1
Samenvatting: Inleiding tot de
Restauratieve Tandheelkunde: Klinische
Aspecten
Tandheelkundige anamnese:
• Analyse van enkele zaken
o Ingesteldheid van de patiënt ten opzichte van tandheelkunde en behandelingen
o Frequentie en aard van vroegere tandheelkundige bezoeken
▪ Idee geven over de patiënt
o Preventieve maatregelen uitgevoerd door de patiënt
o Problemen bij vroegere behandelingen
▪ Angstig, pijn…
o Restauratieve falingen
▪ Gebroken of gebarsten restauraties
▪ Niet enkel de tand, maar ook de lip en tong
o Trauma
o Infecties
o Sensitiviteit
o Pijn
Risicofactoren bij de anamnese:
• Dieet:
o Frequente suikerinname leidt tot cariës
• Plaquecontrole:
o Weinig frequente en inefficiënte mondhygiëne
o Plaque door gecompromitteerde handvaardigheid
• Fluoridegebruik:
o Gebrekkig gebruik van fluoriden levert cariës
o Fluoride heeft een positief effect op de cariës
• Speeksel:
o Lage vloei of verlaagde buffercapaciteit heeft een nadelige invloed op de tand
Samenspel vormt cariës:
• Gevoelig tandoppervlak
o Formatie van biofilm en microbiële afzettingen
▪ Zuurproductie en wisseling in pH
• Shift in dynamisch evenwicht van
mineralen
o Oplossing van mineralen
▪ Initiatie van dentale
cariës
• Wat gebeurt er tijdens een aanval
o Zie grafiek
o Rode zone is het oplossen van materialen
Inleiding tot de Restauratieve Tandheelkunde: Klinische Aspecten
, 2
Hoge risico’s voor cariës:
• Multipele nieuwe primaire en secundaire laesies
• Snelle progressie
o Klinisch als radiografisch
• Ongunstige respons op de preventie-adviezen
• Ongunstige respons op preventieve maatregelen
Lage risico’s op cariës:
• Gunstige respons op preventie-adviezen
• Gunstige respons op preventieve maatregelen
Beïnvloedende factoren op cariës:
• Leeftijd:
o Meer bij jongeren en ouderen
• Geslacht:
o Meer bij vrouwen dan bij mannen
• Ras:
o Als gevolg van culturele en dieet verschillen
• Erfelijkheid:
o Deel genetisch bepaald
• Systemische gezondheid:
o Vaak verminderde orale hygiëne en verhoogd medicatiegebruik
• Beroep:
o Afhankelijk van de omgeving
▪ Zwemmers en bakkers (chloor en gist respectievelijk)
Klinisch onderzoek:
• Waar gaan we op letten?
• Evaluatie van de dentitie:
o Cariësrisico en plaque
▪ Sonde schrapen
o Cariës en pulpa-evaluatie
o Evaluatie van bestaande restauraties
o Occlusale evaluatie
o Checken op attritie, abrasie, abfractie of erosie
▪ Zie later
o Tandintegriteit en tandfracturen
o Esthetische evaluatie
▪ Zijn alle vullingen OK, zijn er verkleuringen
• Paradontale evaluatie:
o Is er gingivitis of paradontitis
o Evaluatie van de botcontour en botondersteuning
o Mucogingivale evaluatie
• Radiografische evaluatie
o Hoe ziet de tand er vanbinnen uit
• Evaluatie van gipsmodellen
Inleiding tot de Restauratieve Tandheelkunde: Klinische Aspecten
, 3
Radiografisch onderzoek:
• Heel veel aspecten kunnen hier ontdekt worden
o Maar nog steeds opletten
• Zien van vullingen, cariës, parodontale problemen…
Cariës:
• Microbiële ziekte van de harde structuur van de tand
• Gekenmerkt door een lokale demineralisatie van de anorganische structuren en een
vernietiging van de organische structuren
Soorten cariës:
• Primaire cariës:
o Oppervlakkige laesie van de gave tand
o Eerste aanval op de tand
o Meestal beperkt tot het glazuur
• Secundaire of recurrente cariës:
o Laesie die zich ontwikkelt onder of langs een bestaande restauratie
• Residuele cariës:
o Gedemineraliseerd weefsel dat al dan niet opzettelijk is achtergebleven voor het
plaatsen van de vulling
• Actieve cariës:
o Progressieve cariëslaesie
• Inactieve cariës:
o Niet-progressieve cariëslaesie
o Geassocieerd met een grote openingscaviteit
• Put en fissuur cariës:
o Cariës in de occlusale, buccale of linguale groeven
• Wortelcariës:
o Cariës op een blootgesteld worteloppervlak
o Cariës op het cement en dentine
• Acute cariës:
o Snel voortschrijdende cariës
o Gaat snel in de pulpa
• Chronische cariës:
o Evolueert zeer traag in de richting van de pulpa
o Meestal vrij hard
• Ongebreidelde cariës:
o Meerdere actieve laesies
o Manifesteren zich op plaatsen die normaal cariësvrij zijn
o Vaak geassocieerd met xerostomie of zuigflescariës
Inleiding tot de Restauratieve Tandheelkunde: Klinische Aspecten
, 4
Wortelcariës:
• Actieve wortelcariës:
o Kleur; licht bruin
o Oppervlakte textuur; zacht, lederig en elastisch
o Behandelen
• Inactieve wortelcariës:
o Kleur; donkerbruin tot zwart
o Oppervlakte textuur; hard en kan niet ingedrukt worden
o Afblijven
• Behandeling:
o Fluoride therapie
o Restauratie
Secundaire cariës:
• Hoe te werk gaan?
• Zie tabel
Niet-carieuse laesies (definitie en diagnose):
• Fysiologische slijtage
• Niet-fysiologische slijtage
• Occlusale stress
• Chemische degradaties
• Attritie:
o Fysiologisch, continu proces dat resulteert in verlies van tandweefsel als gevolg van
direct wrijvingscontact tussen de antagonerende contacten
o Manifestatie:
▪ Occlusaal en approximaal
o Wordt versneld door parafunctionele bewegingen
• Abrasie:
o Verlies van tandweefsel als gevolg van mechanische slijtage niet
afkomstig door rechtstreeks tandcontact
▪ Door een vreemd lichaam
• Erosie:
o Verlies van tandweefsel als gevolg van een chemisch proces, zonder bacteriële
oorzaak
o Glad en hard
• Abfractie:
o Microfacturen in het glazuur en mogelijks in het dentine
o Veroorzaakt door flexie van de tand in het xervicale gebied
▪ Wigvormig defect met scherpe aflijning
• Resorptie:
o Geassocieerd met een fysiologisch en pathologisch proces
o Resultaat
▪ Verlies van dentine, cement of bot
o Moeilijk te behandelen
Inleiding tot de Restauratieve Tandheelkunde: Klinische Aspecten
Samenvatting: Inleiding tot de
Restauratieve Tandheelkunde: Klinische
Aspecten
Tandheelkundige anamnese:
• Analyse van enkele zaken
o Ingesteldheid van de patiënt ten opzichte van tandheelkunde en behandelingen
o Frequentie en aard van vroegere tandheelkundige bezoeken
▪ Idee geven over de patiënt
o Preventieve maatregelen uitgevoerd door de patiënt
o Problemen bij vroegere behandelingen
▪ Angstig, pijn…
o Restauratieve falingen
▪ Gebroken of gebarsten restauraties
▪ Niet enkel de tand, maar ook de lip en tong
o Trauma
o Infecties
o Sensitiviteit
o Pijn
Risicofactoren bij de anamnese:
• Dieet:
o Frequente suikerinname leidt tot cariës
• Plaquecontrole:
o Weinig frequente en inefficiënte mondhygiëne
o Plaque door gecompromitteerde handvaardigheid
• Fluoridegebruik:
o Gebrekkig gebruik van fluoriden levert cariës
o Fluoride heeft een positief effect op de cariës
• Speeksel:
o Lage vloei of verlaagde buffercapaciteit heeft een nadelige invloed op de tand
Samenspel vormt cariës:
• Gevoelig tandoppervlak
o Formatie van biofilm en microbiële afzettingen
▪ Zuurproductie en wisseling in pH
• Shift in dynamisch evenwicht van
mineralen
o Oplossing van mineralen
▪ Initiatie van dentale
cariës
• Wat gebeurt er tijdens een aanval
o Zie grafiek
o Rode zone is het oplossen van materialen
Inleiding tot de Restauratieve Tandheelkunde: Klinische Aspecten
, 2
Hoge risico’s voor cariës:
• Multipele nieuwe primaire en secundaire laesies
• Snelle progressie
o Klinisch als radiografisch
• Ongunstige respons op de preventie-adviezen
• Ongunstige respons op preventieve maatregelen
Lage risico’s op cariës:
• Gunstige respons op preventie-adviezen
• Gunstige respons op preventieve maatregelen
Beïnvloedende factoren op cariës:
• Leeftijd:
o Meer bij jongeren en ouderen
• Geslacht:
o Meer bij vrouwen dan bij mannen
• Ras:
o Als gevolg van culturele en dieet verschillen
• Erfelijkheid:
o Deel genetisch bepaald
• Systemische gezondheid:
o Vaak verminderde orale hygiëne en verhoogd medicatiegebruik
• Beroep:
o Afhankelijk van de omgeving
▪ Zwemmers en bakkers (chloor en gist respectievelijk)
Klinisch onderzoek:
• Waar gaan we op letten?
• Evaluatie van de dentitie:
o Cariësrisico en plaque
▪ Sonde schrapen
o Cariës en pulpa-evaluatie
o Evaluatie van bestaande restauraties
o Occlusale evaluatie
o Checken op attritie, abrasie, abfractie of erosie
▪ Zie later
o Tandintegriteit en tandfracturen
o Esthetische evaluatie
▪ Zijn alle vullingen OK, zijn er verkleuringen
• Paradontale evaluatie:
o Is er gingivitis of paradontitis
o Evaluatie van de botcontour en botondersteuning
o Mucogingivale evaluatie
• Radiografische evaluatie
o Hoe ziet de tand er vanbinnen uit
• Evaluatie van gipsmodellen
Inleiding tot de Restauratieve Tandheelkunde: Klinische Aspecten
, 3
Radiografisch onderzoek:
• Heel veel aspecten kunnen hier ontdekt worden
o Maar nog steeds opletten
• Zien van vullingen, cariës, parodontale problemen…
Cariës:
• Microbiële ziekte van de harde structuur van de tand
• Gekenmerkt door een lokale demineralisatie van de anorganische structuren en een
vernietiging van de organische structuren
Soorten cariës:
• Primaire cariës:
o Oppervlakkige laesie van de gave tand
o Eerste aanval op de tand
o Meestal beperkt tot het glazuur
• Secundaire of recurrente cariës:
o Laesie die zich ontwikkelt onder of langs een bestaande restauratie
• Residuele cariës:
o Gedemineraliseerd weefsel dat al dan niet opzettelijk is achtergebleven voor het
plaatsen van de vulling
• Actieve cariës:
o Progressieve cariëslaesie
• Inactieve cariës:
o Niet-progressieve cariëslaesie
o Geassocieerd met een grote openingscaviteit
• Put en fissuur cariës:
o Cariës in de occlusale, buccale of linguale groeven
• Wortelcariës:
o Cariës op een blootgesteld worteloppervlak
o Cariës op het cement en dentine
• Acute cariës:
o Snel voortschrijdende cariës
o Gaat snel in de pulpa
• Chronische cariës:
o Evolueert zeer traag in de richting van de pulpa
o Meestal vrij hard
• Ongebreidelde cariës:
o Meerdere actieve laesies
o Manifesteren zich op plaatsen die normaal cariësvrij zijn
o Vaak geassocieerd met xerostomie of zuigflescariës
Inleiding tot de Restauratieve Tandheelkunde: Klinische Aspecten
, 4
Wortelcariës:
• Actieve wortelcariës:
o Kleur; licht bruin
o Oppervlakte textuur; zacht, lederig en elastisch
o Behandelen
• Inactieve wortelcariës:
o Kleur; donkerbruin tot zwart
o Oppervlakte textuur; hard en kan niet ingedrukt worden
o Afblijven
• Behandeling:
o Fluoride therapie
o Restauratie
Secundaire cariës:
• Hoe te werk gaan?
• Zie tabel
Niet-carieuse laesies (definitie en diagnose):
• Fysiologische slijtage
• Niet-fysiologische slijtage
• Occlusale stress
• Chemische degradaties
• Attritie:
o Fysiologisch, continu proces dat resulteert in verlies van tandweefsel als gevolg van
direct wrijvingscontact tussen de antagonerende contacten
o Manifestatie:
▪ Occlusaal en approximaal
o Wordt versneld door parafunctionele bewegingen
• Abrasie:
o Verlies van tandweefsel als gevolg van mechanische slijtage niet
afkomstig door rechtstreeks tandcontact
▪ Door een vreemd lichaam
• Erosie:
o Verlies van tandweefsel als gevolg van een chemisch proces, zonder bacteriële
oorzaak
o Glad en hard
• Abfractie:
o Microfacturen in het glazuur en mogelijks in het dentine
o Veroorzaakt door flexie van de tand in het xervicale gebied
▪ Wigvormig defect met scherpe aflijning
• Resorptie:
o Geassocieerd met een fysiologisch en pathologisch proces
o Resultaat
▪ Verlies van dentine, cement of bot
o Moeilijk te behandelen
Inleiding tot de Restauratieve Tandheelkunde: Klinische Aspecten