Samenvatting Chaordisch Projectmanagement voor de creatieve industrie
Inhoudsopgave
Inleiding ........................................................................................................................................................... 2
H1. De periode van scoping .............................................................................................................................. 5
H2. Het formuleren van het hogere projectdoel ............................................................................................... 5
H8. Onderzoek in een periode van scoping....................................................................................................... 6
H19 ontwerpaanpakken ................................................................................................................................... 8
H25. Onderzoek in een kunstzinnige omgeving .............................................................................................. 11
, Inleiding
De drie groepen in de creatieve industrie:
1. Autonome kunstenaar: veelal individueel werk à vrijheid (beeldend kunstenaars,
theatermakers, muziek, componisten, schrijvers)
2. De uitvoering die meer wordt gestuurd door wensen van afnemers (vergeleken
kunstenaars): bijv. Bedrijven in de media en entertainment sector (intermediairs),
zoals uitgeverijen, mediaproducenten en omroepen, musea à richten zich
rechtstreeks op consument
3. Commerciële creatieve dienstverlening: ontwerpers, reclame en evenementen
bureaus, die richten op zakelijke markt
Cross-over-creativity: kruisen van creativiteit met andere discipline/ creatieve oplossingen
voor actuele vraagstukken in gebieden als welzijn, economie, maatschappij etc.
Wat is een project: een unieke en complexe vraag die, met een beperkte hoeveelheid geld
en op een bepaald moment, beantwoord wordt door een multidisciplinair team.
Een project voor de creatieve industrie naar een activiteit met de volgende vier kenmerken:
1. Beantwoording van een (nieuwe) vraag: opdrachtgever/vragensteller en
antwoorder/projectteam zijn het eens over juiste vraag
2. Proces dat leidt tot beantwoording van die vraag: in beperkte tijd en professionele
manier
3. Het is een complexe activiteit;
4. Er wordt voor de uitvoering een (multidisciplinair) team samengesteld
Projecten bevinden zich tussen improvisatie en routinematig werken in
De 5 karakteristieken van een passende aanpak voor projecten (Shenhar en Dvir, later
Mulder):
1. Complexiteit: intensiteit waarin het project is verbonden met de omgeving
(wetgeving, politieke dynamiek of andere projecten die lopen in de organisatie)
2. Onzekerheid: Hoeveel risico’s we tegen komen op weg naar het eindresultaat
3. Vaagheid: Zicht op vraag/problematiek (hoe duidelijk is opdrachtgever)
4. Tijdsdruk: opgelegd door omgeving, niet de harde deadline, maar de opwaartse druk
van concurrent of technologie
5. Originaliteit: de mate waarin het voor gebruikers of omgeving iets nieuws is
(verbeterde versie van voorganger is niet innovatief)
Chaostheorie: Gaat ervan uit dat chaos een functie heeft in het groeien van een systeem
(project) en dat je die dus volop de ruimte moet geven om haar werk te doe. We hebben
een plan, maar wijken af als een andere/mooiere weg er beter bij lijkt te passen/zich
aandient.
Oplossing + weg ernaartoe = succes van het project
Projectsucces word bepaald door het resultaat en het proces, 4 mogelijkheden:
1. Resultaat is vreselijk en de weg ernaartoe net zo erg. Project niet succesvol
Inhoudsopgave
Inleiding ........................................................................................................................................................... 2
H1. De periode van scoping .............................................................................................................................. 5
H2. Het formuleren van het hogere projectdoel ............................................................................................... 5
H8. Onderzoek in een periode van scoping....................................................................................................... 6
H19 ontwerpaanpakken ................................................................................................................................... 8
H25. Onderzoek in een kunstzinnige omgeving .............................................................................................. 11
, Inleiding
De drie groepen in de creatieve industrie:
1. Autonome kunstenaar: veelal individueel werk à vrijheid (beeldend kunstenaars,
theatermakers, muziek, componisten, schrijvers)
2. De uitvoering die meer wordt gestuurd door wensen van afnemers (vergeleken
kunstenaars): bijv. Bedrijven in de media en entertainment sector (intermediairs),
zoals uitgeverijen, mediaproducenten en omroepen, musea à richten zich
rechtstreeks op consument
3. Commerciële creatieve dienstverlening: ontwerpers, reclame en evenementen
bureaus, die richten op zakelijke markt
Cross-over-creativity: kruisen van creativiteit met andere discipline/ creatieve oplossingen
voor actuele vraagstukken in gebieden als welzijn, economie, maatschappij etc.
Wat is een project: een unieke en complexe vraag die, met een beperkte hoeveelheid geld
en op een bepaald moment, beantwoord wordt door een multidisciplinair team.
Een project voor de creatieve industrie naar een activiteit met de volgende vier kenmerken:
1. Beantwoording van een (nieuwe) vraag: opdrachtgever/vragensteller en
antwoorder/projectteam zijn het eens over juiste vraag
2. Proces dat leidt tot beantwoording van die vraag: in beperkte tijd en professionele
manier
3. Het is een complexe activiteit;
4. Er wordt voor de uitvoering een (multidisciplinair) team samengesteld
Projecten bevinden zich tussen improvisatie en routinematig werken in
De 5 karakteristieken van een passende aanpak voor projecten (Shenhar en Dvir, later
Mulder):
1. Complexiteit: intensiteit waarin het project is verbonden met de omgeving
(wetgeving, politieke dynamiek of andere projecten die lopen in de organisatie)
2. Onzekerheid: Hoeveel risico’s we tegen komen op weg naar het eindresultaat
3. Vaagheid: Zicht op vraag/problematiek (hoe duidelijk is opdrachtgever)
4. Tijdsdruk: opgelegd door omgeving, niet de harde deadline, maar de opwaartse druk
van concurrent of technologie
5. Originaliteit: de mate waarin het voor gebruikers of omgeving iets nieuws is
(verbeterde versie van voorganger is niet innovatief)
Chaostheorie: Gaat ervan uit dat chaos een functie heeft in het groeien van een systeem
(project) en dat je die dus volop de ruimte moet geven om haar werk te doe. We hebben
een plan, maar wijken af als een andere/mooiere weg er beter bij lijkt te passen/zich
aandient.
Oplossing + weg ernaartoe = succes van het project
Projectsucces word bepaald door het resultaat en het proces, 4 mogelijkheden:
1. Resultaat is vreselijk en de weg ernaartoe net zo erg. Project niet succesvol