CE4 formules
Bedrijfsresultaat= brutowinst- exploitatiekosten
Exploitatiekosten= bedrijfskosten + afschrijvingen
Pand eindwaarde= beginwaarde + investeringen- desinvesteringen- afschrijvingen.
Inventaris eindwaarde= beginwaarde + investeringen- desinvesteringen- afschrijvingen.
Machines eindwaarde= beginwaarde + investeringen – desinvesteringen- afschrijvingen.
Voorraden eindwaarde= beginwaarde + inkopen – inkoopwaarde van de omzet.
Debiteuren eindwaarde= beginwaarde + verkopen op rekening – ontvangsten van debiteuren.
Liquide middelen eindsaldo= beginsaldo + ontvangsten- uitgaven.
Eigen vermogen eindwaarde= beginwaarde + winstsaldo – priveopnamen + privestortingen.
Banklening eindwaarde= beginwaarde lening + extra lening- aflossingen.
Crediteuren eindwaarde= beginsaldo + inkopen op rekening – betalingen aan crediteuren.
Nog te betalen rente eindwaarde= beginwaarde + rentekosten boekjaar – betaalde rente.
Current ratio= vaste activia/ vlottende schulden= voorraden+ debiteuren + liquide middelen +
overige kortlopende activa/ kort vreemd vermogen.
Als we de voorraad snel in geld kunnen omzetten tegen de waarde waarvoor zij op de balans staat,
kunnen we haar beschouwen als een middel om op korte termijn betalingen te verrichten. In dat
geval geniet de ‘current ratio’ de voorkeur. hoge omzetsnelheid van de gemiddelde voorraad
gebruiken we in het algemeen de ‘current ratio’
Quick ratio= (vlottende activa minus voorraden)/ vlottende schulden= (debiteuren +liquide middelen
+ overige kortlopende activa exclusief voorraden) / kort vreemd vermogen.
ls de omzetsnelheid van de voorraad laag is en/of de voorraad alleen snel kan worden verkocht als
men genoegen neemt met een lage opbrengst (lager dan de balanswaarde) dat dan de ‘quick ratio’
de voorkeur geniet. In dat geval laten we de voorraad dus buiten beschouwing in de formule. Een
voorbeeld van een bedrijf waarbij we met de quick ratio werken is een antiekzaak.
Netto werkkapitaal= vlottende activa- vlottende schulden
Solvabiliteit= eigen vermogen/ totaal vermogen x 100%
Debt ratio= vreemd vermogen / totaal vermogen x 100%
REV= netto winst/ gemiddeld eigen vermogen x 100% waarbij EV is (EV begin + EV eind) / 2.
KVV= rentekosten/ gemiddeld vreemd vermogen x 100% waarbij VV is (VV begin + VV eind) / 2.
RTV= bedrijfsresultaat/ gemiddeld totaal vermogen x 100% waarbij bedrijfsresultaat is netto winst +
rentekosten en waarbij TV is (TV begin + TV eind)/ 2.
Bedrijfsresultaat= brutowinst- exploitatiekosten
Exploitatiekosten= bedrijfskosten + afschrijvingen
Pand eindwaarde= beginwaarde + investeringen- desinvesteringen- afschrijvingen.
Inventaris eindwaarde= beginwaarde + investeringen- desinvesteringen- afschrijvingen.
Machines eindwaarde= beginwaarde + investeringen – desinvesteringen- afschrijvingen.
Voorraden eindwaarde= beginwaarde + inkopen – inkoopwaarde van de omzet.
Debiteuren eindwaarde= beginwaarde + verkopen op rekening – ontvangsten van debiteuren.
Liquide middelen eindsaldo= beginsaldo + ontvangsten- uitgaven.
Eigen vermogen eindwaarde= beginwaarde + winstsaldo – priveopnamen + privestortingen.
Banklening eindwaarde= beginwaarde lening + extra lening- aflossingen.
Crediteuren eindwaarde= beginsaldo + inkopen op rekening – betalingen aan crediteuren.
Nog te betalen rente eindwaarde= beginwaarde + rentekosten boekjaar – betaalde rente.
Current ratio= vaste activia/ vlottende schulden= voorraden+ debiteuren + liquide middelen +
overige kortlopende activa/ kort vreemd vermogen.
Als we de voorraad snel in geld kunnen omzetten tegen de waarde waarvoor zij op de balans staat,
kunnen we haar beschouwen als een middel om op korte termijn betalingen te verrichten. In dat
geval geniet de ‘current ratio’ de voorkeur. hoge omzetsnelheid van de gemiddelde voorraad
gebruiken we in het algemeen de ‘current ratio’
Quick ratio= (vlottende activa minus voorraden)/ vlottende schulden= (debiteuren +liquide middelen
+ overige kortlopende activa exclusief voorraden) / kort vreemd vermogen.
ls de omzetsnelheid van de voorraad laag is en/of de voorraad alleen snel kan worden verkocht als
men genoegen neemt met een lage opbrengst (lager dan de balanswaarde) dat dan de ‘quick ratio’
de voorkeur geniet. In dat geval laten we de voorraad dus buiten beschouwing in de formule. Een
voorbeeld van een bedrijf waarbij we met de quick ratio werken is een antiekzaak.
Netto werkkapitaal= vlottende activa- vlottende schulden
Solvabiliteit= eigen vermogen/ totaal vermogen x 100%
Debt ratio= vreemd vermogen / totaal vermogen x 100%
REV= netto winst/ gemiddeld eigen vermogen x 100% waarbij EV is (EV begin + EV eind) / 2.
KVV= rentekosten/ gemiddeld vreemd vermogen x 100% waarbij VV is (VV begin + VV eind) / 2.
RTV= bedrijfsresultaat/ gemiddeld totaal vermogen x 100% waarbij bedrijfsresultaat is netto winst +
rentekosten en waarbij TV is (TV begin + TV eind)/ 2.