Week 1 Bevoegdheidsverkrijging en –spreiding;
bestuurlijke beslissingsruimte en –
vrijheid
Literatuur Bestuursrecht I: Bestudeer Hoofdstuk 3,
nrs 9-52
Bestuursbevoegdheden algemeen
o zelfstudie en hc. (SZ par. 3.3.1 p. 128 – 132)
Bevoegdheidsverkrijging algemeen (inclusief legaliteitsbeginsel en
attributie)
o zelfstudie en hc. (SZ par. 3.3.2, p. 132 – 142)
Mandaat en delegatie
o zelfstudie, hc. ; thuisopdracht en werkgroep-opdracht (SZ par.
3.3.2.5 en 3.3.2.6, p. 142 – 154)
Bestuurlijke beslissingsruimte
o zelfstudie en hc.; werkgroep-opdracht (SZ par. 3.4, p. 154 – 171)
Jurisprudentie:
ABRvS 6 aug. 2003 (ECLI:NL:RVS:2003:AI0781)
CBb 19 juli 2005 (ECLI:NL:CBB:2005:AU1268)
Opdracht 1 (thuisopdracht)
Lees de uitspraak ABRvS 6 aug. 2003 (ECLI:NL:RVS:2003:AI0781) en beantwoord
de volgende vragen:
1) Wat is de functie van de Mandaatsregeling 2001? Betrek bij uw antwoord
art. 10:2 en art. 10:5 Awb.
De functie is dat de grens van het mandaat worden bepaald. Dan
wordt het duidelijk welke ambtenaar welke beslissing mag nemen.
Dat is van belang voor het rechtsgevolg. Men kan met 10:5
vaststellen of het gaat om een mandaat en wat voor soort
mandaat. De algemene mandaat geeft een ruimere bevoegdheid
dan een specifieke mandaat. Voor een algemene mandaat geldt
het extra vereiste dat het schriftelijk moet gebeuren.
Als het gaat om in naam van altijd naar deze afdeling kijken.
2) Waarom wordt het in mandaat genomen besluit vernietigd?
De mandaatsregeling was te onduidelijk. De criteria die in artikel
2 staan zijn te interpretabel en daarom is het onduidelijk in welke
gevallen er een mandaat wordt verleend. Als het te vaag is weet
je dus niet of er een bevoegdheid is en dus ook niet of het valt toe
te rekenen aan de mandaatgever.
Opdracht 2 (thuisopdracht)
Lees de uitspraak CBb 19 juli 2005 (ECLI:NL:CBB:2005:AU1268) en beantwoord
de volgende vragen:
bestuurlijke beslissingsruimte en –
vrijheid
Literatuur Bestuursrecht I: Bestudeer Hoofdstuk 3,
nrs 9-52
Bestuursbevoegdheden algemeen
o zelfstudie en hc. (SZ par. 3.3.1 p. 128 – 132)
Bevoegdheidsverkrijging algemeen (inclusief legaliteitsbeginsel en
attributie)
o zelfstudie en hc. (SZ par. 3.3.2, p. 132 – 142)
Mandaat en delegatie
o zelfstudie, hc. ; thuisopdracht en werkgroep-opdracht (SZ par.
3.3.2.5 en 3.3.2.6, p. 142 – 154)
Bestuurlijke beslissingsruimte
o zelfstudie en hc.; werkgroep-opdracht (SZ par. 3.4, p. 154 – 171)
Jurisprudentie:
ABRvS 6 aug. 2003 (ECLI:NL:RVS:2003:AI0781)
CBb 19 juli 2005 (ECLI:NL:CBB:2005:AU1268)
Opdracht 1 (thuisopdracht)
Lees de uitspraak ABRvS 6 aug. 2003 (ECLI:NL:RVS:2003:AI0781) en beantwoord
de volgende vragen:
1) Wat is de functie van de Mandaatsregeling 2001? Betrek bij uw antwoord
art. 10:2 en art. 10:5 Awb.
De functie is dat de grens van het mandaat worden bepaald. Dan
wordt het duidelijk welke ambtenaar welke beslissing mag nemen.
Dat is van belang voor het rechtsgevolg. Men kan met 10:5
vaststellen of het gaat om een mandaat en wat voor soort
mandaat. De algemene mandaat geeft een ruimere bevoegdheid
dan een specifieke mandaat. Voor een algemene mandaat geldt
het extra vereiste dat het schriftelijk moet gebeuren.
Als het gaat om in naam van altijd naar deze afdeling kijken.
2) Waarom wordt het in mandaat genomen besluit vernietigd?
De mandaatsregeling was te onduidelijk. De criteria die in artikel
2 staan zijn te interpretabel en daarom is het onduidelijk in welke
gevallen er een mandaat wordt verleend. Als het te vaag is weet
je dus niet of er een bevoegdheid is en dus ook niet of het valt toe
te rekenen aan de mandaatgever.
Opdracht 2 (thuisopdracht)
Lees de uitspraak CBb 19 juli 2005 (ECLI:NL:CBB:2005:AU1268) en beantwoord
de volgende vragen: