100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Economie samenvatting examen

Rating
-
Sold
-
Pages
11
Uploaded on
20-10-2021
Written in
2021/2022

Hierbij een samenvatting van alle hoofdstukken die je voor je examen moet kennen.

Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 20, 2021
Number of pages
11
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

Economie examen 5 havo

Jong en oud:

H1

Het is een gevangenen dilemma als

 Beide groepen een dominante strategie hebben.
 En de dominante strategie niet de best mogelijke oplossing is.

Bindende afspraak - Een afspraak waar je niet van af kunt of niet onderuit kunt. In de speltheorie:
men heeft van tevoren afgesproken een bepaalde strategie te volgen.

Meelifter - Iemand die profiteert van de inspanningen van een ander.

H2

Sparen is het uitstellen van consumptie en lenen is het vervroegen van consumptie. Er wordt geruild
over de tijd. Geld verdienen en geld uitgeven gebeuren in verschillende periodes. Als je geld leent,
moet je rente betalen en als je spaart, ontvang je rente.

Stroomgrootheid - Iets dat over een bepaalde periode, een maand of een jaar, worden gemeten.
Stroomgrootheden staan bijvoorbeeld voor een bepaald bedrag op de resultatenrekening
genoteerd, zoals de omzet en loonkosten.

Voorraadgrootheid - Iets dat op een bepaald moment of tijdstip wordt gemeten, zoals het spaargeld
dat je op 1 januari hebt.

H3

Bruto jaarinkomen – aftrekposten = belastbaar jaarinkomen




Algemene heffingskorting - Een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing
voor iedereen.

Gemiddelde heffingsdruk - Loonheffing als percentage van het brutoloon. Inkomensheffing als
percentage van het bruto-inkomen.

Nettoloon - Loon na aftrek van belastingen en sociale premies.

Marginaal tarief - Het percentage belasting dat je betaalt over extra verdiend inkomen, dus over je
laatst verdiende euro.

Primaire inkomens - Inkomens (loon, rente, huur, pacht en winst) die verdiend worden in het
productieproces

Premie volksverzekeringen - Het bedrag dat je (verplicht) betaalt aan de volksverzekeringen (AOW,
Wlz, AKW en Anw)

, Nivellering - Het kleiner worden van de relatieve inkomensverschillen.

Denivellering - Het groter worden van de relatieve inkomensverschillen.

Degressief belastingstelsel - Een belastingstelsel waarbij het gemiddelde belastingpercentage daalt
als het inkomen toeneemt

Proportioneel belastingstelsel - Een belastingstelsel waarbij alle inkomens hetzelfde percentage
belasting betalen. Het gemiddelde belastingpercentage is voor iedereen gelijk.

Progressief belastingstelsel - Een belastingstelsel waarbij het gemiddelde belastingpercentage stijgt
als het inkomen toeneemt. Een belastingstelsel waarbij de hogere inkomens een hoger gemiddeld
belastingpercentage betalen dan de lagere inkomens.

H4

Secundair inkomen = primair inkomen – ingehouden belastingen en sociale premies + uitkeringen en
subsidies.

Cumuleren - Het voorafgaande erbij optellen. Optellen van percentages van laag naar hoog.

Deciel - 10% van een groep mensen

Kwintiel - 20% van een groep mensen.

Lorenzcurve - Een grafiek die de (on)gelijkmatigheid van een verdeling weergeeft, bijvoorbeeld van
de verdeling van het totale inkomen over personen of huishoudens.

Solidariteit - Saamhorigheid of gemeenschapszin. Je bent solidair als je het belang van de groep
boven het (financieel) eigenbelang stelt.

Het primaire inkomen ligt bij een Lorenz curve verder van het midden af dan de secundaire
inkomens.

H5

Toegevoegde waarde = omzet – inkoopwaarde grondstoffen en hulpstoffen of loon + huur + pacht +
rente + winst.

H6

Asymmetrische informatie - De ene partij beschikt over meer informatie dan de andere partij. Doet
zich bijvoorbeeld voor bij verzekeringen wanneer de ene partij meer weet (van de kans op schade)
dan de andere partij.

Averechtse selectie - Houdt in dat de mensen met een hoog risico (‘slechte risico’s’) zich wel
verzekeren en de mensen met een laag risico (‘goede risico’s’) niet. Terwijl een verzekeraar
voorzichtige personen (goede risico’s) wil, selecteren ze onvoorzichtige personen (slechte risico’s).
Voor voorzichtige of risicomijdende mensen zullen de kosten van verzekeren hoger zijn dan de
verwachte uitkering.

Eigen risico - Het bedrag dat je als verzekerde zelf moet betalen bij schade.

Moreel wangedrag - Het gevaar dat mensen of instellingen zich achteloos en onverantwoordelijk
gaan gedragen, als ze zelf niet opdraaien voor de kosten.
$4.22
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
kimcornelissen2004

Get to know the seller

Seller avatar
kimcornelissen2004 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
4 year
Number of followers
4
Documents
0
Last sold
2 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions