Methoden op samenlevingsniveau
Deel 3: Methodisch werken op samenlevingsniveau
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-----------------------
Groepsmatig werken
• SL opbouw --> zoeken naar oplossingen voor gemeenschappelijke problemen v
achterstelling en uitsluiting
o Manier: in groep
• Groepsmatig werken = werken in groepscontext
o Vaste groep = kern (8-12 mensen), doorlopen volledige traject
o Ruimere (digitale) groep = (wisselende) achterban, w op geregelde tijdstippen
betrokken of geïnformeerd
Meerwaarde v werken in groep: 6 redenen
• Netwerk
o Groepsleden h het gevoel ergens bij te horen, er nt meer alleen voor staan
o Groepsleden ondervinden steun en dragen zorg voor elkaar (praktisch en sociaal-
emotioneel)
• Modelleren
o Groepsleden leren onderling v elkaar (informeel leren) en vd groepswerker
(voorbeeldfunctie)
o Overnemen v gedrag en vaardigheden (bv. hoe geef je jouw mening tijdens een
bijeenkomst, welke kledij is gepast, …)
• Informeren
o Informatieoverdracht: informatie verloopt in één richting (bv. van de groepswerker
naar de groepsleden)
o Informatie uitwisselen: interactie (bv. informatie onderling delen)
• Oefenplaats voor vaardigheden
o Groep = miniatuursamenleving
o Sociale en democratische vaardigheden ontwikkelen (bv. meningsverschillen op een
constructieve wijze uitpraten, compromissen sluiten)
• Collectiviseren
o Individuele situatie overstijgen
o Structurele oorzaak en gemeenschappelijkheid vh probleem (bv. hoge huurprijzen,
huurwaarborg, …) zoeken
• Multiplicatoreffect
o Bevestiging vanuit verschillende hoeken: groepswerker en lotgenoten = versterkend
effect
o Boost voor het zelfvertrouwen
Krachtgericht werken
=> gebruik maken v krachten en talenten v mensen en de capaciteit v mensen om te leren, groeien
en veranderen
, Krachtbronnen?
• Bij de persoon zelf
o Aspiraties (willen): wensen, dromen
o Competenties (kunnen): vaardigheden, kennis, talenten
o Vertrouwen (durven): zelfvertrouwen en zelfbeeld
• In zijn/haar omgeving
o Hulpbronnen: materiële goederen en diensten
o Sociale relaties: netwerk
o Opportuniteiten: mogelijkheden en kansen id omgeving en gemeenschap
Reflectief werken
=> tijd nemen om de zaken vanop een afstand kritisch te beschouwen
2 categorieën waarover gereflecteerd kan w in opbouwwerk:
• Inhoudelijk project en vooruitgang (= taakgericht):
o Wat willen we bereiken?
o Hoe gaan we te werk?
o Hoe is ons proces verlopen?...
• Persoonlijk functioneren vh individu en de groep (= mens- en procesgericht):
o Wat is het effect v mijn gedrag op de anderen?
o Ben ik persoonlijk gegroeid tov de start vh project?...
Participatief werken
• Betrekken v burgers/doelgroepen in opbouwwerkprojecten
• Interacties om id besluitvormingsprocessen vh beleid participatie een rechtmatige en
kwalitatieve plek te geven
• Doelgroepen w ondersteund om hieraan deel te nemen
= bewuste keuze, gn schijnparticipatie
= tijd en prioriteit
= hele organisatie
Overwegingen:
• Welke plaats krijgt participatie in onze projecten en in onze interne structuren?
• Participatie van wie?
• Wat zijn de gevolgen v onze keuzes in onze planning en in ons organisatiebeleid?
• Hoe profileren wij ons op deze keuzes naar de buitenwereld toe?
Participatie vs inspraak
Participatie als uitganspunt Participatie als instrument
Betrokkenen geven samen vorm Plannen w afgetoetst, adviezen nt noodzakelijk
gevolgd
Dubbelzijdig: coproductie (dialoog) Enkelzijdig (mening geven)
Elke inbreng is gelijkwaardig Gn gelijkwaardigheid (expert vs nt-expert)
Deel 3: Methodisch werken op samenlevingsniveau
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-----------------------
Groepsmatig werken
• SL opbouw --> zoeken naar oplossingen voor gemeenschappelijke problemen v
achterstelling en uitsluiting
o Manier: in groep
• Groepsmatig werken = werken in groepscontext
o Vaste groep = kern (8-12 mensen), doorlopen volledige traject
o Ruimere (digitale) groep = (wisselende) achterban, w op geregelde tijdstippen
betrokken of geïnformeerd
Meerwaarde v werken in groep: 6 redenen
• Netwerk
o Groepsleden h het gevoel ergens bij te horen, er nt meer alleen voor staan
o Groepsleden ondervinden steun en dragen zorg voor elkaar (praktisch en sociaal-
emotioneel)
• Modelleren
o Groepsleden leren onderling v elkaar (informeel leren) en vd groepswerker
(voorbeeldfunctie)
o Overnemen v gedrag en vaardigheden (bv. hoe geef je jouw mening tijdens een
bijeenkomst, welke kledij is gepast, …)
• Informeren
o Informatieoverdracht: informatie verloopt in één richting (bv. van de groepswerker
naar de groepsleden)
o Informatie uitwisselen: interactie (bv. informatie onderling delen)
• Oefenplaats voor vaardigheden
o Groep = miniatuursamenleving
o Sociale en democratische vaardigheden ontwikkelen (bv. meningsverschillen op een
constructieve wijze uitpraten, compromissen sluiten)
• Collectiviseren
o Individuele situatie overstijgen
o Structurele oorzaak en gemeenschappelijkheid vh probleem (bv. hoge huurprijzen,
huurwaarborg, …) zoeken
• Multiplicatoreffect
o Bevestiging vanuit verschillende hoeken: groepswerker en lotgenoten = versterkend
effect
o Boost voor het zelfvertrouwen
Krachtgericht werken
=> gebruik maken v krachten en talenten v mensen en de capaciteit v mensen om te leren, groeien
en veranderen
, Krachtbronnen?
• Bij de persoon zelf
o Aspiraties (willen): wensen, dromen
o Competenties (kunnen): vaardigheden, kennis, talenten
o Vertrouwen (durven): zelfvertrouwen en zelfbeeld
• In zijn/haar omgeving
o Hulpbronnen: materiële goederen en diensten
o Sociale relaties: netwerk
o Opportuniteiten: mogelijkheden en kansen id omgeving en gemeenschap
Reflectief werken
=> tijd nemen om de zaken vanop een afstand kritisch te beschouwen
2 categorieën waarover gereflecteerd kan w in opbouwwerk:
• Inhoudelijk project en vooruitgang (= taakgericht):
o Wat willen we bereiken?
o Hoe gaan we te werk?
o Hoe is ons proces verlopen?...
• Persoonlijk functioneren vh individu en de groep (= mens- en procesgericht):
o Wat is het effect v mijn gedrag op de anderen?
o Ben ik persoonlijk gegroeid tov de start vh project?...
Participatief werken
• Betrekken v burgers/doelgroepen in opbouwwerkprojecten
• Interacties om id besluitvormingsprocessen vh beleid participatie een rechtmatige en
kwalitatieve plek te geven
• Doelgroepen w ondersteund om hieraan deel te nemen
= bewuste keuze, gn schijnparticipatie
= tijd en prioriteit
= hele organisatie
Overwegingen:
• Welke plaats krijgt participatie in onze projecten en in onze interne structuren?
• Participatie van wie?
• Wat zijn de gevolgen v onze keuzes in onze planning en in ons organisatiebeleid?
• Hoe profileren wij ons op deze keuzes naar de buitenwereld toe?
Participatie vs inspraak
Participatie als uitganspunt Participatie als instrument
Betrokkenen geven samen vorm Plannen w afgetoetst, adviezen nt noodzakelijk
gevolgd
Dubbelzijdig: coproductie (dialoog) Enkelzijdig (mening geven)
Elke inbreng is gelijkwaardig Gn gelijkwaardigheid (expert vs nt-expert)