100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Biologische & Cognitieve Psychologie (P_BBIOCOG)

Rating
-
Sold
2
Pages
89
Uploaded on
31-01-2022
Written in
2021/2022

Samenvatting van de boeken Physiology of Behavior van Carlson en Cognitive Psychology van Goldstein.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
January 31, 2022
Number of pages
89
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

1


Samenvatting Biologische en Cognitieve Psychologie

Physiology of Behavior

1. Introduction………………………………………………………………………………………………………………………………….2

2. Structure and Functions of Cells of the Nervous System…………………………………………………………….…4

3. Structure of the Nervous System…………………………………………………………………………………………………11

4. Psychopharmacology………………………………………………………………………………………………………..………..16

6. Vision……………………………………………………………………………………………………………………………………..…..22

8. Control of Movement………………………………………………………………………………………….……………………..29

9. Sleep and Biological Rhythms………………………………………………………………………………..……………………34

11. Emotion………………………………………………………………………………………………………………………………………40

13. Learning and Memory…………………………………………………………………………………………………………………42

14. human Communication………………………………………………………………………………………………………………46

17. Stress, Anxiety, and Neurodevelopmental Disorders…………………………………………………………………..51

Cognitive Psychology

1. Introduction to Cognitive Psychology………………………………………………………………………………………….56

2. Cognitive Neuroscience………………………………………………………………………………………………………………58

3. Perception…………………………………………………………………………………………………………………………………..60

4. Attention………………………………………………………………………………………………………………………………….…63

5. Short-Term and Working Memory………………………………………………………………………………………………67

6. Long-Term Memory: Structure……………………………………………………………………………………………………70

7. LTM: Encoding, Retrieval, and Consolidation………………………………………………………………………………73

8. Everyday Memory and Memory Errors……………………………………………………………………………………….77

9. Conceptual Knowledge……………………………………………………………………………………………………………….80

10. Visual Imagery…………………………………………………………………………………………………………………………….81

11. Language…………………………………………………………………………………………………………………………………….82

12. Problem Solving & Creativity………………………………………………………………………………………………………85

13. Judgment, Decisions, and Reasoning…………………………………………………………………………………………..87

, 2


Physiology of Behavior

Hoofdstuk 1 Introduction

Tot aan de 21e eeuw dachten onderzoekers dat de hersenen van een volwassene niet in staat was om
te veranderen. Tegenwoordig weten we dat hersenen verbindingen blijven vormen tussen neuronen,
cellen in de hersenen. Ook komen onderzoekers steeds meer te weten over neurogenesis, de
generatie van nieuwe neuronen.

Foundations of behavioral neuroscience

Behavioral neuroscience stond vroeger bekend als physiological psychology. Dit is gegroeid door het
combineren van experimentele methoden van psychologie en fysiologie. Een belangrijke realisatie is
dat gedrag de ultieme functie van het zenuwstelsel is.

The goals of research

Het doel van onderzoek is om fenomenen uit te leggen die onderzocht worden. Er zijn twee vormen
van uitleg

 Generalisatie: verklaringen als voorbeelden van algemene wetten, die door middel van
experimenten worden onthuld.
 Reductie: verklaringen van complexe verschijnselen in termen van eenvoudigere
verschijnselen.

De taak van gedragsneurowetenschappers is om gedrag te verklaren door de fysiologische processen
te bestuderen die het gedrag beheersen. De wetenschappers kunnen dit niet alleen doen aan de
hand van reductie, want ze moeten ook de functie van bepaald gedrag begrijpen.
Gedragsneurowetenschappers gebruiken zowel generalisatie als reductie.

Biological Roots of Behavioral Neuroscience

Ons lichaam bestaat uit spieren om te bewegen, sensorische organen om waar te nemen en een
zenuwstelsel om deze twee verbinden. Ook wordt er al lang gedacht dat mensen iets ongrijpbaars
bezitten: een mind (geest). Deze vraag wordt ook wel de mind-body question genoemd. Er zijn twee
benaderingen voor deze vraag:

 Dualisme: je lichaam en je geest zijn gescheiden. Je lichaam bestaat uit gewone materie, je
geest niet.
 Monisme: alles in het universum bestaat uit materie en energie. Je geest is een verschijnsel
geproduceerd door de werking van het zenuwstelsel.



oude Egyptische, Indiase en Chinese culturen beschouwden het hart als de zetel van gedachten en
emoties. Hippocrates dacht dat de hersenen verantwoordelijk waren voor de gedachten en emoties.
Aristoteles dacht daar anders over. Hij dacht dat de hersenen dienden om de hartstochten van het
hart te koelen. Galen ging de hersenen van vee bestuderen en concludeerde dat wat Aristoteles zei
niet klopte. Volgens Descartes waren dieren mechanische apparaten. Ook het menselijk lichaam was
volgens hem een machine, het gedrag wordt beïnvloed door stimuli uit de omgeving. Descartes was

, 3


een dualist. Hij geloofde dat de geest informatie doorgeeft aan de spieren en de zintuigen geven
informatie over de omgeving door aan de geest.

De fysioloog Johannes Müller had een belangrijke rol in de ontwikkeling van de experimentele
fysiologie. Hij kwam met de doctrine van specifieke zenuwenergieën. Dit houdt in dat zenuwen
dezelfde elektrische impulsen kunnen doorgeven, maar per zenuw verschilt de manier hoe die
impulsen worden waargenomen.

Door experimental ablation kan je erachter komen wat de functies zijn van bepaalde delen van de
hersenen. Hierbij wordt er een deel hersenen weg gehaald. Je kunt zien wat de functie van dat deel is
door te kijken naar wat het dier niet meer kan doen zonder dat deel van de hersenen.



Natuurlijke selectie en evolutie

Volgens Charles Darwin hebben alle lichamelijke onderdelen een nuttige functie hebben. Dit wordt
functionalisme genoemd. Volgens hem is gedrag niet overgeërfd, maar het structuur van de
hersenen die het gedrag veroorzaakt wel.

Een belangrijk onderdeel van evolutie is natuurlijke selectie. Dit houdt in dat dieren van een soort
met betere eigenschap een grotere overlevingskans, en dus meer kan voorplanten, de goede
eigenschappen doorgeeft aan de nakomelingen. Doordat dieren met minder gunstige eigenschappen
een kleinere overlevingskans hebben, zullen er minder nakomelingen komen met deze
eigenschappen.

, 4


Hoofdstuk 2 Structure and Functions of Cells of the Nervous System

Centrale zenuwstelsel:

 Hersenen
 Ruggenmerg

Perifere zenuwstelsel:

 Zenuwen
 Zintuigelijke organen



Sensorische neuronen vangen zintuigelijke informatie op (licht, geluid, geur, smaak of contact met
object) en brengen dit naar de hersenen. In de hersenen zitten interneuronen. Locale interneuronen
analyseren de info en relay neuronen brengt de info van regio naar regio in de hersenen. Vanaf de
hersenen gaat deze info via motor neuronen naar de spieren of klieren.

Neuronen verwerken en verplaatsen sensorische informatie. 4 onderdelen van een neuron:

1. Dendriet: ontvangt info van andere neuronen.
2. Soma (cellichaam): bevat de machinerie die zorgt voor de levensprocessen van de cel.
3. Axon: brengt info in de vorm van een actiepotentiaal van het cellichaam naar de terminale
knoppen.
4. Terminale knoppen: een axon vertakt aan het eind. Aan het eind van die takken zitten
terminale knoppen. Wanneer een actiepotentiaal hier aankomt, dan scheidt die een
chemische stof uit, een neurotransmitter. De neurotransmitters remmen of versterken de
werking van cel die dit ontvangt.



Axoplasmatisch transport is een manier om stoffen te transporteren door de axons langs
microtubuli. anterograde axoplasmatisch transport gaat van de soma naar de terminale knoppen.
Hierbij hecht de stof die vervoerd moet worden aan het eiwit kinesine. Dit eiwit brengt de stof naar
de andere kant van de cel. retrograde axoplasmatisch transport gaat van de terminale knoppen naar
de soma, aan de hand van het eiwit dynein.



Interne structuren van een neuron

 Membraan: scheidt de binnenkant van een neuron van de buitenkant. Bestaat uit een laag
van dubbele lipiden.
 Cytoskelet: een matrix van eiwitstrengen. Geeft vorm aan het neuron.
 Cytoplasma: een soort vloeistof in het neuron. Hierin zitten de organellen, cel organen.
 Nucleus: bevat de nucleolus en de chromosomen.
 Nucleolus: produceert ribosomen
 Ribosomen: produceren eiwitten
 Chromosomen: bevat DNA en de genetische eigenschappen.
$5.77
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
jillvanlogchem

Get to know the seller

Seller avatar
jillvanlogchem Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
3 year
Number of followers
2
Documents
1
Last sold
2 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions