg : enzymen die niet meer werken,
transportproteinen die niet meer binden en ionenkanalen die niet meer
open en dichtgaan. Vooral CZS en circulatoir systeem zijn er zeer gevoelig
voor. Dus zeer diffuus symptomenbeeld bij acidose. Veel
orgaansystemen vallen uit. Om deze reden moet aanmaak gelijk zijn aan
afvoer H+ ionen.
Overmaat H+ concentratie leidt tot defensiemechanismen:
Eerstelijns = buffers
Tweedelijns = long
Derdelijns = nier
Eerste defensielijn : buffers
Interstitium(in het bloed) = (HCO3-)
In de cel = opname H+ in de cel en neutraliseren (conc H+
verminderd)
Als de stijging H+ binnen de perken blijft volstaan deze 2 om dit op te
vangen, meestal is dit niet het geval.
Tweede defensielijn : de long
1. Door een spurtje produceer je H+ (je gaat richting anaeroob)
2. Daling bloed pH
3. Ademhaling omhoog
4. Verwijdering CO2 omhoog doordat H+ reageert met HCO3- tot
H2CO3 en dat leidt dan tot H2CO3->CO2 +H20. En de CO2 word
dan uitgeademd.
Bij voldoende zware inspanning is dit ook niet genoeg.
Derde defensielijn : de nier
Bij alkalose HCO3- uitscheiden (het omgekeerde, te basisch bloed)
Bij acidose H+ uitscheiden
Bij acidose HCO3- produceren
Renale excretie van H+ is in antiport met de reabsorptie van Na+.
De pH
In waterige oplossing zijn H2O moleculen gedissocieerd H2O <-> H+ +
OH-
In puur water is dit evenwicht erg naar links verplaatst. (H+) = 0,000 000
1 mol/L.
, pH is het negatief logarithme van de concentratie H+ ionen. pH = -
Log(H+). De schaal is dus logaritmisch, (H+) bij pH 6 is 10 maal groter dan
bij pH 7.
pH < 7 = zuur milieu
pH > 7 = basisch milieu
De pH in lichaamsvloeistoffen is binnen 7,36
en 7,44 dus wat aan de basische kant. De
max afwijking in pH van extracellulair vocht is 6,9 en 7,8. pH in lumen
nefronen 4,5-8,5 en maag tot pH 1.
De vorming van H+ionen vanuit CO2
Examen : Ken deze reactie 100%
Cellulair metabolisme produceert
grote hoeveelheden CO2 -> naar
capillairen -> naar RBC waar reactie met H2O plaatsvind. Deze reactie
vind plaats waar (hoge) activiteit koolzuur-anhydrase aanwezig is
(katalyseert).
Thv van de long krijg je de omgekeerde reactie.
Partiele CO2 druk is kleiner in de alveolen dus diffundeert CO2 uit de RBC.
Dus CO2 naar buiten.
Wet van de massawerking = De reactie verschuift richting de
component die verdwijnt.
CO2 in veneus bloed hoger dan arterieel bloed, daarom H+ het hoogst in
veneus bloed (iets lagere pH).
Wanneer door (bv ziekte/afknellen trachea) de longventilatie is
afgenomen, CO2 uitdrijving niet optimaal, reactie naar rechts en
opstapeling H+ (anders geen H+ opstapeling). dus productie melkzuur.
Paard met koliek krijgt niet genoeg vloeistof meer -> bleod dikt in ->
minder stroming -> paard gaat zweten en bewegen -> co2 kan moeilijk
weg, dus opstapelen. Long is niks mis mee dus.
Examen : de wet van de massawerking heeft voor gevolg dat
Normale functie van de long word bepaald door de ventilatie-
intensiteit(diepte + aantal ademhalingen per minuut). Gestuurd
door ademhalingscentrum adh van arteriele CO2 druk (dus in het bloed).
Intstelling van die respons op normale waarde staat op pH=7,4.
De vorming van H+ionen vanuit niet vluchtige zuren
CO2 heeft geen H+ kan die dus ook niet afgeven en is daarmee geen zuur.
Maar aangezien metabool geproduceert CO2(na eten etc) met H2O(wat
altijd aanwezig is) reageert komt er een H+ vrij en is het dus een
potentieel zuur.
Examen : dus CO2 stapelt niet op, vind water. Het zal nooit opstapelen.
Belangrijkste aspecten
H+ concentratie in het lichaam is vrij laag (vergeleken Na+).
Examen : wat is het probleem als de H+ concentratie stijgt? H+ zetten
zich vast op loszittende eindjes van eiwitten, en kunnen zo de 3D structuur
veranderen. Met tot gevolg : enzymen die niet meer werken,
transportproteinen die niet meer binden en ionenkanalen die niet meer
open en dichtgaan. Vooral CZS en circulatoir systeem zijn er zeer gevoelig
voor. Dus zeer diffuus symptomenbeeld bij acidose. Veel
orgaansystemen vallen uit. Om deze reden moet aanmaak gelijk zijn aan
afvoer H+ ionen.
Overmaat H+ concentratie leidt tot defensiemechanismen:
Eerstelijns = buffers
Tweedelijns = long
Derdelijns = nier
Eerste defensielijn : buffers
Interstitium(in het bloed) = (HCO3-)
In de cel = opname H+ in de cel en neutraliseren (conc H+
verminderd)
Als de stijging H+ binnen de perken blijft volstaan deze 2 om dit op te
vangen, meestal is dit niet het geval.
Tweede defensielijn : de long
1. Door een spurtje produceer je H+ (je gaat richting anaeroob)
2. Daling bloed pH
3. Ademhaling omhoog
4. Verwijdering CO2 omhoog doordat H+ reageert met HCO3- tot
H2CO3 en dat leidt dan tot H2CO3->CO2 +H20. En de CO2 word
dan uitgeademd.
Bij voldoende zware inspanning is dit ook niet genoeg.
Derde defensielijn : de nier
Bij alkalose HCO3- uitscheiden (het omgekeerde, te basisch bloed)
Bij acidose H+ uitscheiden
Bij acidose HCO3- produceren
Renale excretie van H+ is in antiport met de reabsorptie van Na+.
De pH
In waterige oplossing zijn H2O moleculen gedissocieerd H2O <-> H+ +
OH-
In puur water is dit evenwicht erg naar links verplaatst. (H+) = 0,000 000
1 mol/L.
, pH is het negatief logarithme van de concentratie H+ ionen. pH = -
Log(H+). De schaal is dus logaritmisch, (H+) bij pH 6 is 10 maal groter dan
bij pH 7.
pH < 7 = zuur milieu
pH > 7 = basisch milieu
De pH in lichaamsvloeistoffen is binnen 7,36
en 7,44 dus wat aan de basische kant. De
max afwijking in pH van extracellulair vocht is 6,9 en 7,8. pH in lumen
nefronen 4,5-8,5 en maag tot pH 1.
De vorming van H+ionen vanuit CO2
Examen : Ken deze reactie 100%
Cellulair metabolisme produceert
grote hoeveelheden CO2 -> naar
capillairen -> naar RBC waar reactie met H2O plaatsvind. Deze reactie
vind plaats waar (hoge) activiteit koolzuur-anhydrase aanwezig is
(katalyseert).
Thv van de long krijg je de omgekeerde reactie.
Partiele CO2 druk is kleiner in de alveolen dus diffundeert CO2 uit de RBC.
Dus CO2 naar buiten.
Wet van de massawerking = De reactie verschuift richting de
component die verdwijnt.
CO2 in veneus bloed hoger dan arterieel bloed, daarom H+ het hoogst in
veneus bloed (iets lagere pH).
Wanneer door (bv ziekte/afknellen trachea) de longventilatie is
afgenomen, CO2 uitdrijving niet optimaal, reactie naar rechts en
opstapeling H+ (anders geen H+ opstapeling). dus productie melkzuur.
Paard met koliek krijgt niet genoeg vloeistof meer -> bleod dikt in ->
minder stroming -> paard gaat zweten en bewegen -> co2 kan moeilijk
weg, dus opstapelen. Long is niks mis mee dus.
Examen : de wet van de massawerking heeft voor gevolg dat
Normale functie van de long word bepaald door de ventilatie-
intensiteit(diepte + aantal ademhalingen per minuut). Gestuurd
door ademhalingscentrum adh van arteriele CO2 druk (dus in het bloed).
Intstelling van die respons op normale waarde staat op pH=7,4.
De vorming van H+ionen vanuit niet vluchtige zuren
CO2 heeft geen H+ kan die dus ook niet afgeven en is daarmee geen zuur.
Maar aangezien metabool geproduceert CO2(na eten etc) met H2O(wat
altijd aanwezig is) reageert komt er een H+ vrij en is het dus een
potentieel zuur.
Examen : dus CO2 stapelt niet op, vind water. Het zal nooit opstapelen.