Hoofdstuk 3 water
3.1 het water stroomt
De waterkringloop: de zon verdampt het zeewater. De verandering van waterdamp in water noem je
condenseren. De aarde bestaat voor een derde uit land en twee derde uit zeeën en oceanen. De
korte waterkringloop houdt in dat het meeste water wordt verdampt en boven de zee als neerslag
neerkomt. Bij de lange kringloop wordt het verdampte water teruggeblazen naar het land en komt
het daar neer als neerslag.
Je kan water tegenkomen in drie vormen:
- Vast als sneeuw en ijs
- Vloeibaar als water of regen
- Gasvormig als waterdamp
Al het zoete water op het land dat je in rivieren, kanalen, meren, beken en sloten ziet, heet
oppervlaktewater. Het grondwater is meestal zoet en daar wordt in hoog-Nederland drinkwater van
gemaakt. Brak water is een mix van zoet en zout water. Het zoute zeewater komt op de volgende
manieren het land binnen:
- Via rivieren
- Bij het openen en sluiten van sluizen
- Via kwel dat houdt in dat zout water door de duinen en dijken gaat
Soorten rivieren
- Regenrivieren rivieren die alleen water krijgen van de rivieren
- Gletsjerrivieren, rivieren die water van smeltende gletsjers en ijs krijgen
- Gemengde rivieren, veel grote rivieren bovenstaande dingen samen.
- Wadi’s, rivieren die alleen in een bepaalde periode van het jaar water afvoeren.
3.2 stroomgebieden en stroomstelsels
Een stroomgebied is het verzamelgebied van een rivier. De waterscheiding is de grens tussen de
stroomgebieden. Dit zijn altijd gebergten of andere vormen van reliëf in het landschap. De Maas en
Rijn met al hun zijrivieren noem je stroomstelsel. Een stroomstelsel bestaat uit drie delen:
- De bovenloop: hoog in de bergen, de bron is een rivier.
- De middenloop: het middelste deel waar de rivier vaak door een dal stroomt.
- De benedenloop: dicht bij de riviermonding waarbij de rivier in een delta naar de zee
stroomt.
De Nederlandse delta is gemaakt door de rijn, de maas en de schelde. De rivieren hebben zich vertakt
en lagen zand en klei neergelegd voordat ze in de zee stromen.
De verschillen tussen de Rijn en de Maas:
In de bovenloop is de rijn een echte gletsjerrivier, maar als de rijn Nederland binnenstroomt is het
een gemengde rivier. De Maas is een regenrivier. Dit kun je zien aan het debiet. Dit is de hoeveelheid
water die op een bepaald punt de rivier passeert. De verdeling van het water dat gedurende een jaar
door de rivier stroomt. Dit noem je het regiem. Het hoogteverschil tussen beide plaatsen heet het
verval. Het verhang is het hoogteverschil per kilometer.