100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting vloeiendheid diagnostiek

Rating
-
Sold
1
Pages
34
Uploaded on
07-01-2022
Written in
2021/2022

1 Wat is stotteren? 2 Ontstaan en ontwikkeling van stotteren 3 Diagnostiek 4 Broddelen

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 7, 2022
Number of pages
34
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

Vloeiendheid diagnostiek
Vloeiendheid diagnostiek ........................................................................................................................ 1
1 Wat is stotteren? .................................................................................................................................. 2
1.1 Wat is vloeiendheid? ..................................................................................................................... 2
1.2 Wat is stotteren? ........................................................................................................................... 4
1.2.1 Geïntegreerde visie ................................................................................................................ 4
1.2.2 ICF ........................................................................................................................................... 5
1.2.3 Stotteren: KERNgedrag .................................................................................................... 5
1.2.4 Stotteren: SECUNDAIR gedrag................................................................................................ 6
1.2.4 Stotteren: COVERTE verschijnselen ................................................................................. 8
2 Ontstaan en ontwikkeling van stotteren ............................................................................................ 10
2.1 Chroniciteit vs spontaan herstel.................................................................................................. 10
2.1.1 Ontwikkeling: algemeen verloop.......................................................................................... 10
2.1.2 Primaire factoren........................................................................................................... 10
2.1.3 Secundaire factoren ...................................................................................................... 12
2.1.4 Afwachten of ingrijpen? Behandelen of opvolgen? ...................................................... 12
2.2 Epidemiologie ........................................................................................................................ 13
2.3 Oorzaken en verklaringsmodellen............................................................................................... 13
2.3.1 Genetica................................................................................................................................ 13
2.3.2 Driefactorenmodel ............................................................................................................... 14
2.3.3 Verklaringsmodellen...................................................................................................... 14
2.3.4 Communication-emotional model of stuttering (Conture et al. 2006) ................................ 16
2.3.5 DIVA-model (Civier, Tasko & Guenther 2010) ...................................................................... 17
2.4 Hoe ontwikkelt stotteren zich? ............................................................................................. 18
3 Diagnostiek ......................................................................................................................................... 20
3.1 Assessment .................................................................................................................................. 20
3.2 Detectie ....................................................................................................................................... 20
3.3 Interview/anamnese ................................................................................................................... 22
3.3.1 Stotterernstmeting: meting overt stottergedrag ................................................................. 22
3.3.2 Stotterernstmeting: meting covert stottergedrag ............................................................... 24
3.4 Probleemanalyse ......................................................................................................................... 24
3.4.1 Gedragsanalyse ............................................................................................................. 24
3.4.2 Probleemsamenhang............................................................................................................ 25
3.5 Adviesfase.................................................................................................................................... 25
3.5.1 Bespreking assessmentresultaten ........................................................................................ 25
3.5.2 Advies ................................................................................................................................... 26
4 Broddelen ........................................................................................................................................... 29
4.1 Definitie ....................................................................................................................................... 29
4.2 Kenmerken .................................................................................................................................. 29
4.3 Prevalentie en incidentie....................................................................................................... 32
4.4 Assessment .................................................................................................................................. 32
4.5 Therapiedoelen ........................................................................................................................... 34

, 1 Wat is stotteren?
1.1 Wat is vloeiendheid?
ASHA (1999)
Fluency is the aspect of speech production that refers to the continuity, smoothness, rate and effort
with which phonologic, lexical, morphologic, and/or syntactic language units are spoken.
Starkweather (1984)
1) Het praten verloopt met een zekere snelheid (rate)
2) De klanken volgen elkaar vloeiend op (continuity)
3) Er is een normaal ritme in de spraak (rhythm)
4) De spreker ervaart relatief weinig inspanning (effort)
Starkweather & Givens-Ackerman (1997)
Vloeiende sprekers zijn diegenen die zonder merkbare inspanning lange reeksen van syllaben kunnen
produceren, door een adequate combinatie van snelheid en continuiteit

Soorten vloeiendheid
- Spraakvloeiendheid: vloeiende motorische spraakproductie
- Taalvloeiendheid: m.b.t. woordvinding en zinsformulering
o Semantische vloeiendheid: vlotheid waarmee men woorden kan oproepen uit een
pool van lexicale items
o Syntactische vloeiendheid: vlotheid waarmee sprekers complexe zinnen opbouwen
die linguïstisch complexe structuren bevatten
o Pragmatische vloeiendheid: vlotheid waarmee men kent en kan uitvoeren wat men
wil zeggen in reactie op een gamma van situatieve elementen
o Fonologische vloeiendheid: het gemak waarmee men binnen betekenisvolle en
complexe taalunits lange en complexe klankketens kan produceren
➔Personen die stotteren kunnen stotteren, maar tegelijk wel talig vloeiend zijn.

