Samenvatting Passages 5
Hoofdstuk 1: Individu
Proloog
- Vandaag is samenleving op het individu gemaakt:
o Bv. economie: winst
o Bv. op restaurant gaan
o Bv. kledij kopen die we zelf kiezen
- Leven we te individualistisch?
o Sommige experten denken van wel
o Maar sinds wanneer kennen we individualisme?
- Wortels gaan terug eind 18de/19de eeuw
o Burgerij: nieuwe sociale klasse na de Franse Revolutie
Positie tussen adel en het gewone volk
Streven naar vernieuwing
Invloed adel en staat terugdringen
Zoeken eigen identiteit
o Individu als uitgangspunt burgerlijk denken
1. Mensen van soorten
- Bevolking
o 1804: 1 miljard vandaag: 6.5 miljard mensen
o 1927: 2 miljard snelste groei: - Afrika
- Azië
- L- Amerika
o Vooral geboortecijfers die hoger liggen dan sterftecijfers
Fases
- Midden achttiende eeuw:
o Europese bevolking begon fel te groeien
o Niet door economische groei! (ook bv. in Rusland)
o Niet geboorte die stijgt (blijft hoog: 7 kinderen)
- Dalend sterftecijfer door verschillende oorzaken:
o Verbeteren landbouwtechnieken meer voedsel
beter bestand tegen ziektes
bv. aardappel (vitamines, prijs)
o Aandacht voor persoonlijke hygiëne: zeep
ondergoed
o Eind 19de eeuw: stromend water ( ziektes)
- Vooruitgang wetenschap:
o Vaccin tegen de pokken (= belangrijkste oorzaak kindersterfte)
o Meer kennis over: - tuberculose (longaandoening)
- cholera (dodelijke buikgriep)
1
, - Vooral stijging in de steden: arbeidskrachten
stijgen nood voedsel, kleren, brandstof
dalende lonen
vraag groter dan aanbod levensmiddelen:
prijs stijgt
schaarste, dus armoede
- Thomas Malthus (1798):
o ‘als de bevolkingsgroei niet zou afnemen, ziet de toekomst er niet
goed uit’
o Oplossingen: dalingen door: - natuur (rampen, ouderdom)
- ellende (oorlog, ziektes, honger)
- ondeugd (moord, homo)
moreel sterk zijn: geen seks buiten huwelijk
o Men begint na te denken hoe het geboortecijfer doen dalen
- Laatste kwart 19de eeuw – begin 20ste eeuw
o Daling Europees geboortecijfer
Reclame voorbehoedsmiddelen
Groeiende openheid over gezinsplanning
o Sociaaleconomische veranderingen
Vrouwen werken meer buitenshuis
Koopkracht stijgt
Opkomst sociaal vangnet
Invoering leerplicht
Daling geboortecijfer waar het goed ging
- Demografische transitie
o Van hoge geboorte- en sterftecijfers naar lage GC en SC
o In Europa in 20ste eeuw ook in andere gebieden
o Vandaag: Afrika, Zuidoost-Azië
Klassen
- Verschillen geboorte- en sterftecijfer:
o Tussen verschillende landen
o Tussen de verschillende klassen
- Nieuw idee: klassen standen (ancien régime):
Voorrechten voor adel en geestelijken
Geboren in bepaalde stand
Verdween met Franse Revolutie
o Burgers werden onderdanen = vorm van gelijkheid
o Economisch andere groepen = ongelijkheid
Bv. onderscheid boeren en fabrieksarbeiders
Tussen gewone mensen en adel: ‘burgerij’/’bourgeoisie’
Lagere burgerij: werken in dienstensector (onderwijzers,
ambtenaren, winkeliers, …)
Hogere burgerij: intellectuele elite (professoren,
ondernemers, artsen, advocaten)
2
, - Sociale mobiliteit: mogelijkheid om te stijgen en dalen in klasse
o Hoe hoger op de ladder: rijker = meer keuzevrijheid
armen = slechtste levensomstandigheden
- Niet even dichtbevolkt:
o Veel meer arbeiders en boeren
België 80% boer of arbeider
Hangt af van industrialisering (boeren arbeiders)
o Vanaf late 19de eeuw meer burgerlijke beroepen (sociaal mobiel)
o Politieke invloed!
Wetten gemaakt door zeer rijke boeren, burgers, edelen
Maar boeren organiseren zich in belangengroepen
Streven naar gelijke rechten
2. Burgerlijk leven
- 19de eeuw = eeuw van de burgerij
o Introductie politieke overtuigingen
o Introductie economische principes
o Introductie levensstijl
- Verschillen tussen burgers
o Van land tot land
o Van stad tot stad
o Niet allemaal rijk
- Stedelijk leven
o Rijke, gemeubileerde woonst en/of buitenverblijf
o Indruk nalaten = belangrijk
Wonen
- Huis/appartement
o Kinderen eigen kamer = ondenkbaar bij arbeiders/boeren
o Privacy boeren/arbeiders: slapen in bedsteden
Bedden tegen muur woonkamer
Afsluiten met luiken of gordijnen
o Verbonden kamers door gangen
o Vooral huren: sociaal mobiel blijven
- Allerrijksten:
o aparte badkamers met een slot
o Speciale plek om gasten te ontvangen: ontvangstkamer
atelier arbeiders
o Spreekkamer voor advocaten of dokters
o Eigen bibliotheek
- Personeel:
o Kelders: keuken/washoek voor knechten
o Zolders: slaapplaats personeel (via afgescheiden trap)
Mode
- Kleding als middel om zich te onderscheiden
3
, o Geïnspireerd op adel, maar evolueerde snel
o Nieuwe industrie: productie stoffen
o Parijs en Londen als toonaangevende modesteden
- Vrouwenkleding:
o Aanvankelijk Grieks/Romeinse stijl: los rond lichaam
o Later:
verlaagde en versmalde taille
Accentueren: wijde rokken
Nadien met houten of stalen constructie = crinoline
Mouwen breder en onhandiger
Ideaal van de wespentaille
- Mannenkledij:
o Lange broek tot 19de eeuw:
Kniebroek
Lange kousen
Lakschoenen/laarzen
o Bijzonder smalle broek
o Versoberd kleurenpalet: grijs, zwart en wit
- Kinderkledij:
o Dezelfde kleren als volwassenen (maat kleiner)
o Ook kleren om in te spelen
Geloof
- Geloof verder ter discussie stellen
o 17de eeuw: enkelingen die kritisch zijn over de Bijbel
o 18de eeuw: verlichte filosofen: Denis Diderot en Voltaire
Deïsme: god heeft de wereld geschapen, maar daarna de
schepping aan de mens overgelaten.
- Zelfstandig handelende en redelijke mens
o Ontwikkeling van de wetenschap
Verder gaan dan deïsme: Charles Darwin
o Intellectuelen, politici, industriëlen: plaats voor het individu
- Stimulansen om kritisch te geloven
o Tijdswinst: niet meer bidden en bezinnen studie en bezigheden
o Niet meer schamen voor rijkelijke levensstijl
o Afschaffing van staatsgodsdienst
- Vernieuwingen mochten niet te ver gaan voor burgerij :
o Mochten niet ‘revolutionair’ worden: vrijheidsideaal, niet
broederlijk- of gelijkheid
o Voordeel Bijbel: rechtvaardiging voor ongelijkheid
Sociale orde door God gewild (niet veranderen)
Op die manier beloof toch belangrijk
- Kritiek op burgerij
o Niemand noemde haar revolutionair
4
Hoofdstuk 1: Individu
Proloog
- Vandaag is samenleving op het individu gemaakt:
o Bv. economie: winst
o Bv. op restaurant gaan
o Bv. kledij kopen die we zelf kiezen
- Leven we te individualistisch?
o Sommige experten denken van wel
o Maar sinds wanneer kennen we individualisme?
- Wortels gaan terug eind 18de/19de eeuw
o Burgerij: nieuwe sociale klasse na de Franse Revolutie
Positie tussen adel en het gewone volk
Streven naar vernieuwing
Invloed adel en staat terugdringen
Zoeken eigen identiteit
o Individu als uitgangspunt burgerlijk denken
1. Mensen van soorten
- Bevolking
o 1804: 1 miljard vandaag: 6.5 miljard mensen
o 1927: 2 miljard snelste groei: - Afrika
- Azië
- L- Amerika
o Vooral geboortecijfers die hoger liggen dan sterftecijfers
Fases
- Midden achttiende eeuw:
o Europese bevolking begon fel te groeien
o Niet door economische groei! (ook bv. in Rusland)
o Niet geboorte die stijgt (blijft hoog: 7 kinderen)
- Dalend sterftecijfer door verschillende oorzaken:
o Verbeteren landbouwtechnieken meer voedsel
beter bestand tegen ziektes
bv. aardappel (vitamines, prijs)
o Aandacht voor persoonlijke hygiëne: zeep
ondergoed
o Eind 19de eeuw: stromend water ( ziektes)
- Vooruitgang wetenschap:
o Vaccin tegen de pokken (= belangrijkste oorzaak kindersterfte)
o Meer kennis over: - tuberculose (longaandoening)
- cholera (dodelijke buikgriep)
1
, - Vooral stijging in de steden: arbeidskrachten
stijgen nood voedsel, kleren, brandstof
dalende lonen
vraag groter dan aanbod levensmiddelen:
prijs stijgt
schaarste, dus armoede
- Thomas Malthus (1798):
o ‘als de bevolkingsgroei niet zou afnemen, ziet de toekomst er niet
goed uit’
o Oplossingen: dalingen door: - natuur (rampen, ouderdom)
