Samenvatting Spraak: diagnostiek
Boek: Articulatie- en fonologische stoornissen – Rik Elen en Eric Manders
HC1 Algemeen kader SKS en Fonologische stoornissen en ANO-SKS
1. Articulatie- en fonologische stoornissen
1.1 Definitie, prevalentie en incidentie van articulatie- en
fonologische stoornissen
Articulatiestoornis: als de articulatiebewegingen bij de spraakklankproductie de normale
doelposities niet benaderen.
Fonologische stoornis: heeft te maken met het correct toepassen van regels.
Prevalentie: 3j: 15.6%
6j: 3.8%
1.2 Ziekte- en leermodel als verklaring voor afwijkend
articulatiegedrag
Wat is afwijkend?
Statistische benadering: wanneer het te ver afwijkt van de norm, van het gemiddelde.
Ziektemodel: alles wat afwijkt van de norm wordt als ziekteverschijnsel of symptoom beschouwt.
Leermodel: eerder vage grens tussen normaal en afwijkend. Zowel normaal als afwijkend articuleren
zijn gedragingen die ontstaan zijn obv leerprincipes. Hierbij zijn er eerder sociaal-culturele normen.
Vb: bouwvakker zal niet dezelfde strenge normen hanteren als een radiopresentator.
1.3 Spraakklankstoornissen
Dyslalie
Dysglossie
Dysartrie
Apraxie
1. Dyslalie
~ Functionele articulatiestoornis
- Grootste groep
- Oorzaak: Allicht ontstaan door foutief/ niet/ onvoldoende leren
2. Dysglossieën
- Oorzaak: afwijking thv articulatieorganen. Vb: te kort tongriempje, tandafwijkingen
3. Dysartrieën
- Oorzaak: probleem met de bezenuwing en dus met aansturing van de articulatoren.
4. Apraxie
- Kan beschouwd worden als programmeringsstoornis en kan verworven of aangeboren zijn.
Hierbij is er een probleem met het willekeurig initieren en uitvoeren van spraakbewegingen
ten gevolge van een hersenletsel.
1
,(dysaudie = als articulatiestoornis secundair is aan een gehoorprobleem.)
Wat kenmerkt ano- sks?
• Algemene bewegingsfouten
Foutieve articulatiebasis
Foutieve articulatiegebieden en -punten
Slappe articulatie
Gespannen articulatie
• Specifieke fonetische stoornissen
indeling obv fonetische en fonologische sks
1.3.1 Fonetische stoornissen
- Functioneel van aard: geen duidelijke oorzaak
- Gevolg van andere organische of structurele belemmering. Vb: schisis. Verklaring
wordt dan gezocht in het leren.
- Sommige auteurs pleiten voor enkel gebruik van fonetische stoornis indien er niet-
standaard spraakklanken worden gerealiseerd. (malfonen). Zij willen deze term
behouden voor distorties die bvb de betekenis van het woord niet aantasten.
- Anderen: fonetische articulatiestoornis opdelen in verschillende soorten fouten
Omissies: klank weglaten
Substituties: vervangen
Distorties: afwijkend gerealiseerd
Addities: toevoegen
(staan in volgorde van ernstigheidsgraad)
- Multiple dyslalie: indien er zodanig veel fouten worden gemaakt tegen
spraakklanken. Vb: klinkerspraak, hottentotisme.
Klinkerspraak: alle consonanten worden weggelaten. Vb: ik ga naar school wordt dan i a a
oo.
Hottentotisme: de t wordt hierbij vaak als substitutie klank gebruikt. Vb: ik ga naar school
wordt dan: itatatot.
Veralgemeende verstemlozing: alle of de meeste stemhebbende consonanten worden
hierbij stemloos gemaakt.
Enkelvoudige stoornissen
Aangeduid door griekse benaming van de klank, gevolgd door -cisme of tisme
1. Sigmatismen: fouten tegen de [s] en [z]. sigmatismus lateroflexus is een combo van
interdentaliteit en lateraliteit.
2. Rhotacismen: fouten tegen de [r]
3. Lambdacismen: problemen met uitspraak van de [l]
4. Kappacismen: gouten tegen de [k]-klank, vaak bij kinderen met gehemeltespleet.
5. Gammacisme: fouten tegen de [ɣ]
2
, 1.3.2 Fonologische stoornissen
Meest voorkomende: clusterreductie, stopping, depalatalisatie, fronting, gliding, deletie van finale
conconante, velare assimilatie.
3 types
1. Vertraagde fonologische stoornis
= fouten die worden aangetroffen worden normaal vastgesteld bij een veel jonger kind.
2. Atypische fonologische stoornis
3. Inconsistente fonologische stoornis
Ongewone processen
Weglating van de initiale consonant is volgens verschillende auteurs een vaak voorkomend
ongewoon proces.
Idiosyncratische fonologische ontwikkeling = kind gebruikt processen die men slechts zeer
uitzonderlijk bij één of bij enkele kinderen aantreft.
Atypical cluster reduction = uit een cluster wordt een ongewoon element weggelaten. Vb: stop
wordt sop waar we eerder top zouden verwachten.
Chronologische mismatch = vroegere processen zijn er nog terwijl latere processen reeds verdwenen
zijn.
1.4 Impact van articulatie en fonologische stoornissen
Sociaal-emotioneel
- Commentaar van familie, vrienden
- Uitgesloten worden
- Frustraties
- Laag zelfbeeld => school, werk
Beroepsmatig
- 80% minder keuze uit jobs
- Werkgever kiest degene zonder sks
- Mate van bestraffing
- Niveau 1 – articulatorische vereisten
- Niveau 2 – persoonlijke gevoelens
- Niveau 3 – overbescherming
- Niveau 4 – stereotiepe of vooringenomen luisteraarsattitudes
- Niveau 5 – attitudes van de articulatiegestoorde spreker
- Niveau 6 – opvallendheid van het spraakprobeem
- Niveau 7 – mate van onverstaanbaarheid
Interpersoonlijke effecten
- Verschillende culturen, verschillende opvattingen
- Stap 1: bewustwording van het probleem
- Stap 2: aanvaarding van het probleem
- Stap 3: professionele hulp zoeken
Reactie kind met SKS:
3
Boek: Articulatie- en fonologische stoornissen – Rik Elen en Eric Manders
HC1 Algemeen kader SKS en Fonologische stoornissen en ANO-SKS
1. Articulatie- en fonologische stoornissen
1.1 Definitie, prevalentie en incidentie van articulatie- en
fonologische stoornissen
Articulatiestoornis: als de articulatiebewegingen bij de spraakklankproductie de normale
doelposities niet benaderen.
Fonologische stoornis: heeft te maken met het correct toepassen van regels.
Prevalentie: 3j: 15.6%
6j: 3.8%
1.2 Ziekte- en leermodel als verklaring voor afwijkend
articulatiegedrag
Wat is afwijkend?
Statistische benadering: wanneer het te ver afwijkt van de norm, van het gemiddelde.
Ziektemodel: alles wat afwijkt van de norm wordt als ziekteverschijnsel of symptoom beschouwt.
Leermodel: eerder vage grens tussen normaal en afwijkend. Zowel normaal als afwijkend articuleren
zijn gedragingen die ontstaan zijn obv leerprincipes. Hierbij zijn er eerder sociaal-culturele normen.
Vb: bouwvakker zal niet dezelfde strenge normen hanteren als een radiopresentator.
1.3 Spraakklankstoornissen
Dyslalie
Dysglossie
Dysartrie
Apraxie
1. Dyslalie
~ Functionele articulatiestoornis
- Grootste groep
- Oorzaak: Allicht ontstaan door foutief/ niet/ onvoldoende leren
2. Dysglossieën
- Oorzaak: afwijking thv articulatieorganen. Vb: te kort tongriempje, tandafwijkingen
3. Dysartrieën
- Oorzaak: probleem met de bezenuwing en dus met aansturing van de articulatoren.
4. Apraxie
- Kan beschouwd worden als programmeringsstoornis en kan verworven of aangeboren zijn.
Hierbij is er een probleem met het willekeurig initieren en uitvoeren van spraakbewegingen
ten gevolge van een hersenletsel.
