Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages
Summary

AOP1 samenvatting/aantekeningen Hanzehogeschool

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages

AOP1 samenvatting/aantekeningen . In dit document worden hoofdstuk 2 t/m 5, 7-8, 10 t/m 13 en paragraaf 17.5 en 17.6 behandeld. Ook zit er informatie uit een aantal artikelen in.

Content preview

Hoofdstuk 2
De drie componenten van attitudes toelichten
- Cognitie/cognitieve (of kennis) component:
Jouw mening of oordeel over een feitelijke toestand waarvan je aanneemt dat je die correct
waarneemt.
- Affect/affectieve component:
Emotie/gevoel die de cognitie bij je oproept. De cognitie van een attitude vormt de
voorbereiding op de affectieve component ervan.
- Gedragsintentie/gedragscomponent:
Verwijst naar een intentie om je op een bepaalde manier te gedragen. Of de gedragsintentie
bij een intentie blijft of dat deze wordt omgezet in daden hangt af van verschillende factoren.
Een attitude bestaat uit een bepaalde gedachte over iets of iemand en die
gedachte roept een bepaald gevoel op. Gedachte en gevoel leiden tot een
gedragsintentie, die in bepaalde gevallen daadwerkelijk zal resulteren in
bepaald gedrag.




Het verband tussen attitude en gedrag uitleggen
Er zijn meerdere onderzoeken gedaan naar het verband tussen attitude en gedrag. Bij de eerste
onderzoeken over attitudes ging men ervan uit dat de attitudes de oorzaak zijn van het gedrag. De
Amerikaanse sociaal psycholoog Leon Festinger beweerde echter dat attitudes juist op gedrag volgen
in plaats van andersom. Uit Festingers onderzoek kwam ook dat attitudes (een deel van) het
toekomstig gedrag kunnen voorspellen en dat bepaalde factoren deze relatie kunnen versterken of
verzwakken.

De belangrijkste attitudes ten opzichte van werk beschrijven
- Werktevredenheid:
Een positief gevoel over het werk op basis van een beoordeling van de kenmerken ervan.
- Werkbetrokkenheid:
Enerzijds de mate waarin iemand zich psychologisch identificeert met zijn werk, anderzijds
gaat het om het prestatieniveau dat de werknemer wenselijk vindt voor zijn gevoel van
eigenwaarde.
- Organisatiebinding:
Geeft aan dat een werknemer zich identificeert met een organisatie en haar doelstellingen,
en dat hij lid wenst te blijven van die organisatie.
- Waargenomen steun van de organisatie (wso):
Mate waarin werknemers denken/verwachten dat de organisatie hun bijdragen op prijs stelt
en zich bekommert om hun welzijn.
- Bevlogenheid (employee engagement):
De vitalitiet (energie), toewijding (betrokkenheid) en absorptie (echt opgaan in het werk)
waarmee mensen hun werk uitvoeren.

Twee methoden om werktevredenheid te meten toelichten
- Een enkelvoudige algemene score op basis van een gering aantal algemene vragen:
Niets meer dan een respons op een paar algemene vragen
- Een optelscore op basis van een oordeel over allerlei verschillende werkfacetten:

, Hierbij worden de belangrijkste elementen van een baan vastgesteld en vervolgens wordt
aan werknemers gevraagd hoe tevreden ze zijn over die afzonderlijke elementen.


De voornaamste bronnen van werktevredenheid noemen
- Werkomstandigheden:
- Persoonlijkheid:
- Loon:
- Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO):

De drie uitkomsten van werktevredenheid noemen
- Werkprestaties:
- Voorbeeldig werkgedrag:
- Klanttevredenheid:

De vier soorten reacties van werknemers bij ontevredenheid op sommen
- Exitreactie (actief/destructief):
- Stemreactie (actief/constructief):
- Loyaliteitsreactie (passief/constructief):
- Verwaarlozingsreactie (passief/destructief):

De relatie tussen werktevredenheid en nationale cultuur aan geven
Mensen uit andere culturen kunnen ook oordelen over werktevredenheid en doen dat ook.
Bovendien blijkt dat dezelfde factoren in alle culturen tot werktevredenheid leiden en daaruit
voortvloeien. Uit onderzoeksresultaten komt naar voren dat werknemers in westerse culturen een
hoger werktevredenheidsniveau hebben dan die in oosterse culturen.


Woordenlijst:
- Attitude:
Houding die je hebt tegenover dingen, mensen, bepaald gedrag of gebeurtenissen. Uit je
attitude blijkt hoe je over iets denkt en hoe je je eronder voelt.
- Cognitieve dissonantie:
Elke mogelijke inconsistentie die een individu waarneemt tussen twee of meer attitudes of
tussen gedrag en attitudes.
- Moderatorvariabelen:
Variabelen die bij bepaalde waarden het verband tussen twee verschijnselen onderdrukken
of juist versterken.
- Affectieve binding:
Een emotionele gehechtheid aan de organisatie en geloof in de waarden daarvan.

