1. KOOLHYDRATEN
MONOSACCHARIDEN
ALDOSEN – D EN L KENNEN
D-Glyceraldehyde
= D-Aldose
D-Ribose
= D-Aldose
D-Glucose
= D-Aldose
D-Mannose
= D-Aldose
1
, D-Galactose
= D-Aldose
KETOSEN
Dihydroxy-aceton
= Ketose (geen chiraal centrum, dus
geen D/L)
D-Fructose
= D-Ketose
D/L EN RINGSLUITING
- Je dient de D-vorm en de L-vorm te kunnen tekenen van de monosacchariden.
- Van de monosacchariden die een ringstructuur kunnen vormen moet je die structuur
kunnen tekenen in Haworth-projectie (α en β).
2
MONOSACCHARIDEN
ALDOSEN – D EN L KENNEN
D-Glyceraldehyde
= D-Aldose
D-Ribose
= D-Aldose
D-Glucose
= D-Aldose
D-Mannose
= D-Aldose
1
, D-Galactose
= D-Aldose
KETOSEN
Dihydroxy-aceton
= Ketose (geen chiraal centrum, dus
geen D/L)
D-Fructose
= D-Ketose
D/L EN RINGSLUITING
- Je dient de D-vorm en de L-vorm te kunnen tekenen van de monosacchariden.
- Van de monosacchariden die een ringstructuur kunnen vormen moet je die structuur
kunnen tekenen in Haworth-projectie (α en β).
2