Akoestiek open theorievragen
3.2| Bespreek met betrekking tot de
gedwongen trillen het begrip
amplituderesonantie
↳ schommel
Rode bolletje → wordt niet meer geduwd → A neemt af
F0 = eigen frequentie (schommel)
Fu = duwende frequentie (duwer)
R = wrijving
Hoe minder wrijving hoe hoger de amplitude is.
Het juiste ritme → mooiste amplitude
o De traag of te snel duwen → minder goed schommelen
o Effect aan de vroege kant is slechter dan aan de goede kant
Hoe meer wrijving hoe moeilijker in een grote amplitude te brengen
De top R1 is het belangrijkste, die treedt op als F 0 en Fu gelijk zijn → overdracht van energie is
dan optimaal = resonantie
1
,3.3 en 3.4| Bespreek, vertrekkend vanuit
reactanties, de impedantie van een
trillend stelsel
Reactanties
k = veer met stijfheid
Daaraan gekoppeld een massa m, die probeert te trillen maar heeft last van wrijving
→ in beweging blijven → periodiek duwen met een kracht Fu
A) Stelsel trillen met eigenfrequentie
B) Er is wrijving waardoor verlies van amplitude A en maximale snelheid V max
C) Energieverlies compenseren met een dwingende frequentie Fu
o Fu = A* sin(2*pi*Fu*t)
D) Energieoverdacht is optimaal bij resonatievoorwaarden
o F0 = Fu
E) Teveel
o Trilling toenemen in A en Vmax
Nog 2 vormen van bijzondere hinder(reactantie)
De reactantie tgv de massa Xm = m* ωu
De reactantie tgv de stijfheid Xk = k/ωu
De mate waarin de massa of stijfheid zicht verzet tegen de amplitude- en snelheidstoename
Grote reactantie = erg gehinderd bij het overbrengen van de dwingende kracht
2
, Impedantie
= een maat voor alle hinders die je hebt bij een gedwongen trilling = Z
Vmax = snelheid door je evenwichtpunt
Hoe meer Fu hoe hoger Vmax (RE)
Hoe meer Z hoe lager Vmax (OE)
3 ongemakken
o De wriving R
o De massa-reactantie Xm 90° voorijlt op de snelheid v
o De stijfheid-reactante Xk 90° naijlt op de snelheid v
Xm boven aan, Xk onderaan op de y-as
→ vectoriële som
X = Xm - Xk
Z=
3
3.2| Bespreek met betrekking tot de
gedwongen trillen het begrip
amplituderesonantie
↳ schommel
Rode bolletje → wordt niet meer geduwd → A neemt af
F0 = eigen frequentie (schommel)
Fu = duwende frequentie (duwer)
R = wrijving
Hoe minder wrijving hoe hoger de amplitude is.
Het juiste ritme → mooiste amplitude
o De traag of te snel duwen → minder goed schommelen
o Effect aan de vroege kant is slechter dan aan de goede kant
Hoe meer wrijving hoe moeilijker in een grote amplitude te brengen
De top R1 is het belangrijkste, die treedt op als F 0 en Fu gelijk zijn → overdracht van energie is
dan optimaal = resonantie
1
,3.3 en 3.4| Bespreek, vertrekkend vanuit
reactanties, de impedantie van een
trillend stelsel
Reactanties
k = veer met stijfheid
Daaraan gekoppeld een massa m, die probeert te trillen maar heeft last van wrijving
→ in beweging blijven → periodiek duwen met een kracht Fu
A) Stelsel trillen met eigenfrequentie
B) Er is wrijving waardoor verlies van amplitude A en maximale snelheid V max
C) Energieverlies compenseren met een dwingende frequentie Fu
o Fu = A* sin(2*pi*Fu*t)
D) Energieoverdacht is optimaal bij resonatievoorwaarden
o F0 = Fu
E) Teveel
o Trilling toenemen in A en Vmax
Nog 2 vormen van bijzondere hinder(reactantie)
De reactantie tgv de massa Xm = m* ωu
De reactantie tgv de stijfheid Xk = k/ωu
De mate waarin de massa of stijfheid zicht verzet tegen de amplitude- en snelheidstoename
Grote reactantie = erg gehinderd bij het overbrengen van de dwingende kracht
2
, Impedantie
= een maat voor alle hinders die je hebt bij een gedwongen trilling = Z
Vmax = snelheid door je evenwichtpunt
Hoe meer Fu hoe hoger Vmax (RE)
Hoe meer Z hoe lager Vmax (OE)
3 ongemakken
o De wriving R
o De massa-reactantie Xm 90° voorijlt op de snelheid v
o De stijfheid-reactante Xk 90° naijlt op de snelheid v
Xm boven aan, Xk onderaan op de y-as
→ vectoriële som
X = Xm - Xk
Z=
3