GROUNDED THEORY
- Theoretische steekproeftrekking
- Coderen in 3 stadia (open, axiaal, selectief)
- Constant vergelijkende methode
HOOD MAAKT ONDERSCHEID TUSSEN GT EN GIQM
GIQM GT
Generic Inductive Qualitative Model Grounded Theory
Algemene inductieve kwalitatieve analysemodel
1. Focus op hoe iets gebeurt, ‘of’ iets gebeurt 1. Theoretische steekproeftrekking => niet op voorhand bepaald,
2. Data-verzameling en analyse beïnvloeden elkaar continu en verandert tijdens proces
worden aangepast doorheen proces 2. Constant-vergelijkende methode => data eerst in geheel bekijken
3. Steekproeven worden doelgericht gekozen o.b.v. theoretische nadien pas specifiek en gefocust
motivaties 3. Ontwikkelen nieuwe theorie => GT moet leiden tot nieuwe
4. Literatuur kan worden gebruikt om onderzoeksvragen op te stellen theoretische inzichten, louter toetsen
+ data te interpreteren 4. Theoretische saturatie => je stopt NIET als je geen nieuwe info
5. Memo’s als synthesetool in analyseren van data meer kan verzamelen ENKEL als je fenomeen volledig kan verklaren
6. Coderen gefocust op thema’s 5. Onderzoeksvragen => meer doen dan louter beschrijven, verandert
7. Verzamelen van data stopt als er nieuwe info kan verzameld gedurende onderzoek
worden 6. Bestaande literatuur => achterdochtige/ambivalente houding t.o.v.
bestaande literatuur + rol literatuur staat NU wel centraler dan
vroeger
VOOR HET CODEREN BEGINT
- Samenstellen basissteekproef
- Opstellen onderzoeksinstrumenten
- Afnemen interviews
1
, CODEERPROCES
Coderen = proces waarbij je gegevens indeelt in segmenten, die elk een label of korte beschrijving krijgt, die uw interpretatie van elk gegevenssegment
weergeeft => codeerproces één van de MEEST FUNDAMENTELE ASPECTEN van data-analyse in KO
3 FASES
1. Reduceren tekst tot betekenisvolle codes OPEN/INTIEEL
2. Reduceren & integreren van codes AXIAAL/GEFOCUST
3. Opbouwen gefocuste theorie SELECTIEF/THEORETISCH
PPGT = post positivistische GT (deductief) = Deze benadering gelooft echter nog steeds dat de werkelijkheid objectief is. Toch houdt ze er rekening mee dat
het niet gemakkelijk te begrijpen is. Het resultaat van deze verandering is dat men onderzoekers en onderzoeksonderwerpen niet langer als afzonderlijke
elementen beschouwt. De post-positivisten geloven immers dat de onderzoeker een invloed op het proces kan hebben. → Strauss & Corbin
CGT = constructivistische GT (inductief) = is een kennistheorie die benadrukt dat kennis tot stand komt door actieve constructie en geen passieve
representatie van de werkelijkheid is. Volgens deze stroming interpreteert ieder individu de werkelijkheid om zich heen op een eigen manier. → Charmaz
2
- Theoretische steekproeftrekking
- Coderen in 3 stadia (open, axiaal, selectief)
- Constant vergelijkende methode
HOOD MAAKT ONDERSCHEID TUSSEN GT EN GIQM
GIQM GT
Generic Inductive Qualitative Model Grounded Theory
Algemene inductieve kwalitatieve analysemodel
1. Focus op hoe iets gebeurt, ‘of’ iets gebeurt 1. Theoretische steekproeftrekking => niet op voorhand bepaald,
2. Data-verzameling en analyse beïnvloeden elkaar continu en verandert tijdens proces
worden aangepast doorheen proces 2. Constant-vergelijkende methode => data eerst in geheel bekijken
3. Steekproeven worden doelgericht gekozen o.b.v. theoretische nadien pas specifiek en gefocust
motivaties 3. Ontwikkelen nieuwe theorie => GT moet leiden tot nieuwe
4. Literatuur kan worden gebruikt om onderzoeksvragen op te stellen theoretische inzichten, louter toetsen
+ data te interpreteren 4. Theoretische saturatie => je stopt NIET als je geen nieuwe info
5. Memo’s als synthesetool in analyseren van data meer kan verzamelen ENKEL als je fenomeen volledig kan verklaren
6. Coderen gefocust op thema’s 5. Onderzoeksvragen => meer doen dan louter beschrijven, verandert
7. Verzamelen van data stopt als er nieuwe info kan verzameld gedurende onderzoek
worden 6. Bestaande literatuur => achterdochtige/ambivalente houding t.o.v.
bestaande literatuur + rol literatuur staat NU wel centraler dan
vroeger
VOOR HET CODEREN BEGINT
- Samenstellen basissteekproef
- Opstellen onderzoeksinstrumenten
- Afnemen interviews
1
, CODEERPROCES
Coderen = proces waarbij je gegevens indeelt in segmenten, die elk een label of korte beschrijving krijgt, die uw interpretatie van elk gegevenssegment
weergeeft => codeerproces één van de MEEST FUNDAMENTELE ASPECTEN van data-analyse in KO
3 FASES
1. Reduceren tekst tot betekenisvolle codes OPEN/INTIEEL
2. Reduceren & integreren van codes AXIAAL/GEFOCUST
3. Opbouwen gefocuste theorie SELECTIEF/THEORETISCH
PPGT = post positivistische GT (deductief) = Deze benadering gelooft echter nog steeds dat de werkelijkheid objectief is. Toch houdt ze er rekening mee dat
het niet gemakkelijk te begrijpen is. Het resultaat van deze verandering is dat men onderzoekers en onderzoeksonderwerpen niet langer als afzonderlijke
elementen beschouwt. De post-positivisten geloven immers dat de onderzoeker een invloed op het proces kan hebben. → Strauss & Corbin
CGT = constructivistische GT (inductief) = is een kennistheorie die benadrukt dat kennis tot stand komt door actieve constructie en geen passieve
representatie van de werkelijkheid is. Volgens deze stroming interpreteert ieder individu de werkelijkheid om zich heen op een eigen manier. → Charmaz
2