HC axiale skelet (schedel)
Schedel omgeeft hersenen die 12 paar craniale zenuwen (oorsprong i hersenen en te bezenuwen gebied erbuiten)
via bep openingen afgeeft. Arteria carotis interna dextra en sinistra (voorzien hersenen en hun vliezen v arterieel
bloed) lopen via openingen schedel binnen.
Schedel
- Beschermt hersenen (omgeeft hersenen die 12 paar craniale zenuwen afgeven)
- Bescherming toegang spijsvertering en ademhalingsstelsel (Bv. iets eten door mond openen)
Versch naden, waar versch botstukken gewricht maken met elkaar:
Satura serrata (getande naad)
o Satura coronalis
o Satura sagittalis
Bij pasgeborene naden nog niet volledig verbeend -> ontstaan fontanellen
- Bij geboorte schedelbeenderen verbonden door vezelig bindweefsel -> zijn flexibel zodat
schedel makkelijk vervormd -> passage geboortekanaal gemakkelijker bij bevalling
- Gebieden vezelig bindweefsel = fontanellen
o Grote fontanel: volledig verbeend 1-1,5 j
o Kleine fontanel: 2 tot 3 mnd na geboorte verbeend
o Fontanellen verdwijnen rond 4 j
Bij volwassene zijn saturae (naden) beweeglijk -> fibreuze gewrichten
Cranium cerebrale gevormd door platte en onregelmatige beenderen -> beschermen hersenen en
vormen schedelbasis en schedeldak
Periost bekleedt binnenkant schedelbeenderen en vormt buitenste laag dura mater (= harde hersenvlies)
- Os frontale (voorhoofdsbeen )
: vormt voorhoogd en dak orbita / oogkassen
o Oorspronkelijk 2 delen, op middelen aan elkaar met sutura frontalis
o Boven oogkas luchtoudende holtes (=sinussen) met thrilhaarepitheel die uitkomen i
neusholte
o Sinussen maken bot lichter, slijm reinigt en bevochtigd neusholten
o Sutura coronalis (kroonnaad) verbindt os frontale met beiden ossa parietale
- Os parietale (wandbeen)
: vormen zijden en dak schedel
o Maken gewricht met elkaar i satura sagittalis (pijlnaad), os frontale i satura coronalis
o Binnekant concaaf en gegroefd -> plaats voor hersenen en bloedvaten
, - Os occipitale (hersenschedel)
: vormt achterkant hoofd en deel schedelbasis, bevat onbeweeglijke fibreuze gewrichten
o Binnekant concaaf
o Holte bezet door lobi occipitales (achterhoofdskwabben) v grote en kleine hersenen
-> knikken hoofd hierdoor mogelijk
o Plek waar schedel met nekwervel is verbonden
o Foramen magnum (grote gat) hierdoor gaat RM en arteriae vertebrales schedelholte
binnen -> overgang hersenen en RM
o Lateraal samen met os temprale formen jugulare gevormd,hierlangs verlaat vena
jugularis interna de schedel -> deze vene belangrijk afvoer veneus bloed richting
vena cava superiot en dan naar ons hart
- Os temporale (slaapbeen)
: vormen zijkanten schedel en boog jugbeen
Kenmerken:
o Os temporale vormt met mandibula kaakgewricht (= articulatio temporo-
mandibularis)
o Uitwendige gehoorgang die achter het gewrichtsopp ligt leidt naar trommelvlies
o Processus mastoideus hier hechten spieren aan waardoor hoofd bewegen kan
o Processys styloideus steekt uit onderkant slaapbeen en steunt tongbeen en spieren
tong en pharynx (slokdarm)
- Os sphenoidale (wiggenbeen)
o Deel v bodem cranium
o Verbindt beenderen schedel met die v aangezicht
o Verstevigt zijkanten schedel
o Vormt mee achterzijde oogkas en laterale schedelwand
o Vormt mee achterste gedeelte laterael neuswand
o Bovenop zadelvormige uitholing -> voor sella tursica (hypofyse) -> hierin belangrijke
endocriene klier
o Bevat grote sinussen
- Os ethmoidale (zeefbeen)
: 2 honningraatvormige massa’s i voorste deel schedelbasis
o Vormt mediale opp orbita
o Vormt dak neusholte en 2/3e v septum nasale (neustussenschot)
o Fragiel bot met vele holtes die bekleed zijn met trilhaarepitheel
o Lamina cribosa is zeefplaat: vormt dak neusholte met veel kleine gaatjes waar nervus
olfactoris (reukzenuw) v neusholte -> hersenen
Schedel omgeeft hersenen die 12 paar craniale zenuwen (oorsprong i hersenen en te bezenuwen gebied erbuiten)
via bep openingen afgeeft. Arteria carotis interna dextra en sinistra (voorzien hersenen en hun vliezen v arterieel
bloed) lopen via openingen schedel binnen.
Schedel
- Beschermt hersenen (omgeeft hersenen die 12 paar craniale zenuwen afgeven)
- Bescherming toegang spijsvertering en ademhalingsstelsel (Bv. iets eten door mond openen)
Versch naden, waar versch botstukken gewricht maken met elkaar:
Satura serrata (getande naad)
o Satura coronalis
o Satura sagittalis
Bij pasgeborene naden nog niet volledig verbeend -> ontstaan fontanellen
- Bij geboorte schedelbeenderen verbonden door vezelig bindweefsel -> zijn flexibel zodat
schedel makkelijk vervormd -> passage geboortekanaal gemakkelijker bij bevalling
- Gebieden vezelig bindweefsel = fontanellen
o Grote fontanel: volledig verbeend 1-1,5 j
o Kleine fontanel: 2 tot 3 mnd na geboorte verbeend
o Fontanellen verdwijnen rond 4 j
Bij volwassene zijn saturae (naden) beweeglijk -> fibreuze gewrichten
Cranium cerebrale gevormd door platte en onregelmatige beenderen -> beschermen hersenen en
vormen schedelbasis en schedeldak
Periost bekleedt binnenkant schedelbeenderen en vormt buitenste laag dura mater (= harde hersenvlies)
- Os frontale (voorhoofdsbeen )
: vormt voorhoogd en dak orbita / oogkassen
o Oorspronkelijk 2 delen, op middelen aan elkaar met sutura frontalis
o Boven oogkas luchtoudende holtes (=sinussen) met thrilhaarepitheel die uitkomen i
neusholte
o Sinussen maken bot lichter, slijm reinigt en bevochtigd neusholten
o Sutura coronalis (kroonnaad) verbindt os frontale met beiden ossa parietale
- Os parietale (wandbeen)
: vormen zijden en dak schedel
o Maken gewricht met elkaar i satura sagittalis (pijlnaad), os frontale i satura coronalis
o Binnekant concaaf en gegroefd -> plaats voor hersenen en bloedvaten
, - Os occipitale (hersenschedel)
: vormt achterkant hoofd en deel schedelbasis, bevat onbeweeglijke fibreuze gewrichten
o Binnekant concaaf
o Holte bezet door lobi occipitales (achterhoofdskwabben) v grote en kleine hersenen
-> knikken hoofd hierdoor mogelijk
o Plek waar schedel met nekwervel is verbonden
o Foramen magnum (grote gat) hierdoor gaat RM en arteriae vertebrales schedelholte
binnen -> overgang hersenen en RM
o Lateraal samen met os temprale formen jugulare gevormd,hierlangs verlaat vena
jugularis interna de schedel -> deze vene belangrijk afvoer veneus bloed richting
vena cava superiot en dan naar ons hart
- Os temporale (slaapbeen)
: vormen zijkanten schedel en boog jugbeen
Kenmerken:
o Os temporale vormt met mandibula kaakgewricht (= articulatio temporo-
mandibularis)
o Uitwendige gehoorgang die achter het gewrichtsopp ligt leidt naar trommelvlies
o Processus mastoideus hier hechten spieren aan waardoor hoofd bewegen kan
o Processys styloideus steekt uit onderkant slaapbeen en steunt tongbeen en spieren
tong en pharynx (slokdarm)
- Os sphenoidale (wiggenbeen)
o Deel v bodem cranium
o Verbindt beenderen schedel met die v aangezicht
o Verstevigt zijkanten schedel
o Vormt mee achterzijde oogkas en laterale schedelwand
o Vormt mee achterste gedeelte laterael neuswand
o Bovenop zadelvormige uitholing -> voor sella tursica (hypofyse) -> hierin belangrijke
endocriene klier
o Bevat grote sinussen
- Os ethmoidale (zeefbeen)
: 2 honningraatvormige massa’s i voorste deel schedelbasis
o Vormt mediale opp orbita
o Vormt dak neusholte en 2/3e v septum nasale (neustussenschot)
o Fragiel bot met vele holtes die bekleed zijn met trilhaarepitheel
o Lamina cribosa is zeefplaat: vormt dak neusholte met veel kleine gaatjes waar nervus
olfactoris (reukzenuw) v neusholte -> hersenen