Hoorcolleges leefstijlbegeleiding
Week 1 hoorcollege 1
Casus Jan
Pools
48 jaar
2 kinderen
10 uur werk fabriek
Definitie WHO: Compleet mentaal fysiek en sociaal welbevinden en niet alleen
de afwezigheid van ziekten en gebreken.
Gezondheidsdriehoek: Op de hoeken: fysiek, mentaal en sociaal
Gezondheidsdeterminanten: Medische zorg, voeding, beweging,
inkomen, fysieke omgeving, politiek, menselijke relaties.
Sociale steun: Slagen behandeling kanker is er afhankelijk van .
Qualy: Gewonnen levensjaren in goede kwaliteit (afwegen tegen de kosten)
Lalonde: Gezondheidsprobleem
Extern milieu, exogene factoren (fysieke omgeveing)
Fysisch (geluid, trilling)
Chemisch (geneesmiddelen)
Biotisch (virussen, bacteriën)
Extern milieu, endogene factoren (maatschappelijke omgeving)
Sociaal economische status
Medische zorg en preventie
Ziekenhuis, schoon drinkwater
Intern milieu
Leestijl
Gezondheid:
Omvat fysieke, psychische en sociale factoren
Wisselwerking tussen endogene en exogene factoren
Tijdgebonden
Objectief/subjectief
BRAVO factoren: Bewegen, roken, alcohol en drugs, voeding,
Bewegen:
NNGB (30 min, 5 dagen per week matig intensief (meth 4+))
, Fitnorm (20 min intensief bewegen, 3x per week)
Combinorm (als je aan of de NNGB of de fitnorm voldoet)
Kcal verbruik
Voeding
Matig overgewicht en obesitas is gestegen, de laatste jaren neemt het amper nog
toe. Meer dan 40% van de Nederlanders heeft overgewicht. Volwassenen met
overgewicht: 53% mannen, 43% vrouwen. Obesitas: Mannen 14,2%, vrouwen
12,1%. Kans op overgewicht op latere leeftijd groot als je als kind al overgewicht
had.
Fysieke gevolgen overgewicht: Met overgewicht meer klachten bij een
aandoening, met obesitas nog meer (lineair verband)
Psychische gevolgen: Pas een groot verschil bij obesitas.
Incidentie= aantal nieuwe gevallen per jaar
Mensen met overgewicht zijn net zo vaak ziek, maar langduriger.
Obesitas is vooral een gedragsprobleem
- Voedingspatroon niet onder controle
- Impulsief
- Uiterst gevoelig voor snelle beloningen
Energiebalans
Rustmetabolisme: Alles wat we in het lichaam nodig hebben om te kunnen leven
(60-70% energie)
Voedingsgeinduceerde thermogenese: Vertering (10%)
Lichamelijke activiteit: (15-30%)
De schijf van 5:
- Gevarieerd
- Niet te veel
- Minder verzadigd vet
- Veel groente, fruit en brood
- Veilig
Macronutriënten: koolhydraten, vetten en eiwitten
Koolhydraten: zetmeel, suiker, glycogeen, glucose, fructose, druivensuiker,
maltose, lactose
6-hoek van koolstofatomen: monosachariden: fructose, galactose, glucose
Disachariden: 2x Fructose= suiker, maltose, lactose
Polysachariden: Glycogeen, zetmeel
Glucose slaan we op als glycogeen omdat ieder glucosemolecuul water aantrekt,
glycogeen is maar een deeltje dus minder osmose.
6H2O+6CO2 C6H12O6+6O2
Week 1 hoorcollege 1
Casus Jan
Pools
48 jaar
2 kinderen
10 uur werk fabriek
Definitie WHO: Compleet mentaal fysiek en sociaal welbevinden en niet alleen
de afwezigheid van ziekten en gebreken.
Gezondheidsdriehoek: Op de hoeken: fysiek, mentaal en sociaal
Gezondheidsdeterminanten: Medische zorg, voeding, beweging,
inkomen, fysieke omgeving, politiek, menselijke relaties.
Sociale steun: Slagen behandeling kanker is er afhankelijk van .
Qualy: Gewonnen levensjaren in goede kwaliteit (afwegen tegen de kosten)
Lalonde: Gezondheidsprobleem
Extern milieu, exogene factoren (fysieke omgeveing)
Fysisch (geluid, trilling)
Chemisch (geneesmiddelen)
Biotisch (virussen, bacteriën)
Extern milieu, endogene factoren (maatschappelijke omgeving)
Sociaal economische status
Medische zorg en preventie
Ziekenhuis, schoon drinkwater
Intern milieu
Leestijl
Gezondheid:
Omvat fysieke, psychische en sociale factoren
Wisselwerking tussen endogene en exogene factoren
Tijdgebonden
Objectief/subjectief
BRAVO factoren: Bewegen, roken, alcohol en drugs, voeding,
Bewegen:
NNGB (30 min, 5 dagen per week matig intensief (meth 4+))
, Fitnorm (20 min intensief bewegen, 3x per week)
Combinorm (als je aan of de NNGB of de fitnorm voldoet)
Kcal verbruik
Voeding
Matig overgewicht en obesitas is gestegen, de laatste jaren neemt het amper nog
toe. Meer dan 40% van de Nederlanders heeft overgewicht. Volwassenen met
overgewicht: 53% mannen, 43% vrouwen. Obesitas: Mannen 14,2%, vrouwen
12,1%. Kans op overgewicht op latere leeftijd groot als je als kind al overgewicht
had.
Fysieke gevolgen overgewicht: Met overgewicht meer klachten bij een
aandoening, met obesitas nog meer (lineair verband)
Psychische gevolgen: Pas een groot verschil bij obesitas.
Incidentie= aantal nieuwe gevallen per jaar
Mensen met overgewicht zijn net zo vaak ziek, maar langduriger.
Obesitas is vooral een gedragsprobleem
- Voedingspatroon niet onder controle
- Impulsief
- Uiterst gevoelig voor snelle beloningen
Energiebalans
Rustmetabolisme: Alles wat we in het lichaam nodig hebben om te kunnen leven
(60-70% energie)
Voedingsgeinduceerde thermogenese: Vertering (10%)
Lichamelijke activiteit: (15-30%)
De schijf van 5:
- Gevarieerd
- Niet te veel
- Minder verzadigd vet
- Veel groente, fruit en brood
- Veilig
Macronutriënten: koolhydraten, vetten en eiwitten
Koolhydraten: zetmeel, suiker, glycogeen, glucose, fructose, druivensuiker,
maltose, lactose
6-hoek van koolstofatomen: monosachariden: fructose, galactose, glucose
Disachariden: 2x Fructose= suiker, maltose, lactose
Polysachariden: Glycogeen, zetmeel
Glucose slaan we op als glycogeen omdat ieder glucosemolecuul water aantrekt,
glycogeen is maar een deeltje dus minder osmose.
6H2O+6CO2 C6H12O6+6O2