Radiologie RD, week 2:
Bij delen van lichaam tot 10 cm dik heb je geen strooistralenrooster nodig.
De stralingsrichting wordt altijd aangeduid met 2 termen; de eerste term geeft aan waar de
stralenbundel de patiënt naar binnentreedt. De tweede geeft aan waar de straling het lichaam weer
verlaat.
Anterior (=voorkant): straling treedt aan de voorkant van de patiënt binnen (=anteroposterieur
(AP)) en aan de achterkant (posterior) uit.
Posterior (=achterkant): straling treedt aan de achterkant binnen en gaat aan de voorkant (anterior)
er weer uit (=posteroanterieur (PA))
Ventraal : straling komt aan de buikzijde naar binnen (venter=buik) geldt alleen bij ventrodorsaal
=VD
Dorsaal : straling komt aan de rugzijde naar binnen (dorsum=rug) geldt alleen bij dorsoventraal =DV
Dit hierboven geldt allemaal voor de thorax en abdomen maar Voor de handen en voeten gebruik je
andere termen (deze kun je namelijk draaien en spreek je dus niet van rug of buikzijde:
Dorsovolair/dorsopalmair : (dorsum=rug van de hand) en vola/palmair=handpalm)
Dorsoplantair : gebruiken voor de voeten (planta=zool)
Laterale richting (/sinistrodexter SD of dextrosinister DS) : straling treedt links in en rechts uit of
rechts in en links uit . (geldt voor de thorax en abdomen)
Voor de extremiteiten (armen en benen) geldt:
Straling gaat van mediaal (binnen) naar lateraal (buiten) (mediolaterale opname)
Straling gaat van lateraal (buiten) naar mediaal (binnen) (lateromediale opname)
Axiale opname : stralenrichting loopt evenwijdig aan de lichaams-as van de patiënt. ??
Rechter anterior oblique (RAO) : straling gaat van schuin rechtsvoor naar linksachter (ookwel AP)
(patiënt draait rechterzijde van lichaam naar voren (=rechter voorste schuine RVS). Bij PA gaan de
stralen van links achter naar rechts voor.
Linker anterior oblique (LAO) : straling gaat van schuin links naar rechts achter (ookwel AP) (patiënt
draait linkerzijde naar voren (=linker voorste schuine LVS)). En bij PA gaan de stralen van rechts
achter naar links voor.
Craniaal : in de richting van het schedel. Craniocaudaal = van boven naar beneden & caudocraniaal =
van beneden naar boven. Dit gebeurt vaak schuin onder een hoek van bijvoorbeeld 15 a 25 graden
craniocaudaal: of caudocraniaal:
Caudaal : in de richting van de voeten/staart.
, Bij extremiteiten geldt dit natuurlijk weer anders;
Proximaal: in de richting van de romp
Distaal : van het lichaam af (naar de handen en voeten toe)
Tangentieel : het is geen stralenrichting mar de centraalstraal schampt (=raakt) het betreffende
object. (je krijgt een plaatje van bv alleen een elleboog en niet meer (dit krijg je door elleboog
helemaal te buigen)) is bedoeld voor uitsteeksel van het lichaam.
Al deze stralingsrichtingen zijn er zodat alle plaatjes ongeveer op elkaar lijken en de verschillen
tussen elke patiënt wordt geminimaliseerd.
Samenvattend:
Ventraal Vooraanzicht
Dorsaal Achteraanzicht
Craniaal Naar het hoofduiteinde toe
Caudaal Naar het sluitbeenuiteinde toe
Volair of palmair Richting de handpalm
Lateraal Zijdelings, weg van het midden
Axiaal In de richting van het as
Proximaal Naar de romp toe
Distaal Naar het uiteinde van de ledematen
RAO (kantel rechterkant omhoog)
LAO (kantel linkerkant omhoog)
Anterior Naar voren of buikwaarts
Posterior Naar achteren of rugwaarts
Bij deze patiënt maken we een dorso-volair. Hierbij gaat de straling van de rug van de hand naar de
palm van de hand. De patiënt heeft zijn hand erg bezeerd, de hand kunnen we daarom niet goed
omdraaien en dus doen we dorsovolair.
Fractuur : breuk (#)= afkorting
Zwelling MCP = Meta Carpo Phalangeale = zwelling aan de knokkels
MCP 2-4 = de 2e tot 4e vingers. 1e straal is de duim en 5e straal is de pink
Bij delen van lichaam tot 10 cm dik heb je geen strooistralenrooster nodig.
De stralingsrichting wordt altijd aangeduid met 2 termen; de eerste term geeft aan waar de
stralenbundel de patiënt naar binnentreedt. De tweede geeft aan waar de straling het lichaam weer
verlaat.
Anterior (=voorkant): straling treedt aan de voorkant van de patiënt binnen (=anteroposterieur
(AP)) en aan de achterkant (posterior) uit.
Posterior (=achterkant): straling treedt aan de achterkant binnen en gaat aan de voorkant (anterior)
er weer uit (=posteroanterieur (PA))
Ventraal : straling komt aan de buikzijde naar binnen (venter=buik) geldt alleen bij ventrodorsaal
=VD
Dorsaal : straling komt aan de rugzijde naar binnen (dorsum=rug) geldt alleen bij dorsoventraal =DV
Dit hierboven geldt allemaal voor de thorax en abdomen maar Voor de handen en voeten gebruik je
andere termen (deze kun je namelijk draaien en spreek je dus niet van rug of buikzijde:
Dorsovolair/dorsopalmair : (dorsum=rug van de hand) en vola/palmair=handpalm)
Dorsoplantair : gebruiken voor de voeten (planta=zool)
Laterale richting (/sinistrodexter SD of dextrosinister DS) : straling treedt links in en rechts uit of
rechts in en links uit . (geldt voor de thorax en abdomen)
Voor de extremiteiten (armen en benen) geldt:
Straling gaat van mediaal (binnen) naar lateraal (buiten) (mediolaterale opname)
Straling gaat van lateraal (buiten) naar mediaal (binnen) (lateromediale opname)
Axiale opname : stralenrichting loopt evenwijdig aan de lichaams-as van de patiënt. ??
Rechter anterior oblique (RAO) : straling gaat van schuin rechtsvoor naar linksachter (ookwel AP)
(patiënt draait rechterzijde van lichaam naar voren (=rechter voorste schuine RVS). Bij PA gaan de
stralen van links achter naar rechts voor.
Linker anterior oblique (LAO) : straling gaat van schuin links naar rechts achter (ookwel AP) (patiënt
draait linkerzijde naar voren (=linker voorste schuine LVS)). En bij PA gaan de stralen van rechts
achter naar links voor.
Craniaal : in de richting van het schedel. Craniocaudaal = van boven naar beneden & caudocraniaal =
van beneden naar boven. Dit gebeurt vaak schuin onder een hoek van bijvoorbeeld 15 a 25 graden
craniocaudaal: of caudocraniaal:
Caudaal : in de richting van de voeten/staart.
, Bij extremiteiten geldt dit natuurlijk weer anders;
Proximaal: in de richting van de romp
Distaal : van het lichaam af (naar de handen en voeten toe)
Tangentieel : het is geen stralenrichting mar de centraalstraal schampt (=raakt) het betreffende
object. (je krijgt een plaatje van bv alleen een elleboog en niet meer (dit krijg je door elleboog
helemaal te buigen)) is bedoeld voor uitsteeksel van het lichaam.
Al deze stralingsrichtingen zijn er zodat alle plaatjes ongeveer op elkaar lijken en de verschillen
tussen elke patiënt wordt geminimaliseerd.
Samenvattend:
Ventraal Vooraanzicht
Dorsaal Achteraanzicht
Craniaal Naar het hoofduiteinde toe
Caudaal Naar het sluitbeenuiteinde toe
Volair of palmair Richting de handpalm
Lateraal Zijdelings, weg van het midden
Axiaal In de richting van het as
Proximaal Naar de romp toe
Distaal Naar het uiteinde van de ledematen
RAO (kantel rechterkant omhoog)
LAO (kantel linkerkant omhoog)
Anterior Naar voren of buikwaarts
Posterior Naar achteren of rugwaarts
Bij deze patiënt maken we een dorso-volair. Hierbij gaat de straling van de rug van de hand naar de
palm van de hand. De patiënt heeft zijn hand erg bezeerd, de hand kunnen we daarom niet goed
omdraaien en dus doen we dorsovolair.
Fractuur : breuk (#)= afkorting
Zwelling MCP = Meta Carpo Phalangeale = zwelling aan de knokkels
MCP 2-4 = de 2e tot 4e vingers. 1e straal is de duim en 5e straal is de pink