Gedrag in context
Groepsperceptie
1. Sociale categorisatie
1.1. Indelen van mensen
= spontaan onderbrengen van situaties en mensen in een aantal overzichtelijke categorieen
Fundamenteel:
- Eigen aan de mens
- Al vanaf de peutertijd aanwezig
- Brengt orde aan hoe we de wereld zien
Op basis van:
o Oppervlakkige kenmerken
Geslacht, leeftijd, etniciteit, kleding,…
o Diepere kenmerken
Persoonlijkheidskenmerken, vaardigheden,…
Waarom
= snellere infoverwerking, laat ons toe om snel te beslissen en handelen
Prototypes
Aan elke groep die we vormen kennen we eigenschappen toe. Zo onderscheiden we de groepen van
andere.
Drie eigenschappen:
o Descriptief
= feitelijke kenmerken, bescrhijvend (vb bij kansarmen: sociale woning, veel kinderen)
o Evaluatief
= gevoelens dat het beeld oproept (vb bij kansarmen: lagere status, medeleiden)
o Prescriptief
= gedrag dat groep wel of niet mag stellen, verwachtingen (vb bij kansarmen: geld niet
gebruiken voor dure dingen)
Prototypes, belangrijke kenmekren:
- Worden subjectief ingevuld (niet obv feiten of onderzoek)
- Invulling verschilt tussen mensen (iedereen heeft eigen beeld over groep) maar vaak wel overeenkm
- Vervrormt onze perceptie over die groep (we kijken anders naar groep vanwege het prototype dat
1
, Zie voorbeeldexamenvragen in ppt
we er over houden
Hoe vervormt onze perceptie?
Als we als buitenstaander naar een groep kijken, zijn er 2 effecten die voorkomen:
o Assimilatie: verschillen BINNEN groepen worden geminimaliseerd
o Contrast: verschillen TUSSEN groepen worden uitvergroot
1.2. Zelfcategorisatie
Wat
= manier waarop mensen zichzelf situeren binnen sociale categorieen
Ontstaan van de: WIJ-groep en de ZIJ-groep
Kenmerken
Groepsprototype van de wij-groep:
Descriptief Kenmerkend voor de eigen groep
Evaluatief Doorgaans als positief beschouwd, deel van onze zelfwaardering
Prescriptief Hoe dient de eigen groep zich te gedragen? Ivm andere groepen?
Verdere vertekening van onze perceptie (contrast- en assimilatie-effecten)
Functie
= mee bepalen voor hoe we onszelf voelen en on (behoren te) gedragen
Groepsperceptie
Contrast: verschillen tss de groepen worden nog vergroot
Zij-groep-homogeniteit: verschillen binnen de zij-groep worden geminimaliseerd
Verschillen binnen de wij-groep worden behouden
Experiment: Plats & Hosch
= voorbeeld van vervorming perceptie zij-groepen
Opzet: winkelbedienden moeten klanten herkennen
Onafhankelijke variabele: etniciteit vd winkelbediende + etniciteit vd klant
2
, Zie voorbeeldexamenvragen in ppt
Afhankelijke variabele: Het percentage klanten dat men correct herkent
Resultaten: winkelbedienden herkennen het best klanten die tot hun eigen etnische groep behoren
= zijgroep-homogeniteitseffect
Kader om experimenten te interpreteren
o Waarom: in dit OLOD bespreken we vaak experimenten om bepaalde theorieeen en
bevindingen te staven
o Wat: een experiment tracht variabelen te manipuleren, we maken een onderscheid tussen 2
variabelen (onafhankelijke: de oorzaak, en afhankelijke: het gevolg)
1.3. Ik, wij en de anderen
Sociale identiteitstheorie SIT
De sociale categorieen waar we onszelf als lid van beschouwen zijn bepalend voor ons zelfbeeld
Persoonlijke identiteit Sociale identiteit
= individuele kenmerken = afgeleid uit lidmaatschap v sociale groepen
- uiterlijk - kinderloos of ouder
- gewoontes - soort beroep
- waarden - lidmaatschap v sportclub
- persoonlijkheid…. - jeugdbeweging…
De context bepaalt welke sociale identiteit naar voor springt
Sociale identiteit nu:
3
, Zie voorbeeldexamenvragen in ppt
Sociale identiteit om 19u:
=> Als mens streven we een positief zelfbeeld na. We willen ons goed voelen over onszelf
Hoe?:
- Via persoonlijke identiteit = stabiel en moeilijk te veranderen
- Via sociale ideniteiten = groepsprototype = subjectieve constructie
=> Ons zelfbeeld kan verhogen via lidmaatschap van een positief gewaardeerde groep
Zie voorbeeld dia 32
Kenmerken:
Identificatie
= groepsprestaties stralen af op het individu
- BIRGing= Basking In Reflected Glory
= identificeren met een succesvolle groep om zo ook zelf succesvol te zijn
- CORFing= Cutting Off Reflected Failure
= je niet identificeren met een groep omdat deze niet succesvolg zijn
Vb: huizen met een poster of bord voor een politieke kandidaat laten dit langer staan als de
kandidaat wint, dan als deze verliest
Wij-groep-favoritisme
= eigen groep wordt bevoordeeld
Bv: ouders gaan eigen gezin bevoordelen en zeker goed verzorgen ivm ander gezin
4