Maatschappij en Recht
Titel DSM – Herkennen van psychische problemen
Samenstelling Vakdocent (Mirthe de Vries)
Collegejaar 2014-2015
Uitgever Hogeschool van Amsterdam
Student Janine Cornelissen
Studie Toegepaste Psychologie VT (2014-2015)
School Hogeschool van Amsterdam
,Werkcollege I: Achtergrond en opbouw DSM-IV ................................................................................................................ 3
1.1 Wat is de DSM-IV? .................................................................................................................................................. 3
1.2 Voor- en nadelen van de DSM ................................................................................................................................ 3
1.3 Diagnostische criteria voor een stoornis ................................................................................................................. 3
Werkcollege II: Definiëren van afwijkend gedrag ............................................................................................................... 5
2.1 Wat is afwijkend gedrag? ........................................................................................................................................ 5
2.2 Criteria voor abnormaliteit ..................................................................................................................................... 5
Werkcollege III: Vier stappen naar een DSM classificatie .................................................................................................... 7
3.1 Verzamel informatie en beschrijf mogelijk afwijkend gedrag ................................................................................. 7
3.2 Welke mogelijke symptomen herken je? ................................................................................................................ 7
3.3 Welke mogelijke stoornissen waarbij de symptomen passen, herken je? .............................................................. 8
3.4 Wat is de meest waarschijnlijke classificatie? ......................................................................................................... 8
Werkcollege IV: Aanvullende stof en informatie ................................................................................................................ 9
4.1 Veel gehanteerde termen ....................................................................................................................................... 9
4.2 Differentiaaldiagnostiek ........................................................................................................................................ 10
4.3 Beoordelingsformat .............................................................................................................................................. 11
4.4 Oefencasus ............................................................................................................................................................ 12
, Er is al een hele tijd een handboek beschikbaar: de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV). Net als het
biologische model beschouwt de DSM-IV afwijkende gedragingen als uitingen of symptomen van onderliggende stoornissen of ziekten.
Het systeem is niet gebaseerd op het idee dat afwijkend gedrag per definitie wordt veroorzaakt door biologische oorzaken of defecten,
maar gaat ervan uit dat dit wordt veroorzaakt door een complexe interactie van genetische aanlegfactoren en omgevingsfactoren.
Er bestaat nogal wat verwarring over het verschil tussen classificeren en diagnosticeren. De DSM-IV gaat uit van classificatie, wat wil
zeggen dat men symptomen en kenmerken onderbrengt in een classificatiesysteem – in dit geval de DSM. Een behandelaar komt tot
een diagnose door het gedrag van de cliënt te vergelijken en toetsen met de criteria die het DSM-classificatiesysteem geeft voor
specifieke patronen van psychische stoornissen.
Stel dat iemand rillerig is, koorts heeft en moeite met plassen (symptomen), dan heeft hij mogelijk een urinewegontsteking
(classificatie). Indien we ook een urinekweek doen en daardoor erachter komen welke specifieke bacterie de urinewegontsteking
veroorzaakt, weten we de oorzaak van de aandoening (diagnose).
De DSM-IV kent een aantal voor- en nadelen. In het werkcollege van het vak ‘DSM’ en in het boek van Nevid et al. wordt er aandacht
besteedt aan deze voor- en nadelen. Onderstaand staan deze op een rijtje, te beginnen met de voordelen.
Voordelen van de DSM-IV zijn de volgende:
Objectiviteit: iedereen hanteert dezelfde criteria
Communicatie: iedereen heeft het over hetzelfde
Onderzoek: er kan onderzoek gedaan worden naar groepen
Classificatie: het classificeren van symptomen en kenmerken kan ervoor zorgen dat de cliënt behandeld en/of begeleidt kan
worden, er een voorspelling gedaan kan worden op het verloop van de stoornis en er tevens erkenning is voor de cliënt
Nadelen van de DSM-IV zijn de volgende:
Stigmatisering: het kan ervoor zorgen dat mensen met een bepaalde stoornis een ‘sticker’ opgeplakt krijgen
Classificatie: er moet een classificatie gedaan zijn voordat de zorgverzekering bijvoorbeeld medicatie wilt vergoeden
Biologisch-medisch model: er is te weinig aandacht voor sociale-, fysieke, culturele- en omgevingsfactoren
Categorieën: binnen de DSM wordt je in een klasse (ofwel: categorie) gestopt, terwijl de werkelijkheid veel complexer in
elkaar steekt
In de PowerPoint van een van de werkcolleges wordt aangegeven dat je pas mag classificeren als er symptomen aanwezig zijn. Met
andere woorden: zonder symptomen kan er geen waarschijnlijke stoornis aangewezen worden en een classificatie gedaan worden.
Ook gelden er vaak extra criteria voordat je mag classificeren, zoals:
Symptomen veroorzaken significant lijden en/of beperken het functioneren
Symptomen zijn aanwezig gedurende… of sinds…
Symptomen voldoen niet aan criteria voor…
Symptomen passen niet binnen de situatie en/of cultuur
De DSM-IV adviseert de behandelaar om de geestelijke toestand van zijn cliënt te beoordelen volgens vijf assen. Op de volgende pagina
staat het meerassige classificatiesysteem van de DSM-IV weergeven met de bijbehorende vijf assen en een korte omschrijving ervan.