Natuur en techniek 2
Samenvatting
Jongh, H. de, Bussel, F. van & Ottenheim, M. (2015).
Natuur en techniek geven.
Assen: Van Gorcum, hfk. 6, 8, 9 en 10
, De student:
Kent de functies van het skelet;
Geeft vorm en stevigheid aan lichaam + Aan skelet zijn pezen en spieren gehecht --> zorgen
samen met gewrichten voor beweging + Skelet beschermt organen.
Weet hoe de bloedsomloop en de ademhaling bij de mens werkt;
Zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en mens --> gesloten, dubbele bloedsomloop.
(Zuurstofrijk en zuurstofarm bloed van elkaar gescheiden. Hart pompt zuurstofarm bloed
naar longen --> Krijgt zuurstofrijkbloed terug --> Pompt dit het lichaam in --> Komt terug)
2 delen: kleine bloedsomloop (hart-longen-hart) en grote bloedomloop (hart-lichaam-hart)
Begrijpt hoe de mens zich voortplant;
Inwendige bevruchting.
Bevruchting plaatsgevonden --> uit bevruchte eicel groeit embryo of foetus --> met
navelstreng aan moeder verbonden
Navelstreng --> foetus krijgt zuurstof + afvalstoffen worden afgevoerd.
Kent de functies van de verschillende voedingsstoffen;
Vetten --> energiebron --> isolatie kou (onderhuids vetweefsel)
Onverzadigde vetzuren gezonder --> verhogen cholesterolgehalte niet.
Verzadigde vetten wel --> hart- en vaatziektes
Koolhydraten --> gemaakt van suikers.
Koolhydraten --> afgebroken tot glucose --> door bloed naar spieren gebracht --> gebruikt
als energiebron
Eiwitten --> zit in vlees en planten
Lichaam breekt eiwitten af --> kleinste bouwstenen van eiwitten: aminozuren --> uit
aminozuren worden nieuwe eiwitten samengesteld --> vormen basis van botweefsel, de
wand van bloedvaten en huidweefsel.
Enzymen ook gemaakt van eiwitten.
Mineralen --> stoffen zoals calcium, zink, ijzer, koper.
Belangrijke bouwstof verschillende weefsels --> bv:
Calcium --> hoofdbestanddeel botten
Samenvatting
Jongh, H. de, Bussel, F. van & Ottenheim, M. (2015).
Natuur en techniek geven.
Assen: Van Gorcum, hfk. 6, 8, 9 en 10
, De student:
Kent de functies van het skelet;
Geeft vorm en stevigheid aan lichaam + Aan skelet zijn pezen en spieren gehecht --> zorgen
samen met gewrichten voor beweging + Skelet beschermt organen.
Weet hoe de bloedsomloop en de ademhaling bij de mens werkt;
Zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en mens --> gesloten, dubbele bloedsomloop.
(Zuurstofrijk en zuurstofarm bloed van elkaar gescheiden. Hart pompt zuurstofarm bloed
naar longen --> Krijgt zuurstofrijkbloed terug --> Pompt dit het lichaam in --> Komt terug)
2 delen: kleine bloedsomloop (hart-longen-hart) en grote bloedomloop (hart-lichaam-hart)
Begrijpt hoe de mens zich voortplant;
Inwendige bevruchting.
Bevruchting plaatsgevonden --> uit bevruchte eicel groeit embryo of foetus --> met
navelstreng aan moeder verbonden
Navelstreng --> foetus krijgt zuurstof + afvalstoffen worden afgevoerd.
Kent de functies van de verschillende voedingsstoffen;
Vetten --> energiebron --> isolatie kou (onderhuids vetweefsel)
Onverzadigde vetzuren gezonder --> verhogen cholesterolgehalte niet.
Verzadigde vetten wel --> hart- en vaatziektes
Koolhydraten --> gemaakt van suikers.
Koolhydraten --> afgebroken tot glucose --> door bloed naar spieren gebracht --> gebruikt
als energiebron
Eiwitten --> zit in vlees en planten
Lichaam breekt eiwitten af --> kleinste bouwstenen van eiwitten: aminozuren --> uit
aminozuren worden nieuwe eiwitten samengesteld --> vormen basis van botweefsel, de
wand van bloedvaten en huidweefsel.
Enzymen ook gemaakt van eiwitten.
Mineralen --> stoffen zoals calcium, zink, ijzer, koper.
Belangrijke bouwstof verschillende weefsels --> bv:
Calcium --> hoofdbestanddeel botten