CAMA - Samenvatting
Inleiding
Voordat aan de samenvatting begonnen zal worden is het nuttig de standaardopbouw van het
rekeningoverzicht van een fabrieksboekhouding uiteen te zetten. Dit dient als het “denkkader”,
waarvan alle volgende hoofdstukken extra uitwerkingen zijn. Iedere rubriek staat, net als bij CAFA
1, voor een categorie grootboekrekeningen. Dit zijn de volgende:
- (3) voorraad grondstof
- (4) Initiële inboeking van alle kosten
- (5) rubriek voor indirecte fabricagekosten
- (6) rubriek voor alle fabricagekosten
- (7) voorraad gereed product
- (8) rubriek waarin het verkoopresultaat wordt bepaald
- (9) samenkomen van alle rubrieken in de vorm van resultaten.
De nummers geven aan welke transactiestromen er plaats vinden.
1. Overboeking van voorraad grondstof naar grondstofkosten (verbruik grondsto en)
2. Inboeken kosten
3. Overboeken directe fabricagekosten
4. Overboeking indirecte fabricage- en verkoopkosten
5. Overboeken dekking indirecte fabricagekosten
6. Overboeken gereed product (als het gemaakt is)
7. Verkopen
8. Overboeken kostprijs
9. Overboeken directe verkoopkosten
10. Overboeken dekking indirecte verkoopkosten
11. Verkoopresultaat
12. Eventuele verschillen tussen standaard en werkelijk (e ciency, prijs etc)
Het overboeken van kosten van de ene naar de andere rubriek geschiedt niet door de
oorspronkelijke debitering te crediteren, dan blijft er immers niks staan na overboeking. In plaats
daarvan wordt de rekening 499, 599, 699… etc gecrediteerd. Dit wordt een collectieve
overboekingsrekening genoemd.
ffi ff
, H2: Fabrieksboekhouding
De bedrijven waarvan de boekhouding wordt behandeld in dit vak zijn fabrieken. Hierbij wordt
tijdens het transformatieproces (productie) input van grondsto en, manuren en machines
omgezet in output in de vorm van gereed product. Deze boekhouding kenmerkt zich door twee
onderscheidende factoren:
- Kostenverbijzondering -> extra gedetailleerd
- Kostenbeheersing -> de “schuldige” kunnen aanwijzen
Dit wordt bewerkstelligd door een aantal bijzondere kostenrekeningen te gebruiken:
- Kostenindeling op basis van directe en indirecte kosten -> waarvan directe kosten rechtstreeks
aan 1 product/productgroep zijn toe te rekenen
- Kostenindeling op basis van fabricagekosten en verkoopkosten
- Verschil tussen variabele en constante kosten -> waarbij constante kosten binnen een relevante
range onafhankelijk van de werkelijke productie zijn
- Vergelijken werkelijke en toegestane kosten
Bij stukproductie wordt rekening gehouden met de speci eke wensen van een klant, bij
massaproductie niet. Of er sprake is van massa- of stukproductie bepaalt hoe de boekhouding is
ingericht. Immers is het bij stukproductie niet mogelijk een standaardkostprijs te gebruiken.
Daarom geldt het volgende:
- Massaproductie: vergelijken standaardkostprijs met nagecalculeerde kosten
- Stukproductie: vergelijken voorgecalculeerde kosten met nagecalculeerde kosten
Tot slot wens het management een winst- en verliesrekening op de korte termijn. Dit wordt
voorzien door rubriek 9 tijdig bij te werken, en zuivere grootboekrekeningen te gebruiken. Er is
sprake van een tijdige winst- en verliesrekening als:
- Resultatenoverzichten voor een periode kleiner dan een jaar worden gemaakt
- De overzichten kort na a oop van de periode beschikbaar zijn
- De overzichten de gewenste informatie bevatten
H3: Categoriale kostenindeling in rubriek 4 (par. 3.1 t/m 3.3 & 3.6)
Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 kan er een onderscheid gemaakt worden tussen werkelijke en
toegestane kosten, en tussen directe en indirecte kosten. Deze zijn beide belangrijk voor de
overboeking van kosten van rubriek 4 naar 5, 6 of 8. Ter herinnering:
- Toegestane kosten (SP * SH) of (SP * WH)
- Werkelijke kosten (WP * WH)
Ondernemingen maken gebruik van een categoriale kostenindeling. Dit wil zeggen dat kosten
worden ingedeeld op basis van een kostensoort welke onderscheidende kenmerken t.o.v. andere
kostensoorten heeft. Er zijn veel verschillende kostensoorten en de meeste spreken voor zich,
maar de 2 belangrijkste voor het fabricageproces zullen hieronder behandeld worden.
Grondstofkosten tegen vaste verrekenprijzen
Omdat inkoopprijzen over tijd snel verschillen, maken de meeste productieondernemingen intern
gebruik van vaste verrekenprijzen (VVP). Grondsto en komen binnen op rekening 300
voorraadgrondsto en. Het verdere verloop van de kosten (t/m rubriek 4) wordt hieronder
weergegeven, evenals toelichting op de bepaling/berekening van de bedragen.
- Aankoop grondsto en
300 voorraad grondsto en (SP * WH)
320 prijsverschillen bij inkoop ————————-> immers wordt er gebruik gemaakt van de VVP
180 Te vorderen btw
A/ 140 Crediteuren
- Verbruik grondsto en
400 Verbruik grondsto en (SP * WH)
A/ 300 voorraad grondsto en (SP * WH)
ffff ffff fl ff ff fi ff
Inleiding
Voordat aan de samenvatting begonnen zal worden is het nuttig de standaardopbouw van het
rekeningoverzicht van een fabrieksboekhouding uiteen te zetten. Dit dient als het “denkkader”,
waarvan alle volgende hoofdstukken extra uitwerkingen zijn. Iedere rubriek staat, net als bij CAFA
1, voor een categorie grootboekrekeningen. Dit zijn de volgende:
- (3) voorraad grondstof
- (4) Initiële inboeking van alle kosten
- (5) rubriek voor indirecte fabricagekosten
- (6) rubriek voor alle fabricagekosten
- (7) voorraad gereed product
- (8) rubriek waarin het verkoopresultaat wordt bepaald
- (9) samenkomen van alle rubrieken in de vorm van resultaten.
De nummers geven aan welke transactiestromen er plaats vinden.
1. Overboeking van voorraad grondstof naar grondstofkosten (verbruik grondsto en)
2. Inboeken kosten
3. Overboeken directe fabricagekosten
4. Overboeking indirecte fabricage- en verkoopkosten
5. Overboeken dekking indirecte fabricagekosten
6. Overboeken gereed product (als het gemaakt is)
7. Verkopen
8. Overboeken kostprijs
9. Overboeken directe verkoopkosten
10. Overboeken dekking indirecte verkoopkosten
11. Verkoopresultaat
12. Eventuele verschillen tussen standaard en werkelijk (e ciency, prijs etc)
Het overboeken van kosten van de ene naar de andere rubriek geschiedt niet door de
oorspronkelijke debitering te crediteren, dan blijft er immers niks staan na overboeking. In plaats
daarvan wordt de rekening 499, 599, 699… etc gecrediteerd. Dit wordt een collectieve
overboekingsrekening genoemd.
ffi ff
, H2: Fabrieksboekhouding
De bedrijven waarvan de boekhouding wordt behandeld in dit vak zijn fabrieken. Hierbij wordt
tijdens het transformatieproces (productie) input van grondsto en, manuren en machines
omgezet in output in de vorm van gereed product. Deze boekhouding kenmerkt zich door twee
onderscheidende factoren:
- Kostenverbijzondering -> extra gedetailleerd
- Kostenbeheersing -> de “schuldige” kunnen aanwijzen
Dit wordt bewerkstelligd door een aantal bijzondere kostenrekeningen te gebruiken:
- Kostenindeling op basis van directe en indirecte kosten -> waarvan directe kosten rechtstreeks
aan 1 product/productgroep zijn toe te rekenen
- Kostenindeling op basis van fabricagekosten en verkoopkosten
- Verschil tussen variabele en constante kosten -> waarbij constante kosten binnen een relevante
range onafhankelijk van de werkelijke productie zijn
- Vergelijken werkelijke en toegestane kosten
Bij stukproductie wordt rekening gehouden met de speci eke wensen van een klant, bij
massaproductie niet. Of er sprake is van massa- of stukproductie bepaalt hoe de boekhouding is
ingericht. Immers is het bij stukproductie niet mogelijk een standaardkostprijs te gebruiken.
Daarom geldt het volgende:
- Massaproductie: vergelijken standaardkostprijs met nagecalculeerde kosten
- Stukproductie: vergelijken voorgecalculeerde kosten met nagecalculeerde kosten
Tot slot wens het management een winst- en verliesrekening op de korte termijn. Dit wordt
voorzien door rubriek 9 tijdig bij te werken, en zuivere grootboekrekeningen te gebruiken. Er is
sprake van een tijdige winst- en verliesrekening als:
- Resultatenoverzichten voor een periode kleiner dan een jaar worden gemaakt
- De overzichten kort na a oop van de periode beschikbaar zijn
- De overzichten de gewenste informatie bevatten
H3: Categoriale kostenindeling in rubriek 4 (par. 3.1 t/m 3.3 & 3.6)
Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 kan er een onderscheid gemaakt worden tussen werkelijke en
toegestane kosten, en tussen directe en indirecte kosten. Deze zijn beide belangrijk voor de
overboeking van kosten van rubriek 4 naar 5, 6 of 8. Ter herinnering:
- Toegestane kosten (SP * SH) of (SP * WH)
- Werkelijke kosten (WP * WH)
Ondernemingen maken gebruik van een categoriale kostenindeling. Dit wil zeggen dat kosten
worden ingedeeld op basis van een kostensoort welke onderscheidende kenmerken t.o.v. andere
kostensoorten heeft. Er zijn veel verschillende kostensoorten en de meeste spreken voor zich,
maar de 2 belangrijkste voor het fabricageproces zullen hieronder behandeld worden.
Grondstofkosten tegen vaste verrekenprijzen
Omdat inkoopprijzen over tijd snel verschillen, maken de meeste productieondernemingen intern
gebruik van vaste verrekenprijzen (VVP). Grondsto en komen binnen op rekening 300
voorraadgrondsto en. Het verdere verloop van de kosten (t/m rubriek 4) wordt hieronder
weergegeven, evenals toelichting op de bepaling/berekening van de bedragen.
- Aankoop grondsto en
300 voorraad grondsto en (SP * WH)
320 prijsverschillen bij inkoop ————————-> immers wordt er gebruik gemaakt van de VVP
180 Te vorderen btw
A/ 140 Crediteuren
- Verbruik grondsto en
400 Verbruik grondsto en (SP * WH)
A/ 300 voorraad grondsto en (SP * WH)
ffff ffff fl ff ff fi ff