1
,(dysaudie = als articulatiestoornis secundair is aan een gehoorprobleem.)
Wat kenmerkt ano- sks?
• Algemene bewegingsfouten
Foutieve articulatiebasis
Foutieve articulatiegebieden en -punten
Slappe articulatie
Gespannen articulatie
• Specifieke fonetische stoornissen
indeling obv fonetische en fonologische sks
1.3.1 Fonetische stoornissen
- Functioneel van aard: geen duidelijke oorzaak
- Gevolg van andere organische of structurele belemmering. Vb: schisis. Verklaring
wordt dan gezocht in het leren.
- Sommige auteurs pleiten voor enkel gebruik van fonetische stoornis indien er niet-
standaard spraakklanken worden gerealiseerd. (malfonen). Zij willen deze term
behouden voor distorties die bvb de betekenis van het woord niet aantasten.
- Anderen: fonetische articulatiestoornis opdelen in verschillende soorten fouten
Omissies: klank weglaten
Substituties: vervangen
Distorties: afwijkend gerealiseerd
Addities: toevoegen
(staan in volgorde van ernstigheidsgraad)
- Multiple dyslalie: indien er zodanig veel fouten worden gemaakt tegen
spraakklanken. Vb: klinkerspraak, hottentotisme.
Klinkerspraak: alle consonanten worden weggelaten. Vb: ik ga naar school wordt dan i a a
oo.
Hottentotisme: de t wordt hierbij vaak als substitutie klank gebruikt. Vb: ik ga naar school
wordt dan: itatatot.
Veralgemeende verstemlozing: alle of de meeste stemhebbende consonanten worden
hierbij stemloos gemaakt.
Enkelvoudige stoornissen
Aangeduid door griekse benaming van de klank, gevolgd door -cisme of tisme
1. Sigmatismen: fouten tegen de [s] en [z]. sigmatismus lateroflexus is een combo van
interdentaliteit en lateraliteit.
2. Rhotacismen: fouten tegen de [r]
3. Lambdacismen: problemen met uitspraak van de [l]
4. Kappacismen: gouten tegen de [k]-klank, vaak bij kinderen met gehemeltespleet.
5. Gammacisme: fouten tegen de [ɣ]
2
, 1.3.2 Fonologische stoornissen
Meest voorkomende: clusterreductie, stopping, depalatalisatie, fronting, gliding, deletie van finale
conconante, velare assimilatie.
3 types
1. Vertraagde fonologische stoornis
= fouten die worden aangetroffen worden normaal vastgesteld bij een veel jonger kind.
2. Atypische fonologische stoornis
3. Inconsistente fonologische stoornis
Ongewone processen
Weglating van de initiale consonant is volgens verschillende auteurs een vaak voorkomend
ongewoon proces.
Idiosyncratische fonologische ontwikkeling = kind gebruikt processen die men slechts zeer
uitzonderlijk bij één of bij enkele kinderen aantreft.
Atypical cluster reduction = uit een cluster wordt een ongewoon element weggelaten. Vb: stop
wordt sop waar we eerder top zouden verwachten.
Chronologische mismatch = vroegere processen zijn er nog terwijl latere processen reeds verdwenen
zijn.
1.4 Impact van articulatie en fonologische stoornissen
Sociaal-emotioneel
- Commentaar van familie, vrienden
- Uitgesloten worden
- Frustraties
- Laag zelfbeeld => school, werk
Beroepsmatig
- 80% minder keuze uit jobs
- Werkgever kiest degene zonder sks
- Mate van bestraffing
- Niveau 1 – articulatorische vereisten
- Niveau 2 – persoonlijke gevoelens
- Niveau 3 – overbescherming
- Niveau 4 – stereotiepe of vooringenomen luisteraarsattitudes
- Niveau 5 – attitudes van de articulatiegestoorde spreker
- Niveau 6 – opvallendheid van het spraakprobeem
- Niveau 7 – mate van onverstaanbaarheid
Interpersoonlijke effecten
- Verschillende culturen, verschillende opvattingen
- Stap 1: bewustwording van het probleem
- Stap 2: aanvaarding van het probleem
- Stap 3: professionele hulp zoeken
Reactie kind met SKS:
3