Executieve functies:
Inleiding:
- Kinderen met vertraagde ontwikkeling of ontwikkelingsstroornis = vaak problemen
met executieve functies.
- Executieve functies: hogere cognitieve processen die nodig zijn om activiteiten te
plannen en te sturen. Alle executieve functies hebben een controlerende en
aansturende functie.
- Ze kunnen worden gezien als de dirigent van onze cognitieve vaardigheden.
- Ze helpen bij alle soorten taken.
- Ze zeggen niet hoe intelligent een persoon is, maar zijn wel een voorspeller van
schoolsucces!!
- Het zijn dus denkprocessen die belangrijk zijn voor denken, organiseren en uitvoeren
van sociaal, efficiënt en doelgericth gedrag.
- Ze regelen bvb het starten met een taak, richten en vasthouden van aandacht.
- Worden uitgevoerd door de prefrontale cortex: voorste gedeelte van de hersenen
dat tijdens adolescentie nog volop in ontwikkeling is.
- Werken ook samen met andere delen van het brein!!
- Kennis van executieve functies helpt bij analyseren van gedrag en kan een negatieve
blik op gedrag veranderen.
- Onwil => onmacht!
- Kind als lui berschrijven => heeft een trage ontwikkeling van executieve functies
waardoor het misschien moeite heeft met taakinitiatie of doelgericht
doorzettingsvermogen.
- Door bewustwording, oefening en herhaling => executieve functie versterken en
gedragsverandering vindt plaats.
- Executieve functies kan je dus leren wanneer je deze nog te weinig bezit!!!!
,11 executieve functies, in 2 soorten vaardigheden:
- Denkvaardigheden:
Werkgeheugen: eerder geleerde vaardigheden kunnen toepassen in nieuwe
situaties.
Planning: het vermogen een plan te bedenken om een doel te bereiken of een
taak te voltooien.
Organisatie: dingen volgens een bepaald systeem ordenen.
Timemanagement: de tijd, die nodig is voor een activiteit, juist inschatten en
indelen.
Metacognitie: een stapje terug doen om de situatie te overzien en te bekijken
hoe een probleem kan worden aangepakt.
- Gedragsregulerende vaardigheden (vaardigheden om gedrag te reguleren):
Responsinhibitie: het vermogen om eerst na te denken en een situatie te
beoordelen en zo na te gaan hoe het gedrag effect kan hebben op een situatie.
Emotieregulatie: emoties onder controle houden.
Flexibiliteit: in staat zijn om plannen te kunnen bijstellen.
Volgehouden aandacht: aandacht kunnen blijven schenken aan een taak.
Taakinitiatie: op tijd aan een taak kunnen beginnen.
Doelgericht doorzettingsvermogen: een doel kunnen formuleren en realiseren
zonder afgeleid of afgeschrikt te worden.
Denkvaardigheden:
, Werkgeheugen:
Definitie en theoretisch kader:
- Onderdeel van geheugen waar info kan worden geladen en eventueel kan worden
bewerkt.
- Belangrijkste executieve functie op school!!
- Slecht werkgeheugen: info niet kunnen vasthouden en snel een cognitieve ‘overload’
ervaren.
- Wordt gezien als kladblok waarop info kan worden genoteerd.
- Er kunnen 7 info-eenheden worden vastgehouden.
- Info-eenheid: cognitieve structuur, kan veel info omvatten.
- Zo zou iemand acht verschillende getallen kunnen onthouden (bijvoorbeeld
20111997) wat acht informatie-eenheden zijn maar ze kunnen ook gegroepeerd
worden in twee jaartallen van 2011 en 1997 wat maar telt als twee informatie-
eenheden. Dit is een voorbeeld van ‘chunking’.
- 4 soorten:
Een visueel- ruimtelijk kladblok:
- Actief tijdens het maken van innderlijk voorstellingen en ruimtelijke processen.
- Soort mindmap maken in je hoofd.
Een episodische buffer:
- Verantwoordelijk voor onthouden van volgorde van gebeurtenissen.
- Planning maken in volgorde bvb.
Een fonologische loop:
- Betrokken bij verwerken van gesproken tekst.
- Actief bij innerlijk praten tijdens het lezen.
Een centraal executief systeem
- Belangrijkste onderdeel van werkgeheugen!!
- Aandachtrichter en bepaalt welk onderdeel van werkgeheugen aandacht krijgt.
Waarneembaar gedrag bij tekort aan denkvaardigheden:
Inleiding:
- Kinderen met vertraagde ontwikkeling of ontwikkelingsstroornis = vaak problemen
met executieve functies.
- Executieve functies: hogere cognitieve processen die nodig zijn om activiteiten te
plannen en te sturen. Alle executieve functies hebben een controlerende en
aansturende functie.
- Ze kunnen worden gezien als de dirigent van onze cognitieve vaardigheden.
- Ze helpen bij alle soorten taken.
- Ze zeggen niet hoe intelligent een persoon is, maar zijn wel een voorspeller van
schoolsucces!!
- Het zijn dus denkprocessen die belangrijk zijn voor denken, organiseren en uitvoeren
van sociaal, efficiënt en doelgericth gedrag.
- Ze regelen bvb het starten met een taak, richten en vasthouden van aandacht.
- Worden uitgevoerd door de prefrontale cortex: voorste gedeelte van de hersenen
dat tijdens adolescentie nog volop in ontwikkeling is.
- Werken ook samen met andere delen van het brein!!
- Kennis van executieve functies helpt bij analyseren van gedrag en kan een negatieve
blik op gedrag veranderen.
- Onwil => onmacht!
- Kind als lui berschrijven => heeft een trage ontwikkeling van executieve functies
waardoor het misschien moeite heeft met taakinitiatie of doelgericht
doorzettingsvermogen.
- Door bewustwording, oefening en herhaling => executieve functie versterken en
gedragsverandering vindt plaats.
- Executieve functies kan je dus leren wanneer je deze nog te weinig bezit!!!!
,11 executieve functies, in 2 soorten vaardigheden:
- Denkvaardigheden:
Werkgeheugen: eerder geleerde vaardigheden kunnen toepassen in nieuwe
situaties.
Planning: het vermogen een plan te bedenken om een doel te bereiken of een
taak te voltooien.
Organisatie: dingen volgens een bepaald systeem ordenen.
Timemanagement: de tijd, die nodig is voor een activiteit, juist inschatten en
indelen.
Metacognitie: een stapje terug doen om de situatie te overzien en te bekijken
hoe een probleem kan worden aangepakt.
- Gedragsregulerende vaardigheden (vaardigheden om gedrag te reguleren):
Responsinhibitie: het vermogen om eerst na te denken en een situatie te
beoordelen en zo na te gaan hoe het gedrag effect kan hebben op een situatie.
Emotieregulatie: emoties onder controle houden.
Flexibiliteit: in staat zijn om plannen te kunnen bijstellen.
Volgehouden aandacht: aandacht kunnen blijven schenken aan een taak.
Taakinitiatie: op tijd aan een taak kunnen beginnen.
Doelgericht doorzettingsvermogen: een doel kunnen formuleren en realiseren
zonder afgeleid of afgeschrikt te worden.
Denkvaardigheden:
, Werkgeheugen:
Definitie en theoretisch kader:
- Onderdeel van geheugen waar info kan worden geladen en eventueel kan worden
bewerkt.
- Belangrijkste executieve functie op school!!
- Slecht werkgeheugen: info niet kunnen vasthouden en snel een cognitieve ‘overload’
ervaren.
- Wordt gezien als kladblok waarop info kan worden genoteerd.
- Er kunnen 7 info-eenheden worden vastgehouden.
- Info-eenheid: cognitieve structuur, kan veel info omvatten.
- Zo zou iemand acht verschillende getallen kunnen onthouden (bijvoorbeeld
20111997) wat acht informatie-eenheden zijn maar ze kunnen ook gegroepeerd
worden in twee jaartallen van 2011 en 1997 wat maar telt als twee informatie-
eenheden. Dit is een voorbeeld van ‘chunking’.
- 4 soorten:
Een visueel- ruimtelijk kladblok:
- Actief tijdens het maken van innderlijk voorstellingen en ruimtelijke processen.
- Soort mindmap maken in je hoofd.
Een episodische buffer:
- Verantwoordelijk voor onthouden van volgorde van gebeurtenissen.
- Planning maken in volgorde bvb.
Een fonologische loop:
- Betrokken bij verwerken van gesproken tekst.
- Actief bij innerlijk praten tijdens het lezen.
Een centraal executief systeem
- Belangrijkste onderdeel van werkgeheugen!!
- Aandachtrichter en bepaalt welk onderdeel van werkgeheugen aandacht krijgt.
Waarneembaar gedrag bij tekort aan denkvaardigheden: