EMBRYOLOGIE & TERATOLOGIE
Embryologie: studie van het zicht ontwikkelende, nieuwe organisme vanaf bevruchting tot geboorte
Thalidomide (softenon): geneesmiddel tegen zwangerschapskwaaltjes -> geboorteafwijkingen:
embryologische ontwikkeling voorste lidmaten, epidemie eind ’50 – 60 Europa
5 processen embryonale ontwikkeling:
- Celproliferatie (mitose); microscopisch -> macroscopisch
- Groei (cellen groeien in volume)
- Differentiatie
- Celmigratie (neurale lijstcellen -> melanocyten, odontoblasten, bijniermerg, septum spirale
en interventriculair septum)
- Celdood/apoptose
Prenatale periode
- Embryonale periode: bevruchting tot primitieve gemeenschappelijke lichaamsvorm
(organogenese voltrokken; laatste stap sluiten gehemelte)
- Foetale periode: laatste tem geboorte (GROEI, alles is er al)
Postnatale periode: verdere ontwikkeling (rijping/maturatie), grote diersoortverschillen
(nestvlieders, nestblijvers)
VOORTPLANTING:
Spermato-en spermiogenese
Mannelijk geslachtsstelsel:
- Testes/teelballen: sperma productie (niet bevruchtingskrachtig)
- Epididymides/bijballen: rijpen 1w-10d, sperma motiliteit en bevruchtingscapaciteit, opslag
- Accessoire geslachtsklieren: aanmaak zaadplasma (fructose energiebron, beschermlaag)
(hormonen, vitamines, voedingsstoffen)
In seminiferius tubuli:
- Spermatogonium -> primaire spermatocyte -> secundaire spermatocyte -> spermatide ->
spermatozoa
- Sertoli cel : tentakels houden stamcellen vast + voeden
In interstitium: Leydig cel -> aanmaak testosteron (essentieel voor spermatogenese)
Fases spermatogenese
- Spermatogonial fase (mitosis): spermatogonia blijft delen
- Spermatocyte fase (2n-> 4 (n)): primaire spermatocyte -> (eerste meiotische deling) ->
secundaire spermatocyte -> (tweede meiotische deling) ->
- Spermiogenesis: transformatie spermatide naar spermatozoa
Om de 2 maanden nieuwe set spermatogonia, meiose start later dan bij vrouwen (pas na geboorte)
Duur van aanmaak sperma: ± 2 maand (muis 1 maand !!) , duur van rijping: ± 10 dagen
-> effect meten: 2 maand en 10 dagen wachten
,Spermiogenese:
- Acrosoom: vesikel over kern met hydrolitische enzymes
- Staart met microtubuli voor voortstuwingssysteem
- Middenstuk met mitochondria als ATP motor en centriole
- Kern waar dna gecondenseerd is
Goed zwemmen + morfologie (geen knik in staart) + vorm (speciesafhankelijk; rat en vogel haak)
Hypothalamus: secretie Gonadotrop Releasing Hormone (GnRH) -> hypofyse: secretie LH (Leydigcel
maakt testosteron aan) en FSH (Sertoli cel stimuleren voor voedingsstoffen en ondersteuning) ->
gonaden feedback systeem met eventuele inhibitie
Ovogenese
Vrouwelijk geslachtsstelsel
- Ovaria: aanmaak eicellen
- Eileider: bevruchting 1/3 dichtste bij ovarium
Vogels: enkel aan linkerzijde, infundibulum (externe vitelliene membraan), magnum (eiwit), isthmus
(in- en externe schaalmembranen), schaalklier (gecalcificeerde schaal) en vagina, GEEN UTERUS
Selectie sperma
- Belangrijkste door cervix: zuur milieu
- Utero tubale junctie (maar sommige sperma reservoir: in coma wakker door follikelvocht
chemo attractieve substantie)
Rijping eicel in ovaria: primordiale stamcellen (1 laag afgeplatte follikelcellen) -> primaire follikel
(kubisch met zona pullucida) -> secundaire follikel (meerlagig) -> graafse follikel -> OVULATIE: eicel en
corpus hemorrhagicum -> corpus luteum -> corpus albicans
Oögonium (beetje mitose) -> (eerste meiotische deling in baarmoeder STOP profase I) -> primaire
oöcyt -> menstruatie/ovulatie (meiose I voltrokken) -> secundaire oöcyte + polocyte 1 -> ( meiose II
STOP metafase) -> bevruchting (meiose II voltrokken) -> oötide + polocyte 2 -> (maturatie) -> ovum
Apoptose van gonocyten: eerst explosie van gonocyten (7milj) door snelle deling (veel mutaties) ->
afsterving door natuurlijke selectie, beste over (500 000)
Hypothalamus: secretie Gonadotrop Releasing Hormone (GnRH) -> hypofyse: secretie Luteïniserend
Hormoon (progesteron productie) en Follikel Stimulerend Hormoon (follikel vermeerdering ->
productie oestrogeen) -> gonaden feedback systeem met eventuele inhibitie
Bevruchting
Externe bevruchting (vis-amphibiën)
- Waterige omgeving
- Chemotaxis vereist: sperma aangetrokken naar secundaire oöcyten
Interne bevruchting (vogels-zoogdieren)
- Hyperactivatie
- Chemotaxis
, Penetratie zaadcel
1. Sperma geactiveerd door attractieve stoffen
2. Sperma vroedt zich tussen chaperones tot zona pellucida
3. Sperma bindt met specifieke glycoproteïne receptoren (ligan verbinding)
4. Acrosoom barst -> acrosomale reactie: fusie acrosomaal membraan met sperm plasma
membraan
5. Sperma lyseert een gat in zona pellucida
6. Fusie membraan eicel met membraan spermacel
7. Secundaire oöcyte voltooit 2de meiotische deling
Na penetratie zwellen beide kernen op, centrosome creëert centrale mitose figuur -> 2 cellig embryo
met 2 blastomeren (totipotent) -> 4 -> 8 (synchroon) -> 10 -> 12 (niet synchroon)
voorkomen volgende penetratie (polyspermie -> euploïd ꝉ)
- Eicel zelf: corticale granules “granaten “ met hydrolytische enzymes naar buiten -> vreten
receptoren op zona pellucida weg (niet bij alle dieren)
- Spermacel: calcium in cytoplasma -> membraanpotentiaal verandert -> ketst andere
spermacellen af “elektrisch schock”
Aneuploïdie door non-disjunctie (chromosomen niet eerlijk verdeeld)
- Non-disjunctie bij 1ste meiotische deling -> ½ monosomie en ½ trisomie
- Non-disjunctie bij 2de meiotische deling -> ½ normaal, ¼ monosomie, ¼ trisomie
Aneuploïdie door translocatie (DNA-segment van ene chromosoom naar ander verplaatst, als zelfde
genetische regio is -> trisomie)
Afwijkingen in allosomen -> pseudo-hermaphrodieten: maar 1 van de gonaden (testes of ovaria) =
genotype, maar fenotype ander geslacht
Voor implantatie cellen embryo celcontact maken met cellen baarmoeder -> zona pellucida verteerd
door secreet endometriale klieren
blastula = embryo MET zona pellucida
blastocyst = embryo ZONDER zona pellucida
KLIEVING EN GASTRULATIE:
Klieving
2 – 4 – 8 – 16 – 32 (morula) -> differentiatie (compaction) inner cell mass ↑ > outer cell mass ↓
blastomeren
/ embryoblast
DELAMINATIE: ontstaan 2
/ outer cell mass kiemschijven (epiblast en hypoblast)
B
L
A GROEIT
S < embryoblast
T
U
L
A ZP BARST
2 kiembladig
BLASTOCYST
Embryologie: studie van het zicht ontwikkelende, nieuwe organisme vanaf bevruchting tot geboorte
Thalidomide (softenon): geneesmiddel tegen zwangerschapskwaaltjes -> geboorteafwijkingen:
embryologische ontwikkeling voorste lidmaten, epidemie eind ’50 – 60 Europa
5 processen embryonale ontwikkeling:
- Celproliferatie (mitose); microscopisch -> macroscopisch
- Groei (cellen groeien in volume)
- Differentiatie
- Celmigratie (neurale lijstcellen -> melanocyten, odontoblasten, bijniermerg, septum spirale
en interventriculair septum)
- Celdood/apoptose
Prenatale periode
- Embryonale periode: bevruchting tot primitieve gemeenschappelijke lichaamsvorm
(organogenese voltrokken; laatste stap sluiten gehemelte)
- Foetale periode: laatste tem geboorte (GROEI, alles is er al)
Postnatale periode: verdere ontwikkeling (rijping/maturatie), grote diersoortverschillen
(nestvlieders, nestblijvers)
VOORTPLANTING:
Spermato-en spermiogenese
Mannelijk geslachtsstelsel:
- Testes/teelballen: sperma productie (niet bevruchtingskrachtig)
- Epididymides/bijballen: rijpen 1w-10d, sperma motiliteit en bevruchtingscapaciteit, opslag
- Accessoire geslachtsklieren: aanmaak zaadplasma (fructose energiebron, beschermlaag)
(hormonen, vitamines, voedingsstoffen)
In seminiferius tubuli:
- Spermatogonium -> primaire spermatocyte -> secundaire spermatocyte -> spermatide ->
spermatozoa
- Sertoli cel : tentakels houden stamcellen vast + voeden
In interstitium: Leydig cel -> aanmaak testosteron (essentieel voor spermatogenese)
Fases spermatogenese
- Spermatogonial fase (mitosis): spermatogonia blijft delen
- Spermatocyte fase (2n-> 4 (n)): primaire spermatocyte -> (eerste meiotische deling) ->
secundaire spermatocyte -> (tweede meiotische deling) ->
- Spermiogenesis: transformatie spermatide naar spermatozoa
Om de 2 maanden nieuwe set spermatogonia, meiose start later dan bij vrouwen (pas na geboorte)
Duur van aanmaak sperma: ± 2 maand (muis 1 maand !!) , duur van rijping: ± 10 dagen
-> effect meten: 2 maand en 10 dagen wachten
,Spermiogenese:
- Acrosoom: vesikel over kern met hydrolitische enzymes
- Staart met microtubuli voor voortstuwingssysteem
- Middenstuk met mitochondria als ATP motor en centriole
- Kern waar dna gecondenseerd is
Goed zwemmen + morfologie (geen knik in staart) + vorm (speciesafhankelijk; rat en vogel haak)
Hypothalamus: secretie Gonadotrop Releasing Hormone (GnRH) -> hypofyse: secretie LH (Leydigcel
maakt testosteron aan) en FSH (Sertoli cel stimuleren voor voedingsstoffen en ondersteuning) ->
gonaden feedback systeem met eventuele inhibitie
Ovogenese
Vrouwelijk geslachtsstelsel
- Ovaria: aanmaak eicellen
- Eileider: bevruchting 1/3 dichtste bij ovarium
Vogels: enkel aan linkerzijde, infundibulum (externe vitelliene membraan), magnum (eiwit), isthmus
(in- en externe schaalmembranen), schaalklier (gecalcificeerde schaal) en vagina, GEEN UTERUS
Selectie sperma
- Belangrijkste door cervix: zuur milieu
- Utero tubale junctie (maar sommige sperma reservoir: in coma wakker door follikelvocht
chemo attractieve substantie)
Rijping eicel in ovaria: primordiale stamcellen (1 laag afgeplatte follikelcellen) -> primaire follikel
(kubisch met zona pullucida) -> secundaire follikel (meerlagig) -> graafse follikel -> OVULATIE: eicel en
corpus hemorrhagicum -> corpus luteum -> corpus albicans
Oögonium (beetje mitose) -> (eerste meiotische deling in baarmoeder STOP profase I) -> primaire
oöcyt -> menstruatie/ovulatie (meiose I voltrokken) -> secundaire oöcyte + polocyte 1 -> ( meiose II
STOP metafase) -> bevruchting (meiose II voltrokken) -> oötide + polocyte 2 -> (maturatie) -> ovum
Apoptose van gonocyten: eerst explosie van gonocyten (7milj) door snelle deling (veel mutaties) ->
afsterving door natuurlijke selectie, beste over (500 000)
Hypothalamus: secretie Gonadotrop Releasing Hormone (GnRH) -> hypofyse: secretie Luteïniserend
Hormoon (progesteron productie) en Follikel Stimulerend Hormoon (follikel vermeerdering ->
productie oestrogeen) -> gonaden feedback systeem met eventuele inhibitie
Bevruchting
Externe bevruchting (vis-amphibiën)
- Waterige omgeving
- Chemotaxis vereist: sperma aangetrokken naar secundaire oöcyten
Interne bevruchting (vogels-zoogdieren)
- Hyperactivatie
- Chemotaxis
, Penetratie zaadcel
1. Sperma geactiveerd door attractieve stoffen
2. Sperma vroedt zich tussen chaperones tot zona pellucida
3. Sperma bindt met specifieke glycoproteïne receptoren (ligan verbinding)
4. Acrosoom barst -> acrosomale reactie: fusie acrosomaal membraan met sperm plasma
membraan
5. Sperma lyseert een gat in zona pellucida
6. Fusie membraan eicel met membraan spermacel
7. Secundaire oöcyte voltooit 2de meiotische deling
Na penetratie zwellen beide kernen op, centrosome creëert centrale mitose figuur -> 2 cellig embryo
met 2 blastomeren (totipotent) -> 4 -> 8 (synchroon) -> 10 -> 12 (niet synchroon)
voorkomen volgende penetratie (polyspermie -> euploïd ꝉ)
- Eicel zelf: corticale granules “granaten “ met hydrolytische enzymes naar buiten -> vreten
receptoren op zona pellucida weg (niet bij alle dieren)
- Spermacel: calcium in cytoplasma -> membraanpotentiaal verandert -> ketst andere
spermacellen af “elektrisch schock”
Aneuploïdie door non-disjunctie (chromosomen niet eerlijk verdeeld)
- Non-disjunctie bij 1ste meiotische deling -> ½ monosomie en ½ trisomie
- Non-disjunctie bij 2de meiotische deling -> ½ normaal, ¼ monosomie, ¼ trisomie
Aneuploïdie door translocatie (DNA-segment van ene chromosoom naar ander verplaatst, als zelfde
genetische regio is -> trisomie)
Afwijkingen in allosomen -> pseudo-hermaphrodieten: maar 1 van de gonaden (testes of ovaria) =
genotype, maar fenotype ander geslacht
Voor implantatie cellen embryo celcontact maken met cellen baarmoeder -> zona pellucida verteerd
door secreet endometriale klieren
blastula = embryo MET zona pellucida
blastocyst = embryo ZONDER zona pellucida
KLIEVING EN GASTRULATIE:
Klieving
2 – 4 – 8 – 16 – 32 (morula) -> differentiatie (compaction) inner cell mass ↑ > outer cell mass ↓
blastomeren
/ embryoblast
DELAMINATIE: ontstaan 2
/ outer cell mass kiemschijven (epiblast en hypoblast)
B
L
A GROEIT
S < embryoblast
T
U
L
A ZP BARST
2 kiembladig
BLASTOCYST