HEM13 Week 3
Cristy Verzijl
Plasma eiwitten: Eiwitten met een functie in bloed / plasma / serum
Aanmaak en afbraak
Aanmaak in
o lever (vrijwel alle eiwitten)
o plasmacellen: immuunglobulinen
Afbraak in
o mononucleare fagocyten systeem (MPS)
Algemene functies
Transport
Ontstekingsrespons / immunologische afweer = bescherming
Waterdistributie (colloïd osmotische druk)
Modulewijzer Bijlage 5: Scheiden van eiwitten
Scheiding d.m.v. electroforese Verschillende soorten dragermateriaal
Eiwitindeling naar functie
Transporteiwitten
Acute fase-eiwitten
Immuunglobulinen
Signaaleiwitten
Restanten van necrotische (kapotte) cellen
Transporteiwitten
Albumine: 50% van het serumeiwit
molmassa 65.000 dalton
o Bindt o.a.
apolaire stoffen: vetzuren
bilirubine
medicijnen
steroïden
Ca2+ en H+
1
, Metaaltransporters:
o ceruloplasmine (Cu+)
o transferrine (Fe2+)
Hormoontransporters
o tyroxinebindend globuline (TBG)
o cortisolbindend eiwit (CBP)
o sexhormoon bindend eiwit (SHBG) etc.
Acute fase-eiwitten
Acutefase reactie => complex van systemische veranderingen die optreden bij
ontsteking
Verandering van concentraties van een aantal serumeiwitten
Sommige worden significant meer aangemaakt (o.a. CRP en fibrinogeen => acute
fase-eiwitten
Meestal worden andere eiwitten dan minder aangemaakt
o (b.v. albumine) => totale eiwitconcentratie blijft gelijk
Activatoren van immuunrespons:
o C-reactieve eiwit (bindt aan celwand van pneumococcen)
Remmers van (bacteriële) proteases:
o α1-antitrypsine
o α2-macroglubuline
Eiwitten die stoffen binden, die voor de bacterie nodig zijn:
o ceruloplasmine (Cu)
o haptoglobine (heem+Fe)
Complementeiwitten
Complementeiwitten
Serie eiwitten die in het bloed en weefselvloeistoffen in inactieve vorm circuleren
Ze vermeerderen de activiteit van de verworven afweer
Stimulatie van inactieve eiwitten initieert cascade van reacties
o Resulteert in snelle activatie van componenten
Drie routes van activatie
o Alternatieve route
o Lectine route
o Klassieke route
2
Cristy Verzijl
Plasma eiwitten: Eiwitten met een functie in bloed / plasma / serum
Aanmaak en afbraak
Aanmaak in
o lever (vrijwel alle eiwitten)
o plasmacellen: immuunglobulinen
Afbraak in
o mononucleare fagocyten systeem (MPS)
Algemene functies
Transport
Ontstekingsrespons / immunologische afweer = bescherming
Waterdistributie (colloïd osmotische druk)
Modulewijzer Bijlage 5: Scheiden van eiwitten
Scheiding d.m.v. electroforese Verschillende soorten dragermateriaal
Eiwitindeling naar functie
Transporteiwitten
Acute fase-eiwitten
Immuunglobulinen
Signaaleiwitten
Restanten van necrotische (kapotte) cellen
Transporteiwitten
Albumine: 50% van het serumeiwit
molmassa 65.000 dalton
o Bindt o.a.
apolaire stoffen: vetzuren
bilirubine
medicijnen
steroïden
Ca2+ en H+
1
, Metaaltransporters:
o ceruloplasmine (Cu+)
o transferrine (Fe2+)
Hormoontransporters
o tyroxinebindend globuline (TBG)
o cortisolbindend eiwit (CBP)
o sexhormoon bindend eiwit (SHBG) etc.
Acute fase-eiwitten
Acutefase reactie => complex van systemische veranderingen die optreden bij
ontsteking
Verandering van concentraties van een aantal serumeiwitten
Sommige worden significant meer aangemaakt (o.a. CRP en fibrinogeen => acute
fase-eiwitten
Meestal worden andere eiwitten dan minder aangemaakt
o (b.v. albumine) => totale eiwitconcentratie blijft gelijk
Activatoren van immuunrespons:
o C-reactieve eiwit (bindt aan celwand van pneumococcen)
Remmers van (bacteriële) proteases:
o α1-antitrypsine
o α2-macroglubuline
Eiwitten die stoffen binden, die voor de bacterie nodig zijn:
o ceruloplasmine (Cu)
o haptoglobine (heem+Fe)
Complementeiwitten
Complementeiwitten
Serie eiwitten die in het bloed en weefselvloeistoffen in inactieve vorm circuleren
Ze vermeerderen de activiteit van de verworven afweer
Stimulatie van inactieve eiwitten initieert cascade van reacties
o Resulteert in snelle activatie van componenten
Drie routes van activatie
o Alternatieve route
o Lectine route
o Klassieke route
2