HC de zintuigen
Het oog
Hulporganen:
- oogleden / palpebrae
: beweebare weefselplooien (verderzetting huid)
o Sluiten reflexmatig -> bescherming
o Knipperen en verspreiden traanvlocht en klierproducten -> uitdroging voorkomen
- Conjunctiva (bindvlies)
: inwendige opp oogleden en uitwendige, witte opp oog bedekt met bindvlies
o Conjunctivitis: blindvliesontsteking
(roodheid tgv verwijding bloedvaten onder epitheel) kan ook bij pasgeborenen
- Ooglidranden
: langs randen veel talgklieren
o tarsale klieren: scheiden vettige stof af die door knipperen over conjuctiva verspreidt
- wimpers
: voorkomen deeltjes vuil i oogopp
o grote talgklieren: scheiden vetrijke stof uit die voorkomt oogleden aan elkaar
plakken
o zweertje / strontje: plaatselijke infectie talgklier
- wenkbrauwen
: bescherming tegen zweet, deeltjes vuil
- Traanapparaat
: vormt, verdeelt en verwijderd traanvocht
Bestaat uit:
o Traanklier + afvoerbuisjes = GLANDULA LACRIMALIS
o 2 traankliertjes = CANALICULI LACRIMALIS
o Traanzak = SACCUS LACRIMALIS
o Traanbuis = DUCTUS NASOLACRIMALIS
Traanpunt thv mediale hoek bevat klieren die zorgen voor korrelige afzetting -> slaapogen
o Constante stroom traanvocht houdt opp schoon en vochtig
Traanvocht :
Vermindert wrijving
Verwijderd vuiltjes
Voorkomt infectie
Voeding en zuurstof
o Traanklier / glandula lacrimalis bevat 12+ afvoerbuizen -> ruimte tssn ooglid en oog
uitmonden
o Binnen oogkas / orbita klierproduct dat lysozym bevat -> doodt bacteriën
o 2 poriën leiden traanvocht -> traanbuizen -> traanzak -> neusholte
Glandula lacrimalis:
, - Epitheekcellen scheiden hier tranen (water, mineraalzouten, antilichamen, lysozym) af
- Tranen verlaten traankliertjes door afvoerbusijes -> voorkant oog -> binnenooghoek ->
trankanaaltjes (canaliculi lacrimalis) superior en inferior (worden gescheiden door traanpunt, carancula lacrimalis)
-> traanzak (saccus lacrimalis)
Functies mengsel tranen en olie-achtige afscheiden tarsale klieren door knipperen over hoornvlies
verspreid ZIJN DIT DE FUNCITES VAN HET MENGSEL FO VAN HET GLANDULA LACRIMALIS IN HET
ALGEMEEN???
- Wegspoelen irriterende stoffen
- Lysozym voorkomt bacteriële infectie
- Vettigheid vertraagt verdamping en voorkomt uitdroging
Oogspieren:
6 extrensieke oogspieren / muscili bulbi -> skeletspieren, kunnen ze willekeurig bedienen -> zorgen
voor positie oog
Onderste rechte oogspier: kijkt omlaag
Mediale rechte oogspier: kijkt mediaal
Bovenste rechte oogspier: kijkt omhoog
Laterale rechte oosgpier: kijkt lateraal
Onderste schuine oogspier: oog rolt, kijk omhoog en lateraal
Bovenste schuine oogspier: oog rolt, kijkt omlaag en lateraal
Oog heeft 3 ruimten:
- Voorste oogkamer (grens: corneau en iris)
- Achterste oogkamer (tssn iris en lens)
- Achterste oogholte (water in)
Oogwand bestaat uit:
- Tunica fibrose bulbi (buitenste fibreuze laag) -> oogwit, cornea
- Tunica vasulosa bulbi -> iris, corpus ciliare (straallichaam), choroidea (vaatvlies)
- Retina (netvlies):
o laag zenuwcellen: deze staan in contact met de fotoreceptoren en ontvangen het signaal van
deze fotoreceptoren (= staafjes en kegeltjes) en aangezien het zenuwcellen zijn, brengen ze het
signaal in de vorm van actiepotentialen verder richting hersenen. (Je zit dat deze zenuwcellen
zich bundelen en vormen n. opticus)
o laag fotoreceptoren: zintuigreceptorcellen = kegeltjes en staafjes: deze detecteren fotonen
(= licht) en geven de info door aan zenuwcellen
o laag pigmentcellen: deze absorberen de fotonen die niet opgepikt zijn door de staafjes en de
kegeltjes.
Sclera (oogwit) Bestaat uit bindweefsel dat vorm oog in stand houdt en zorgt
voor aanhechting externe oogspieren
Cornea (hoornvlies) Helpt lichtstralen af te buigen dat brandpunt of focus op netvleis
valt
Iris (regenboogvlies) Verdeelt voorste deel oog i voorste en achterste oogkamer
Voorste oogkamer Met vocht gevulde ruimte achter cornea en voor iris
Het oog
Hulporganen:
- oogleden / palpebrae
: beweebare weefselplooien (verderzetting huid)
o Sluiten reflexmatig -> bescherming
o Knipperen en verspreiden traanvlocht en klierproducten -> uitdroging voorkomen
- Conjunctiva (bindvlies)
: inwendige opp oogleden en uitwendige, witte opp oog bedekt met bindvlies
o Conjunctivitis: blindvliesontsteking
(roodheid tgv verwijding bloedvaten onder epitheel) kan ook bij pasgeborenen
- Ooglidranden
: langs randen veel talgklieren
o tarsale klieren: scheiden vettige stof af die door knipperen over conjuctiva verspreidt
- wimpers
: voorkomen deeltjes vuil i oogopp
o grote talgklieren: scheiden vetrijke stof uit die voorkomt oogleden aan elkaar
plakken
o zweertje / strontje: plaatselijke infectie talgklier
- wenkbrauwen
: bescherming tegen zweet, deeltjes vuil
- Traanapparaat
: vormt, verdeelt en verwijderd traanvocht
Bestaat uit:
o Traanklier + afvoerbuisjes = GLANDULA LACRIMALIS
o 2 traankliertjes = CANALICULI LACRIMALIS
o Traanzak = SACCUS LACRIMALIS
o Traanbuis = DUCTUS NASOLACRIMALIS
Traanpunt thv mediale hoek bevat klieren die zorgen voor korrelige afzetting -> slaapogen
o Constante stroom traanvocht houdt opp schoon en vochtig
Traanvocht :
Vermindert wrijving
Verwijderd vuiltjes
Voorkomt infectie
Voeding en zuurstof
o Traanklier / glandula lacrimalis bevat 12+ afvoerbuizen -> ruimte tssn ooglid en oog
uitmonden
o Binnen oogkas / orbita klierproduct dat lysozym bevat -> doodt bacteriën
o 2 poriën leiden traanvocht -> traanbuizen -> traanzak -> neusholte
Glandula lacrimalis:
, - Epitheekcellen scheiden hier tranen (water, mineraalzouten, antilichamen, lysozym) af
- Tranen verlaten traankliertjes door afvoerbusijes -> voorkant oog -> binnenooghoek ->
trankanaaltjes (canaliculi lacrimalis) superior en inferior (worden gescheiden door traanpunt, carancula lacrimalis)
-> traanzak (saccus lacrimalis)
Functies mengsel tranen en olie-achtige afscheiden tarsale klieren door knipperen over hoornvlies
verspreid ZIJN DIT DE FUNCITES VAN HET MENGSEL FO VAN HET GLANDULA LACRIMALIS IN HET
ALGEMEEN???
- Wegspoelen irriterende stoffen
- Lysozym voorkomt bacteriële infectie
- Vettigheid vertraagt verdamping en voorkomt uitdroging
Oogspieren:
6 extrensieke oogspieren / muscili bulbi -> skeletspieren, kunnen ze willekeurig bedienen -> zorgen
voor positie oog
Onderste rechte oogspier: kijkt omlaag
Mediale rechte oogspier: kijkt mediaal
Bovenste rechte oogspier: kijkt omhoog
Laterale rechte oosgpier: kijkt lateraal
Onderste schuine oogspier: oog rolt, kijk omhoog en lateraal
Bovenste schuine oogspier: oog rolt, kijkt omlaag en lateraal
Oog heeft 3 ruimten:
- Voorste oogkamer (grens: corneau en iris)
- Achterste oogkamer (tssn iris en lens)
- Achterste oogholte (water in)
Oogwand bestaat uit:
- Tunica fibrose bulbi (buitenste fibreuze laag) -> oogwit, cornea
- Tunica vasulosa bulbi -> iris, corpus ciliare (straallichaam), choroidea (vaatvlies)
- Retina (netvlies):
o laag zenuwcellen: deze staan in contact met de fotoreceptoren en ontvangen het signaal van
deze fotoreceptoren (= staafjes en kegeltjes) en aangezien het zenuwcellen zijn, brengen ze het
signaal in de vorm van actiepotentialen verder richting hersenen. (Je zit dat deze zenuwcellen
zich bundelen en vormen n. opticus)
o laag fotoreceptoren: zintuigreceptorcellen = kegeltjes en staafjes: deze detecteren fotonen
(= licht) en geven de info door aan zenuwcellen
o laag pigmentcellen: deze absorberen de fotonen die niet opgepikt zijn door de staafjes en de
kegeltjes.
Sclera (oogwit) Bestaat uit bindweefsel dat vorm oog in stand houdt en zorgt
voor aanhechting externe oogspieren
Cornea (hoornvlies) Helpt lichtstralen af te buigen dat brandpunt of focus op netvleis
valt
Iris (regenboogvlies) Verdeelt voorste deel oog i voorste en achterste oogkamer
Voorste oogkamer Met vocht gevulde ruimte achter cornea en voor iris