Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Ontwikkeling DT 1 en 2

Rating
-
Sold
-
Pages
9
Uploaded on
16-03-2022
Written in
2020/2021

Ik heb de hoorcolleges, werkcolleges, reader en kennisclips voor DT1 samengevat en het boek voor DT2

Institution
Course

Content preview

Ontwikkeling DT1 – Samenvatting handleiding + aanvulling
hoorcolleges en werkcollege
Deel 1
Elementen bouwplan
Belangrijke elementen van het bouwplan zijn:
- Bilaterale symmetrie
- Polariteit
- Segmentatie
- Kiembladen
- Lichaamsholten
- Chorda
- Kieuwboogstructuren

Gametogenese
De gametogenese kan in vier cruciale stappen worden opgedeeld, waarvan alleen stap één
van de man en vrouw gelijk is.
(1) Ontstaan van primordiale kiemcellen en migratie naar gonaden
(2) Vermeerdering door mitose
(3) Meiose (reductie aantal chromosomen)
(4) Functionele en structurele maturatie

De primordiale kiemcellen bevinden zich eerst in de dooierzak en verplaatsen dan naar het
mediale plica urogenitalis in het intramediale mesoderm. Hier ontstaat een verdikking van
het coeloomepitheel aan de mediale zijde van de plica urogenitalis waar de gonaden
(produceren gameten) worden gevormd.

Mitose begint al tijdens migratie. Tijdens de spermatogenese ondergaan spermatogonia
een asymmetrische mitotische deling, dit start in de pubertijd. De ene dochtercel krijgt net
een ander signaal dan de ander, waardoor één cel verder de spermatogonia ontwikkeling in
gaat (type B) en de ander (type A) zal weer mitotische delingen neerzetten waar weer type B
en A cellen uitkomen. Zodra spermatogonia type B de meiose in gaat heet het de primaire
spermatocyt, deze geeft haploïde dochtercellen (secundaire spermatocyten). Tijdens
meiose II delen deze in spermatiden (4), onvolwassen zaadcellen. Onder het proces van
spermiogenese worden deze spermatozoa.
De oögenese begint al voor de geboorte, eerst start deze als losse oögonia zonder follikel
cellen. In plaats van twee dochtercellen na mitose zal er één dochteroöcyt ontstaan en een
poollichaampje (door asymmetrische deling). Gedurende de embryonale ontwikkeling komen
twee follikelcellagen om de oöcyt heen, deze heet nu de primaire oöcyt. Deze zijn
begonnen met meiose I maar worden gedurende dat proces tegengehouden en ‘stilgezet’ tot
een bepaald signaal. Dit signaal wordt gegeven in de pubertijd aan een groepje follikelcellen
om door te gaan met meiose I. Één van dit groepje gaat winnen, waardoor één cel meestal
maar door gaat met de ontwikkeling (anders mogelijk twee-eiige tweeling). Deze cel wordt
dan een secundaire follikel. Deze kan verder gaan met meiose II en vormt een tertiaire
follikel, of Graafse follikel. In beide de secundaire en tertiaire follikel zit een secundaire
oöcyt. Door een LH-piek komt de ovulatie, de secundaire oöcyt met een deel van de
cumuluscellen (corona radiata) komt los van het follikel. Deze oöcyt kom terecht in de tuba
uterina, waar een zaadcel erbij kan komen.
Ovulatie en bevruchting
Tijdens de ovulatie komt een eicel vrij uit het ovarium (eierstok). Deze wordt ‘opgevangen’
door de fimbriae van de tuba uterina (eileider). Zaadcellen bewegen op geleide van
temperatuurverschillen en chemotaxis naar de oöcyt in de tuba interna. De zaadcellen
ondergaan capacitatie in de tuba uterina; er komt een verandering
in membraansamenstelling (deblokkering van receptoren en
hyperactiviteit). Op het moment dat de zaadcel de eicel bereikt

, moet deze door de corona radiata (gevormd door eierstokcellen) en de zona pellucida
heen om te fuseren met de eicel, de zaadcel komt door de tweede zone door een
springlading los te laten uit hun kop, dit is de acrosoom reactie. Daarna bindt de zaadcel
aan de eicel en fuseren hun kernen. Zodra dit gebeurt fuseren er blaasjes van binnenuit met
de membraan, waardoor de inhoud extracellulair een signaal af kan geven dat geen andere
zaadcel kan binden met de eicel, dit is de corticale reactie. De daaropvolgende zona-
reactie zorgt ervoor dat de gebonden zaadcel loslaat en nieuwe binding nog steeds niet
kan.

Innesteling
Na ongeveer 30 uur komen de klievingsdelingen op gang. Kenmerkend voor deze delingen
is dat het volume van de vrucht niet verandert (G2 overgeslagen). Uit de bevruchte eicel
ontstaan zo de blastomeren. De eerste vier blastomeren zijn totipotent. Dit betekent dat uit
elke blastomeer een individu kan ontstaan. Als de vrucht uit 12-16 cellen bestaat spreekt
men van een morula. Tijdens/na het 16-32 cellig stadium ontstaat er een holte in de vrucht,
het blastocoel of blastulaholte. De vrucht heet dan de blastocyst. De cellen aan de
buitenzijde van de vrucht zijn anders dan de cellen centraal in de vrucht. De laag cellen aan
de buitenkant worden de trofoblast, deze zijn epitheliaal van karakter. De centraal gelegen
cellen vormen de embryoblast. Hieruit zal het embryo ontstaan en deze zijn mesenchym
(multipotent) van karakter. De cellen van de embryoblast worden embryonale stamcellen
genoemd. Ze kunnen ontwikkelen tot elk celtype van het lichaam.

1 = blastocoel
2 = trofoblast
3 = zona pellucida
4 = embryoblast


De blastocyst wordt in vijf dagen langzaam van de ampula van eileider (=tuba uterina) naar
de baarmoederholte getransporteerd. Hij bevindt zich nu in de uterusholte. De zona
pellucida is gedegenereerd en de blastocyst komt zo vrij, dit proces heet hatching. Daarna
kan de nidatie (innesteling) beginnen. De polaire trofoblast (ligt tegen embryoblast aan)
kleeft aan het endometrium (baarmoederslijmvlies). Deze trofoblastcellen delen onvolledig
en vormen de syncytiotrofoblast. De rest van de trofoblast heet nu cytotrofoblast. In de
syncytiotrofoblast zullen holten ontstaan, de lacunae. Deze worden gevuld met maternale
bloedvaten. Hieruit ontstaat de utero-placentaire circulatie. Een week na de bevruchting
ontstaat uit de embryoblast een platte laag cellen die aan de blastocoel grenzen, de
hypoblast. Deze laag groeit uit en bedekt het hele blastocoel, deze holte heet eerst de
blastulaholte en wordt na omringing van EEM de dooierzak genoemd. De rest van de
embryoblast heet nu epiblast. Tussen de epiblast en cytotrofoblast ontstaat de
amnionholte.
1 = groeiende hypoblastlaag
2 = extra-embryonaal mesoderm
3 = blastocoel  dooierzak
4 = cytotrofoblast
Gele cellen: hypoblast
Blauwe cellen: epiblast
Groene buitenste gebied: syncytiotrofoblast

Ventraal = aan de kant van de chorionholte/extra-embryonaal
mesoderm: “vegetatieve pool” Dorsaal = aan de kant van de
amnionholte: “animale pool”

Gastrulatie

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 16, 2022
Number of pages
9
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$8.19
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
maartjealting

Get to know the seller

Seller avatar
maartjealting Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions