Girale ssel
Het hart, de nieten en de hersenen worden beinvloed met een eindarterie en word zo van zuurstof
voorzien. Deze organen zijn dus gevoelig voor een infarct doordat als er hier dan iets misgaat dan zal
er dus een heel stuk gaan afsterven.
bouwdatum voet
ËËË
Craniaal Caudaal
Aorta
Truncus pulmonaris
Venae cavae cranialis Venae cavae caudalis
÷ Tricus pedalis klep
Rechter atrium Linker atrium
Septum interatriales
Musculi pectinati
Mitrales klep
:
3 klepjes 2 klepjes
Rechter Linker
Chordae tendineae ventrikel ventrikel
Septum interventricularis
Musculi papillaris
Trabeculae septomarginales
Het hart is een kegelvormige holle spier die in de thorax ligt tussen de twee platen van het mediastinum.
De apex cordis is bij onze huisdieren caudoventraal gericht en de basis cordis craniodorsaal. Het hart
zal zich 90 graden draaien naar links langs de dorsoventrale as waardoor het rechterhart craniaal komt
te liggen en het linker hart caudaal. Vandaar dat we zullen gaan speken van de facies auricularis van
het hart, als we naar de linkerzijde van het dier, en de facies atrialis als we naar de rechterzijde kijken.
Het hart bestaat uit vier delen, twee atria of voorkamers en twee ventrikels of kamers. Het linker en
rechter atrium worden van elkaar gescheiden door het septum interatriale, de ventrikels door het septum
interventriculare.
De horizontale scheiding tussen het atrium en ventrikel komt door het septum intermedium maar deze
scheiding is onvolledig en de bindweefselmembraan in beide harthelften noemen we de annulus fibrosus
waarin we een opening terugvinden, het ostium atrioventriculare.
1
IJ
, De opening bevat de atrioventriculaire kleppen die de openingen dus kunnen afsluiten. Elke klep bestaat
uit twee of drie slippen of cuspes. Aan de onderzijde van de klep vertrekken peesvezels, chordae
tendineae, die eindigen op tepelvormige spiertjes in de ventrikelwand, de musculi papillares. De chordae
tendineae gaan schranken dus als de musculus papillaris gaat samentrekken gaan beide kleppen
aangetrokken worden.
In de ventrikels vinden we balkvormige verhevenheden terug, de trabeculae carneae, dit zijn
overblijfselen na apoptose van de dikke ventrikelwand. In de ventrikels komen ook verbindingen tussen
het septum interventriculare en de ventrikelwand voor, deze worden de trabeculae septomarginales
genoemd.
We zien dat het atrium zich zal vergroten door het aanmaken van bijkomende structuren, de
hartoortjes of de auriculae, deze zijn aan de dorsale zijde als flappen zichtbaar.
Aorta Truncus pulmonalis
Auricula dextra
Auricula sinistra
Sulcus coronarius
Rechter atrium Ramus interventricularis
paraconalis
Arteria coronaria sinistra Sulcus interventricularis
paraconalis
Vena cordis magna Proximal collateral branch
Rechter ventrikel Linker ventrikel
Distal collateral branch
Apical notch
Apex cordis
2
Het hart, de nieten en de hersenen worden beinvloed met een eindarterie en word zo van zuurstof
voorzien. Deze organen zijn dus gevoelig voor een infarct doordat als er hier dan iets misgaat dan zal
er dus een heel stuk gaan afsterven.
bouwdatum voet
ËËË
Craniaal Caudaal
Aorta
Truncus pulmonaris
Venae cavae cranialis Venae cavae caudalis
÷ Tricus pedalis klep
Rechter atrium Linker atrium
Septum interatriales
Musculi pectinati
Mitrales klep
:
3 klepjes 2 klepjes
Rechter Linker
Chordae tendineae ventrikel ventrikel
Septum interventricularis
Musculi papillaris
Trabeculae septomarginales
Het hart is een kegelvormige holle spier die in de thorax ligt tussen de twee platen van het mediastinum.
De apex cordis is bij onze huisdieren caudoventraal gericht en de basis cordis craniodorsaal. Het hart
zal zich 90 graden draaien naar links langs de dorsoventrale as waardoor het rechterhart craniaal komt
te liggen en het linker hart caudaal. Vandaar dat we zullen gaan speken van de facies auricularis van
het hart, als we naar de linkerzijde van het dier, en de facies atrialis als we naar de rechterzijde kijken.
Het hart bestaat uit vier delen, twee atria of voorkamers en twee ventrikels of kamers. Het linker en
rechter atrium worden van elkaar gescheiden door het septum interatriale, de ventrikels door het septum
interventriculare.
De horizontale scheiding tussen het atrium en ventrikel komt door het septum intermedium maar deze
scheiding is onvolledig en de bindweefselmembraan in beide harthelften noemen we de annulus fibrosus
waarin we een opening terugvinden, het ostium atrioventriculare.
1
IJ
, De opening bevat de atrioventriculaire kleppen die de openingen dus kunnen afsluiten. Elke klep bestaat
uit twee of drie slippen of cuspes. Aan de onderzijde van de klep vertrekken peesvezels, chordae
tendineae, die eindigen op tepelvormige spiertjes in de ventrikelwand, de musculi papillares. De chordae
tendineae gaan schranken dus als de musculus papillaris gaat samentrekken gaan beide kleppen
aangetrokken worden.
In de ventrikels vinden we balkvormige verhevenheden terug, de trabeculae carneae, dit zijn
overblijfselen na apoptose van de dikke ventrikelwand. In de ventrikels komen ook verbindingen tussen
het septum interventriculare en de ventrikelwand voor, deze worden de trabeculae septomarginales
genoemd.
We zien dat het atrium zich zal vergroten door het aanmaken van bijkomende structuren, de
hartoortjes of de auriculae, deze zijn aan de dorsale zijde als flappen zichtbaar.
Aorta Truncus pulmonalis
Auricula dextra
Auricula sinistra
Sulcus coronarius
Rechter atrium Ramus interventricularis
paraconalis
Arteria coronaria sinistra Sulcus interventricularis
paraconalis
Vena cordis magna Proximal collateral branch
Rechter ventrikel Linker ventrikel
Distal collateral branch
Apical notch
Apex cordis
2