- ellende (oorlog, ziektes, honger)
- ondeugd (moord, homo)
moreel sterk zijn: geen seks buiten huwelijk
o Men begint na te denken hoe het geboortecijfer doen dalen
- Laatste kwart 19de eeuw – begin 20ste eeuw
o Daling Europees geboortecijfer
Reclame voorbehoedsmiddelen
Groeiende openheid over gezinsplanning
o Sociaaleconomische veranderingen
Vrouwen werken meer buitenshuis
Koopkracht stijgt
Opkomst sociaal vangnet
Invoering leerplicht
Daling geboortecijfer waar het goed ging
- Demografische transitie
o Van hoge geboorte- en sterftecijfers naar lage GC en SC
o In Europa in 20ste eeuw ook in andere gebieden
o Vandaag: Afrika, Zuidoost-Azië
Klassen
- Verschillen geboorte- en sterftecijfer:
o Tussen verschillende landen
o Tussen de verschillende klassen
- Nieuw idee: klassen standen (ancien régime):
Voorrechten voor adel en geestelijken
Geboren in bepaalde stand
Verdween met Franse Revolutie
o Burgers werden onderdanen = vorm van gelijkheid
o Economisch andere groepen = ongelijkheid
Bv. onderscheid boeren en fabrieksarbeiders
Tussen gewone mensen en adel: ‘burgerij’/’bourgeoisie’
Lagere burgerij: werken in dienstensector (onderwijzers,
ambtenaren, winkeliers, …)
Hogere burgerij: intellectuele elite (professoren,
ondernemers, artsen, advocaten)
2
, - Sociale mobiliteit: mogelijkheid om te stijgen en dalen in klasse
o Hoe hoger op de ladder: rijker = meer keuzevrijheid
armen = slechtste levensomstandigheden
- Niet even dichtbevolkt:
o Veel meer arbeiders en boeren
België 80% boer of arbeider
Hangt af van industrialisering (boeren arbeiders)
o Vanaf late 19de eeuw meer burgerlijke beroepen (sociaal mobiel)
o Politieke invloed!
Wetten gemaakt door zeer rijke boeren, burgers, edelen
Maar boeren organiseren zich in belangengroepen
Streven naar gelijke rechten
2. Burgerlijk leven
- 19de eeuw = eeuw van de burgerij
o Introductie politieke overtuigingen
o Introductie economische principes
o Introductie levensstijl
- Verschillen tussen burgers
o Van land tot land
o Van stad tot stad
o Niet allemaal rijk
- Stedelijk leven
o Rijke, gemeubileerde woonst en/of buitenverblijf
o Indruk nalaten = belangrijk
Wonen
- Huis/appartement
o Kinderen eigen kamer = ondenkbaar bij arbeiders/boeren
o Privacy boeren/arbeiders: slapen in bedsteden
Bedden tegen muur woonkamer
Afsluiten met luiken of gordijnen
o Verbonden kamers door gangen
o Vooral huren: sociaal mobiel blijven
- Allerrijksten:
o aparte badkamers met een slot
o Speciale plek om gasten te ontvangen: ontvangstkamer
atelier arbeiders
o Spreekkamer voor advocaten of dokters
o Eigen bibliotheek
- Personeel:
o Kelders: keuken/washoek voor knechten
o Zolders: slaapplaats personeel (via afgescheiden trap)
Mode
- Kleding als middel om zich te onderscheiden
3
, o Geïnspireerd op adel, maar evolueerde snel
o Nieuwe industrie: productie stoffen
o Parijs en Londen als toonaangevende modesteden
- Vrouwenkleding:
o Aanvankelijk Grieks/Romeinse stijl: los rond lichaam
o Later:
verlaagde en versmalde taille
Accentueren: wijde rokken
Nadien met houten of stalen constructie = crinoline
Mouwen breder en onhandiger
Ideaal van de wespentaille
- Mannenkledij:
o Lange broek tot 19de eeuw:
Kniebroek
Lange kousen
Lakschoenen/laarzen
o Bijzonder smalle broek
o Versoberd kleurenpalet: grijs, zwart en wit
- Kinderkledij:
o Dezelfde kleren als volwassenen (maat kleiner)
o Ook kleren om in te spelen
Geloof
- Geloof verder ter discussie stellen
o 17de eeuw: enkelingen die kritisch zijn over de Bijbel
o 18de eeuw: verlichte filosofen: Denis Diderot en Voltaire
Deïsme: god heeft de wereld geschapen, maar daarna de
schepping aan de mens overgelaten.
- Zelfstandig handelende en redelijke mens
o Ontwikkeling van de wetenschap
Verder gaan dan deïsme: Charles Darwin
o Intellectuelen, politici, industriëlen: plaats voor het individu
- Stimulansen om kritisch te geloven
o Tijdswinst: niet meer bidden en bezinnen studie en bezigheden
o Niet meer schamen voor rijkelijke levensstijl
o Afschaffing van staatsgodsdienst
- Vernieuwingen mochten niet te ver gaan voor burgerij :
o Mochten niet ‘revolutionair’ worden: vrijheidsideaal, niet
broederlijk- of gelijkheid
o Voordeel Bijbel: rechtvaardiging voor ongelijkheid
Sociale orde door God gewild (niet veranderen)
Op die manier beloof toch belangrijk
- Kritiek op burgerij
o Niemand noemde haar revolutionair
4