Aantekeningen les:
Theorie van Fishbein en Ajzen:
- Een positieve of negatieve houding tegenover dingen, mensen en gebeurtenissen
- Geeft aan hoe iemand ergens over denkt
Steeds weer bepalen we onze mening, houding, en gedrag op allerlei fronten – Fundamentele
menselijke eigenschap

,Komt gedrag altijd voort uit attitudes?
Nee, hoeft niet. Dit komt door cognitieve dissonantie. Je verzint redenen om voor jezelf de logica te
vinden om het toch te doen en je attitude te verantwoorden. Tegenstrijdigheid van gevoelens en
gedachten.

Voornaamste attitudes ten aanzien van werk:
- Werktevredenheid
Meest belangrijk is werk zelf, daarna collega’s, superieuren, salaris, promotie
- Werkbetrokkenheid
Je hebt verbinding met het bedrijf
- Bevlogenheid
De drie onderdelen zijn vitaliteit (psychologische veerkracht), toewijding (werk zo leuk vindt
dat je de tijd vergeet) en absorptie (veerkracht als het tegenzit). Passie voor je werk

Werkontevredenheid:
- Exitreactie -> Actief/deconstructief
- Stemreactie -> Actief/constructief
- Loyaliteitsreactie -> Passief/constructief
- Verwaarlozingsreactie -> Passief/deconstructief

Person-job fit:
Als je persoonlijke waarden goed aansluiten op het werk dat je doet
Person-organisation fit:
Als je persoonlijke waarden goed aansluiten bij het type organisatie waar je werkt

Model van bevlogenheid (Job Demands Resources model):




- Werk gerelateerde hulpbronnen (autonomie, feedback, sociale steun, coaching) en persoonlijke
hulpbronnen (resources die je hebt als persoon die je bij je werk helpen, bv zelfvertrouwen, hoge
eigenwaarde, stressbestedigheid) oefenen een positieve invloed uit op bevlogenheid. Hoe hoger
de score op hulpbronnen, hoe hoger de bevlogenheid.
- Taakeisen oefenen een negatieve invloed uit op de positieve invloed die bevlogenheid. Als de
taakeisen dus overvloed krijgen van de hulpbronnen, zorgt dat voor een verminderde
bevlogenheid.
- Emotionele arbeid is arbeid waarbij je in je werk emoties toont die niet per se de jouwe zijn

, 4. Persoonlijkheid en waarden
Aangeven wat persoonlijkheid is en welke factoren bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid
Persoonlijkheidskenmerken zijn constant en hebben vaste patronen.
Persoonlijkheid definitie: Combinatie van betrekkelijk constante psychologische trekken die we
gebruiken om iemand te classificeren en te beschrijven van karakteristieken.
Erfelijkheid is het meest bepalend voor persoonlijkheid, daarna wat je meemaakt en
omstandigheden enz.


Myers-Briggs Type Indicator (MBTI) persoonlijkheidsmodel beschrijven en de sterke en zwakke
kanten ervan aangeven




Hoofdkenmerken van het Big Five-model toelichten
Open – Openheid voor nieuwe ervaringen
Conciennstieus/ nauwgezet – Betrouwbaar, ordelijk en plichtsgetrouw
Extraversie – Waar haal je je energie vandaan en heb je graag aandacht van anderen of niet
Agreeableness/inschikkelijkheid – Anderen boven jezelf zetten
Emotionele stabiliteit – Mate van stressbestendigheid, neurotisch
The Big Five is de enige valide persoonlijkheidstest met betrekking tot werkprestatie

Relevantie van persoonlijkheidskenmerken voor GiO aangeven
- Zelfbeeld/zelfevaluatie
Hoe schat je jezelf in? Hoeveelheid zelfvertrouwen
- Interne/externe locus of control
Of je het gevoel hebt dat jouw dingen overkomen (extern) of dat je zelf het lot in handen
hebt (intern)
- Risicogeneigdheid
Hoeveel risico’s je neemt
- Gerichtheid op anderen
Inschikkelijkheid/agreeableness

Waarden
Het begrip waarde definiëren en eindwaarden afzetten tegen instrumentele waarden.
Waarden zijn een stelsel van samenhangende overtuigingen. Ze vertegenwoordigen iemands ideeën
over wat goed en wenselijk is. Waarden hebben een inhoudelijk aspect (onderwerp) en een
intensiteit (hoe belangrijk/erg).
- Waarden zijn over het algemeen niet flexibel en veranderlijk maar stabiel en duurzaam
- Naast persoonlijkheidskenmerken zijn ook waarden van invloed op je attitudes en gedrag

Connected book
 image
Stephen P. Robbins, Timothy A. Judge Gedrag in Organisaties
Publisher: mei 2020 ISBN: 9789043037204 Edition: 14

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 2 t/m 5, 7-8, 10 t/m 13 en paragraaf 17.5 en 17.6
Uploaded on
October 31, 2021
Number of pages
36
Written in
2021/2022
Type
Summary
$6.54

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
lissao
3.0
(1)
Sold
5
Followers
5
Items
4
Last sold
2 year ago


Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions