M&S VRIJE TIJD
Inleiding
cultuur = beladen thema (cultuurhuizen beschuldigd aan subsidie-uier te hangen)
meerwaarde (return on investment):
- geeft vorm aan ons gezamenlijk verleden
- leert ons andere culturen beter kennen
- verwoordt waarden van onze democratische SL & brengt kritische noot met knipoog
- monumenten willen je doen rondleiden
- nodigt uit elkaar op te zoeken
- nieuwe talenten komen tot bloei
→ stimuleert creativiteit (nodig in VUVA-wereld: volatility, uncertainty, complexity, ambiguity)
Wat is vrije tijd?
niet makkelijk af te bakenen
objectieve benadering (= geen interpretatieverschillen mogelijk)
“vrije tijd = tijd die men niet hoeft te besteden aan verplichte of noodzakelijke activiteiten zoals
werk, zorgtaken, studie en zelfzorg”
- zorgtaken = taken die te maken hebben met zorg voor anderen en huishoudelijk werk
- zelfzorg = slapen, eten, drinken, douchen,…
invulling = divers (meer dan cultuur, jeugd, soc-cult. volwassenenwerk & sport)
individueel (boek lezen) of collectief (naar leesclub gaan) in te vullen
passief (lid zijn van jeugdbeweging) of actief (in de leiding zitten) te beleven
Effecten van vrije tijd
- ontspanning van geest en lichaam
- zelfontwikkeling
- socialisatiemogelijkheden (soc. omgang, zelfidentificatie, creatieve vaardigheden)
Cognitieve vaardigheden
- je leert veel over jezelf
- opbouw zelfreflectieve kennis
- horizon verruimen (nieuwe dingen uitproberen) → eigen blik op wereld creëren
- ICT-vaardigheden
- vormingsorganisaties → kennis en inzicht over bep. thema’s
- competitieve sport → strategisch inzicht
- instrument → auditief vermogen & non-verbaal redeneren
, Gezondheid
- uitlaatklep
- batterijen opladen
- ontspanning
- deelnemen aan culturele activiteiten → vaker gezond en tevreden met leven
- verband tussen culturele activiteiten en mentaal welzijn
- ziekte + culturele activiteiten → hoger psychologisch welzijn
Persoonlijke ontwikkeling
- identiteitsvorming (groeien als persoon)
- eigen krachten & talenten leren kennen
- fysieke, emotionele & sociale vaardigheden
- aanzetten tot participatie en maatschappelijk engagement
- empowerment
- horizon verruimen: - stem kunnen laten horen
- zelf actieve bijdrage leveren aan cultuur (>< consumeren)
Sociale contacten
- gemeenschapsgevoel & betrokkenheid
- toename sociaal kapitaal
- versterkt banden met bestaande sociale contacten (bindende sociale cohesie)
- legt nieuwe contacten (overbruggende sociale cohesie)
→ verruimt je wereld
→ cruciaal om stappen vooruit te zetten in het leven
- breed sociaal netwerk → verscheidener cultureel profiel (vb muzieksmaak)
- deelname cultuur en sport → tolerantere houding t.o.v. andere etnische groepen
- verschillende soorten culturele activiteiten (uitgestrekt netwerk) → meer kans om job te vinden
Historische invalshoek: evolutie van betekenis en invulling
Verschillende tijdperken - verschillende functies
Begin 20e E: vrije tijd als TEGENTIJD “van strijd naar recht”
voor industrialisering = enkel voor elite
industrialisering = democratisering van vrije tijd (nu voor iedereen) → afgedwongen recht
ervoor = enkel arbeid, geen tegentijd → zondagsrust + arbeidsduurvermindering (VT voor iedereen)
Interbellum: vrije tijd als OPVOEDTIJD “vrije tijd als socialisatiemiddel”
er was nu vrije tijd maar hoe in te vullen?
men was bang om arbeiders los te laten → gokken, drinken, hoeren
arbeiders in gareel houden
manier om mensen op te voeden (socialisatiemiddel)
→ collectief gegeven met paternalistische focus (zij wisten het beter)
Inleiding
cultuur = beladen thema (cultuurhuizen beschuldigd aan subsidie-uier te hangen)
meerwaarde (return on investment):
- geeft vorm aan ons gezamenlijk verleden
- leert ons andere culturen beter kennen
- verwoordt waarden van onze democratische SL & brengt kritische noot met knipoog
- monumenten willen je doen rondleiden
- nodigt uit elkaar op te zoeken
- nieuwe talenten komen tot bloei
→ stimuleert creativiteit (nodig in VUVA-wereld: volatility, uncertainty, complexity, ambiguity)
Wat is vrije tijd?
niet makkelijk af te bakenen
objectieve benadering (= geen interpretatieverschillen mogelijk)
“vrije tijd = tijd die men niet hoeft te besteden aan verplichte of noodzakelijke activiteiten zoals
werk, zorgtaken, studie en zelfzorg”
- zorgtaken = taken die te maken hebben met zorg voor anderen en huishoudelijk werk
- zelfzorg = slapen, eten, drinken, douchen,…
invulling = divers (meer dan cultuur, jeugd, soc-cult. volwassenenwerk & sport)
individueel (boek lezen) of collectief (naar leesclub gaan) in te vullen
passief (lid zijn van jeugdbeweging) of actief (in de leiding zitten) te beleven
Effecten van vrije tijd
- ontspanning van geest en lichaam
- zelfontwikkeling
- socialisatiemogelijkheden (soc. omgang, zelfidentificatie, creatieve vaardigheden)
Cognitieve vaardigheden
- je leert veel over jezelf
- opbouw zelfreflectieve kennis
- horizon verruimen (nieuwe dingen uitproberen) → eigen blik op wereld creëren
- ICT-vaardigheden
- vormingsorganisaties → kennis en inzicht over bep. thema’s
- competitieve sport → strategisch inzicht
- instrument → auditief vermogen & non-verbaal redeneren
, Gezondheid
- uitlaatklep
- batterijen opladen
- ontspanning
- deelnemen aan culturele activiteiten → vaker gezond en tevreden met leven
- verband tussen culturele activiteiten en mentaal welzijn
- ziekte + culturele activiteiten → hoger psychologisch welzijn
Persoonlijke ontwikkeling
- identiteitsvorming (groeien als persoon)
- eigen krachten & talenten leren kennen
- fysieke, emotionele & sociale vaardigheden
- aanzetten tot participatie en maatschappelijk engagement
- empowerment
- horizon verruimen: - stem kunnen laten horen
- zelf actieve bijdrage leveren aan cultuur (>< consumeren)
Sociale contacten
- gemeenschapsgevoel & betrokkenheid
- toename sociaal kapitaal
- versterkt banden met bestaande sociale contacten (bindende sociale cohesie)
- legt nieuwe contacten (overbruggende sociale cohesie)
→ verruimt je wereld
→ cruciaal om stappen vooruit te zetten in het leven
- breed sociaal netwerk → verscheidener cultureel profiel (vb muzieksmaak)
- deelname cultuur en sport → tolerantere houding t.o.v. andere etnische groepen
- verschillende soorten culturele activiteiten (uitgestrekt netwerk) → meer kans om job te vinden
Historische invalshoek: evolutie van betekenis en invulling
Verschillende tijdperken - verschillende functies
Begin 20e E: vrije tijd als TEGENTIJD “van strijd naar recht”
voor industrialisering = enkel voor elite
industrialisering = democratisering van vrije tijd (nu voor iedereen) → afgedwongen recht
ervoor = enkel arbeid, geen tegentijd → zondagsrust + arbeidsduurvermindering (VT voor iedereen)
Interbellum: vrije tijd als OPVOEDTIJD “vrije tijd als socialisatiemiddel”
er was nu vrije tijd maar hoe in te vullen?
men was bang om arbeiders los te laten → gokken, drinken, hoeren
arbeiders in gareel houden
manier om mensen op te voeden (socialisatiemiddel)
→ collectief gegeven met paternalistische focus (zij wisten het beter)