Ham (1990)
De vloeiendheid is afwijkend wanneer de inspanning voor planning en uitvoering overmatig is,
wanneer onvloeiendheden optreden aan een frequentie en/of in een mate die niet past bij de leeftijd
van de spreker, of wanneer het spreekritme atypisch is of van die aard dat het de spraakproductie
belemmert of verstoort.

Uitdagingen
- Wanneer wordt afwijkende vloeiendheid
abnormaal?
- Vanaf welke mate van afwijkende
vloeiendheid kunnen we spreken over
stotteren?
- Kunnen we een kind diagnosticeren als
“stotterend”, gegeven het feit dat
onvloeiendheid een verwacht en relatief
normaal onderdeel vormt van de spraak-
en taalverwerving?

,- KDNS op peuter-kleuterleeftijd gemiddeld 6-8 onvloeiendheden (alle types)/100 syllaben.
Volwassenen: gemiddeld 5%.
- KDS op peuter-kleuterleeftijd: gem. 17 onvloeiendheden/100 syllaben
- Hogere percentages (19-20%) werden gevonden dichter bij de aanvang (“onset”) van het
stotteren
- Met stijgende leeftijd treedt er een afname op van het aantal woordherhalingen, stille
pauzes en zinsrevisies en een toename van het aantal opgevulde pauzes (tussenvoegsels)
- Ongeacht hun leeftijd: kinderen die stotteren hebben meer stuttering like disfluencies dan
kinderen die niet stotteren
- Als groep produceren jonge KDS min. 3 à 4 SLD /100 syllaben, terwijl KDNS minder dan 3%
- Proportioneel tgo. het totale aantal onvloeiendheden is het % SLD bij KDNS steeds <50% en
meestal rond 35% (Yairi, 1997)
- Bij KDS maken de SLD gemiddeld voor 65% deel uit van het totale aantal onvloeiendheden;
dus bijna het dubbel van de KDNS (Ambrose & Yairi, 1999)
- Ten minste 3 SLD/100 syllaben = KDS of “at risk” voor stotteren!
- Hoe hoger de proportie stuttering like disfluencies tegenover het totale aantal
spraakonvloeiendheden, hoe groter de kans dat luisteraars het kind zullen beoordelen als
stotterend.

, 1.2 Wat is stotteren?
DSM 5 (2013)
Childhood-onset fluency disorder* is a communication disorder characterized by a disturbance in the
flow and timing of speech that is inappropriate for an individual’s age.
Also referred to as stuttering, this condition includes the repetition or prolongation of speech sounds,
hesitations before and during speaking, long pauses in speech, effortful speech, and/or monosyllabic
whole-word repetitions.
This condition is typically accompanied by anxiety about speaking and can place limitations on how
comfortable a child feels participating in social or academic environments.
Symptoms of childhood-onset fluency disorder develop between the ages of 2 and 7, with 80 to 90
percent of cases developing by age 6. While mild stuttering is common in children who are learning to
speak, this behavior becomes a fluency disorder when it persists over time and causes distress in the
child. Stuttering is more commonly found among males than females.
*andere: neurogeen, farmacogeen, psychogeen, gesimuleerd
- Symptomen
o Repetition of syllables, sounds, or monosyllabic words
o Prolonging the vocalization of consonants and vowels
o Broken words (e.g., pauses within a word)
o Filled or unfilled pauses in speech
o Word substitution to avoid problematic words
o Words produced with an excess of physical tension (e.g., head jerking, fist clenching)
o Frustration or embarrassment related to speech

1.2.1 Geïntegreerde visie
Het 4CM model is een multifactorieel model
waarin de basisstructuur van stotteren wordt
beschreven aan de hand van vier componenten.
- Stotteren kan hiermee in een
theoretisch model en praktisch
werkkader geplaats worden.
- De centrale verbale, cognitieve en
emotionele component vormen de
kernen en worden omgeven door de
vierde sociale component.
o Verbale component: stotteren
gaat gepaard met hoorbaar
en/of zichtbaar (uitwendig) en onhoorbaar en/of onzichtabar (inwendig) spraak-,
taal- en motorisch gedrag.
o Cognitieve component: iemands zelfbeeld wordt gevormd door de gedachten die hij
heeft over zichzelf in relatie tot de omgeving. Niet-vloeiend spreken kan een grote
invloed hebben op het zelfbeeld.
o Emotionele component: voor, tijdens of na het spreken kan er sprake zijn van
specifieke emoties.
o Sociale component: stotteren is een communicatiestoornis die mede wordt
beïnvloed door factoren op interpersoonlijk vlak. Het kan leiden tot een verstoorde
interactie tussen de persoon die stottert en zijn omgeving.
- Het 4CM biedt
$5.98
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
feebourgeois Thomas More Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
83
Member since
4 year
Number of followers
45
Documents
28
Last sold
5 months ago

4.1

7 reviews

5
4
4
2
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions