Spraak: therapie
Verworven
HC1: Motorische spraakstoornissen algemene beschouwingen
Inleiding
Het gesproken woord
Taalprocessen: ideeën omzetten in woorden, zinnen, verhaal
o loopt hier iets fout => Afasie
Cognitieve processen: executieve vaardigheden, geheugen, aandacht en concentratie
o loopt hier iets fout => Cognitieve communicatiestoornissen
Sensorimotorische processen: de zintuigelijke verwerking van spraakklanken, de motorische verwerking van
spraak
o loopt hier iets fout => Spraakapraxie en dysartrie
Motorische spraakstoornissen
Opeenvolging spraakklanken in syllaben plannen en programmeren probleem? Spraakapraxie
Haarfijn uitvoeren, coördineren en bijsturen probleem? Dysartrie
Hersenschade of schade aan craniale zenuwen kan sensori-motorische verwerking aantasten = ontstaan van
MSS
Doel = optimaliseren van dagelijkse communicatie en verbeteren psychosociaal welbevinden
Therapie MSS’en heeft een aantal hindernissen
o Therapie-effectstudies zijn bijzonder schaars
o Geen effectmetingen t.a.v. activiteiten, participatie en psychosociaal welbevinden
o Zeer veel beïnvloedende therapievariabelen
Managmentbenaderingen
Motorische spraakstoornissen verschillen in:
Ernst (discreet, mild, matig, ernstig, zeer ernstig)
Onderliggende pathofysiologie (planning/programmering, incoördinatie, hypo- of hyperkinesie, slapte,
spasticiteit)
Spraakkarakteristieken (ademhaling, stem, resonantie, articulatie, prosodie)
Multiple begeleidende factoren (prognose, etiologie, fase van neurologisch herstel, persoonlijkheid,
omgeving, (sociale, professionele) noden, emotionele beleving van de beperking, additionele stoornissen…)
Cliënt staat centraal bij een interprofessionele samenwerking (vaak met een arts) dus noodzakelijk dat therapie op
maat is van de cliënt. Toets af waar de cliënt het meest last van heeft en werk daar op.
MSS’en: 3 benaderingen
De medische benadering (farmacologisch, chirurgisch)
, o Medicatie: onderliggende ziekte genezen, soms echter neveneffecten. Farmacologisch (medicatie
geven): hersenabces, myastenia gravis (meer oefenen wordt slechter), hersentumor (sodumedrol),
zv Parkinson
Samenwerking met de arts is belangrijk! soms behandeling uitstellen tot de start van de
medicatie om het effect te zien, medicatie kan een gedragstherapeutische interventie overbodig
maken (kijk of er na medicatie nog wel logopedie nodig is)
o Chirurgie: oncologische problemen oorzaak wordt direct aangepakt en de symptomen
verdwijnen, verbeteren, verslechteren (wakkere chirurgie: a la minute kijken welke zone belangrijk is
voor de patiënt)
De prothetische benadering (mechanische en elektronische hulpmiddelen) OPO Ondersteunde
communicatie!
o Geen letterlijke prothese, wel een hulpmiddel
De gedragsinterventie (spraak georiënteerd, communicatie georiënteerd, spraak-en
communicatiegeoriënteerd)
o grootste deel van de populatie met MSS, altijd tot doel om de communicatie te maximaliseren
Therapiedoelen en beïnvloedende variabelen in gedragsinterventie bij MSS’en
Keuze om te starten met therapie en doeltreffendheid van therapie zijn sterk afhankelijk van verschillende factoren:
Therapiegebonden factoren
o inhoud (welke taken laten we de persoon met een MSS uitvoeren)
o intensiteit (frequentie over een bepaalde periode)
o therapiesetting (taken, planning, groep, individueel, vermoeidheid vermijden)
Medische factoren
o oorzaak of prognose
progressief verbeteren/verslechteren? Snel/traag? Medische oplossing? starten,
uitstellen, stoppen. (bv radiotherapie, beroerte acute fase, spraaktherapie voor een
chirurgische ingreep)
o ernst en de aard van de stoornis
o fase van herstel (acuut, post-acuut of chronisch)
Demografische karakteristieken
o leeftijd
o geslacht
o opleiding
o beroep
Persoonlijke factoren & omgevingsfactoren
o nood & motivatie
o persoonlijkheid en ingesteldheid
o zorgnetwerk & relaties
o fysieke factoren zoals vermoeidheid, additionele beperkingen zoals een cognitieve stoornis,
medicatie
Neurale hersenmechanismen
Neurorevalidatie:
‘Neurorevalidatie is een complex medisch proces dat tot doel heeft het letsel aan het zenuwstelsel te helpen
herstellen, aanpassen of compenseren en eventuele functionele veranderingen die daar het gevolg van zijn
tot een minimum te beperken en/ of te compenseren (Hong e.a., 2010)’
o herstellen: functie wordt terug zoals het eerder was
o aanpassen: persoon gaat het terug kunnen maar anders bv trager
o compenseren: op een andere manier overbrengen
Gedragsplasticiteit & neuroplasticiteit
, Gedragsplasticiteit: functionele verandering = het zichtbaar gedrag (functie) dat verandert (hersteld?
aangepast? gecompenseerd?)
deze hangen samen: Hoe beïnvloedt neurale verandering communicatief gedrag? En
omgekeerd, hoe verandert nieuw communicatief gedrag de neurale verandering = de
manier waarop therapie-effecten inslijpen en blijven?
Neuroplasticiteit: de verandering in het brein (hersteld? aangepast? gecompenseerd?)
Thomas Edison: "een genie zijn is 1% inspiratie en 99% transpiratie".
3 fasen:
Kennis over herstelmechanismen van het brein: therapie doelgericht inzetten en laten aansluiten op de
natuurlijke herstelmechanismen van het brein (werkt de interventie?, waarom werkt ze?)
Maladaptieve plasticiteit voorkomen
linkerkant remt rechterkant af bij bepaalde taken, waar deze dominant
voor is en omgekeerd. Remmen elkaar even hard af. Wanneer er een
letsel is Li dan gaat de linkerkant rechterkant minder hard afremmen, en
de rechterkant gaat zelfs nog iets harder afremmen.
Herstel en aanpassing
DOEL: naar het gele huis
Neurale reactivatie: groene lijn is puur herstel (komt niet vaak voor,
vooral in acute fase)
Neurale aanpassing: gaat ook tot hetzelfde komen maar doet er langer
over
Neurale compensatie: gaat naar een totaal andere plaats: compenseert
naar een ander huis
neurale reactivatie (restitutie): echt herstel, het gebied herstelt tot op premorbide niveau
, o Het oorspronkelijke neurale netwerk dat oorspronkelijk bij de functie betrokken was, kan weer
ingezet worden
Leidt tot herstel van de oorspronkelijke functie bv articuleren (activiteit/participatie)
Acute fase in de gebieden rond het letsel
CVA infarct core, penumbra (valt functioneel uit maar sterft niet af omdat de O₂ nog
toereikend is)
Core krijgt geen zuirstof en is afgesorven, het gebied errond kreeg ook even geen zuurstof
dus is uitgevallen, maar niet afgestorven => neurale reactivatie: de gebieden die uitgevallen
zijn komen terug op gang (gebieden gaan terug functie opnemen)
neurale aanpassing: er vindt neurologisch een aanpassing plaats
o neurale reorganisatie
herschikking van een hersenfunctie, andere gezonde hersencellen die niet betrokken waren,
worden mee geactiveerd. (bv. trager spreken om beter te articuleren)
Geen volledig herstel (verminderd accurate/snelle uitvoering van de functie)
Directe verbetering op functie en/of vaardigheidsniveau & indirect op
participatieniveau
Geen verbetering van de functie zelf, maar minder functiebeperkingen indien er
adaptatiestrategieën worden toegepast
o neurale compensatie
oorspronkelijke banen worden omzeild, neurale gebieden die compenserende strategieën
ondersteunen worden actief. (bv. schrijven/typen i.p.v. spreken)
Zowel op neuraal, als op gedragsniveau is er compensatie
Verbetering op participatieniveau
Therapeutische benaderingswijze
THERAPIE GERICHT OP PATIËNT = DIRECTE THERAPIE
Impliciet leren: stimulatietherapie
Reactivatie- of facilitatietherapie
Neurale reactivatie: herstel oorspronkelijke hersenfunctie
Snelle aanvang na CVA (vermoeidheid!, medisch instabiel!)
Al doende leert mijn! (gaan we toch teveel uitleg geven of voorbeelden geven worden er meer dan de
oorspronkelijke gebieden geactiveerd, dat willen we niet! Enkel de oorspronkelijke gebieden)
Activeren van hersengebieden (penumbra) of faciliteren van hersengebieden zo dicht mogelijk bij het letsel.
Oefening wordt op precies dezelfde manier uitgevoerd zoals die ervoor zou uitgevoerd worden (geen uitleg
én geen strategieën, wel facilitatie): “al doende leert men”
SA: facilitatie van de articulatorische programmering: bv. cues door de therapeut (overdreven en zichtbaar
voorspreken) zodat de juiste articulatie wordt gefaciliteerd/geïnitieerd, automatische taal
Expliciet leren: strategietraining
Een bewuste manier van leren. De cliënt leert bewust een strategie toepassen (executief gestuurd).
o Faciliterende strategie, een adaptieve strategie, een compenserende strategie
Verworven
HC1: Motorische spraakstoornissen algemene beschouwingen
Inleiding
Het gesproken woord
Taalprocessen: ideeën omzetten in woorden, zinnen, verhaal
o loopt hier iets fout => Afasie
Cognitieve processen: executieve vaardigheden, geheugen, aandacht en concentratie
o loopt hier iets fout => Cognitieve communicatiestoornissen
Sensorimotorische processen: de zintuigelijke verwerking van spraakklanken, de motorische verwerking van
spraak
o loopt hier iets fout => Spraakapraxie en dysartrie
Motorische spraakstoornissen
Opeenvolging spraakklanken in syllaben plannen en programmeren probleem? Spraakapraxie
Haarfijn uitvoeren, coördineren en bijsturen probleem? Dysartrie
Hersenschade of schade aan craniale zenuwen kan sensori-motorische verwerking aantasten = ontstaan van
MSS
Doel = optimaliseren van dagelijkse communicatie en verbeteren psychosociaal welbevinden
Therapie MSS’en heeft een aantal hindernissen
o Therapie-effectstudies zijn bijzonder schaars
o Geen effectmetingen t.a.v. activiteiten, participatie en psychosociaal welbevinden
o Zeer veel beïnvloedende therapievariabelen
Managmentbenaderingen
Motorische spraakstoornissen verschillen in:
Ernst (discreet, mild, matig, ernstig, zeer ernstig)
Onderliggende pathofysiologie (planning/programmering, incoördinatie, hypo- of hyperkinesie, slapte,
spasticiteit)
Spraakkarakteristieken (ademhaling, stem, resonantie, articulatie, prosodie)
Multiple begeleidende factoren (prognose, etiologie, fase van neurologisch herstel, persoonlijkheid,
omgeving, (sociale, professionele) noden, emotionele beleving van de beperking, additionele stoornissen…)
Cliënt staat centraal bij een interprofessionele samenwerking (vaak met een arts) dus noodzakelijk dat therapie op
maat is van de cliënt. Toets af waar de cliënt het meest last van heeft en werk daar op.
MSS’en: 3 benaderingen
De medische benadering (farmacologisch, chirurgisch)
, o Medicatie: onderliggende ziekte genezen, soms echter neveneffecten. Farmacologisch (medicatie
geven): hersenabces, myastenia gravis (meer oefenen wordt slechter), hersentumor (sodumedrol),
zv Parkinson
Samenwerking met de arts is belangrijk! soms behandeling uitstellen tot de start van de
medicatie om het effect te zien, medicatie kan een gedragstherapeutische interventie overbodig
maken (kijk of er na medicatie nog wel logopedie nodig is)
o Chirurgie: oncologische problemen oorzaak wordt direct aangepakt en de symptomen
verdwijnen, verbeteren, verslechteren (wakkere chirurgie: a la minute kijken welke zone belangrijk is
voor de patiënt)
De prothetische benadering (mechanische en elektronische hulpmiddelen) OPO Ondersteunde
communicatie!
o Geen letterlijke prothese, wel een hulpmiddel
De gedragsinterventie (spraak georiënteerd, communicatie georiënteerd, spraak-en
communicatiegeoriënteerd)
o grootste deel van de populatie met MSS, altijd tot doel om de communicatie te maximaliseren
Therapiedoelen en beïnvloedende variabelen in gedragsinterventie bij MSS’en
Keuze om te starten met therapie en doeltreffendheid van therapie zijn sterk afhankelijk van verschillende factoren:
Therapiegebonden factoren
o inhoud (welke taken laten we de persoon met een MSS uitvoeren)
o intensiteit (frequentie over een bepaalde periode)
o therapiesetting (taken, planning, groep, individueel, vermoeidheid vermijden)
Medische factoren
o oorzaak of prognose
progressief verbeteren/verslechteren? Snel/traag? Medische oplossing? starten,
uitstellen, stoppen. (bv radiotherapie, beroerte acute fase, spraaktherapie voor een
chirurgische ingreep)
o ernst en de aard van de stoornis
o fase van herstel (acuut, post-acuut of chronisch)
Demografische karakteristieken
o leeftijd
o geslacht
o opleiding
o beroep
Persoonlijke factoren & omgevingsfactoren
o nood & motivatie
o persoonlijkheid en ingesteldheid
o zorgnetwerk & relaties
o fysieke factoren zoals vermoeidheid, additionele beperkingen zoals een cognitieve stoornis,
medicatie
Neurale hersenmechanismen
Neurorevalidatie:
‘Neurorevalidatie is een complex medisch proces dat tot doel heeft het letsel aan het zenuwstelsel te helpen
herstellen, aanpassen of compenseren en eventuele functionele veranderingen die daar het gevolg van zijn
tot een minimum te beperken en/ of te compenseren (Hong e.a., 2010)’
o herstellen: functie wordt terug zoals het eerder was
o aanpassen: persoon gaat het terug kunnen maar anders bv trager
o compenseren: op een andere manier overbrengen
Gedragsplasticiteit & neuroplasticiteit
, Gedragsplasticiteit: functionele verandering = het zichtbaar gedrag (functie) dat verandert (hersteld?
aangepast? gecompenseerd?)
deze hangen samen: Hoe beïnvloedt neurale verandering communicatief gedrag? En
omgekeerd, hoe verandert nieuw communicatief gedrag de neurale verandering = de
manier waarop therapie-effecten inslijpen en blijven?
Neuroplasticiteit: de verandering in het brein (hersteld? aangepast? gecompenseerd?)
Thomas Edison: "een genie zijn is 1% inspiratie en 99% transpiratie".
3 fasen:
Kennis over herstelmechanismen van het brein: therapie doelgericht inzetten en laten aansluiten op de
natuurlijke herstelmechanismen van het brein (werkt de interventie?, waarom werkt ze?)
Maladaptieve plasticiteit voorkomen
linkerkant remt rechterkant af bij bepaalde taken, waar deze dominant
voor is en omgekeerd. Remmen elkaar even hard af. Wanneer er een
letsel is Li dan gaat de linkerkant rechterkant minder hard afremmen, en
de rechterkant gaat zelfs nog iets harder afremmen.
Herstel en aanpassing
DOEL: naar het gele huis
Neurale reactivatie: groene lijn is puur herstel (komt niet vaak voor,
vooral in acute fase)
Neurale aanpassing: gaat ook tot hetzelfde komen maar doet er langer
over
Neurale compensatie: gaat naar een totaal andere plaats: compenseert
naar een ander huis
neurale reactivatie (restitutie): echt herstel, het gebied herstelt tot op premorbide niveau
, o Het oorspronkelijke neurale netwerk dat oorspronkelijk bij de functie betrokken was, kan weer
ingezet worden
Leidt tot herstel van de oorspronkelijke functie bv articuleren (activiteit/participatie)
Acute fase in de gebieden rond het letsel
CVA infarct core, penumbra (valt functioneel uit maar sterft niet af omdat de O₂ nog
toereikend is)
Core krijgt geen zuirstof en is afgesorven, het gebied errond kreeg ook even geen zuurstof
dus is uitgevallen, maar niet afgestorven => neurale reactivatie: de gebieden die uitgevallen
zijn komen terug op gang (gebieden gaan terug functie opnemen)
neurale aanpassing: er vindt neurologisch een aanpassing plaats
o neurale reorganisatie
herschikking van een hersenfunctie, andere gezonde hersencellen die niet betrokken waren,
worden mee geactiveerd. (bv. trager spreken om beter te articuleren)
Geen volledig herstel (verminderd accurate/snelle uitvoering van de functie)
Directe verbetering op functie en/of vaardigheidsniveau & indirect op
participatieniveau
Geen verbetering van de functie zelf, maar minder functiebeperkingen indien er
adaptatiestrategieën worden toegepast
o neurale compensatie
oorspronkelijke banen worden omzeild, neurale gebieden die compenserende strategieën
ondersteunen worden actief. (bv. schrijven/typen i.p.v. spreken)
Zowel op neuraal, als op gedragsniveau is er compensatie
Verbetering op participatieniveau
Therapeutische benaderingswijze
THERAPIE GERICHT OP PATIËNT = DIRECTE THERAPIE
Impliciet leren: stimulatietherapie
Reactivatie- of facilitatietherapie
Neurale reactivatie: herstel oorspronkelijke hersenfunctie
Snelle aanvang na CVA (vermoeidheid!, medisch instabiel!)
Al doende leert mijn! (gaan we toch teveel uitleg geven of voorbeelden geven worden er meer dan de
oorspronkelijke gebieden geactiveerd, dat willen we niet! Enkel de oorspronkelijke gebieden)
Activeren van hersengebieden (penumbra) of faciliteren van hersengebieden zo dicht mogelijk bij het letsel.
Oefening wordt op precies dezelfde manier uitgevoerd zoals die ervoor zou uitgevoerd worden (geen uitleg
én geen strategieën, wel facilitatie): “al doende leert men”
SA: facilitatie van de articulatorische programmering: bv. cues door de therapeut (overdreven en zichtbaar
voorspreken) zodat de juiste articulatie wordt gefaciliteerd/geïnitieerd, automatische taal
Expliciet leren: strategietraining
Een bewuste manier van leren. De cliënt leert bewust een strategie toepassen (executief gestuurd).
o Faciliterende strategie, een adaptieve strategie, een compenserende strategie