Ontwikkeling meta cognitieve en executieve functies:
Kinderen met problemen in EF hebben vaak deze opmerkingen:
- Met een beetje orde zou het veel gemakkelijker gaan.
- Als hij zou willen, zou hij wel kunnen.
- Tegen de mama: “je moet er beter op toezien dat hij zijn huiswerk maakt”.
- Be je nu weer de laatste die toekomt?
- Probeer nu toch eens na te denken voor je iets doet.
- Ben je nu weer je boekentas vergeten?
- …
Begripsomschrijving:
- In het ICF-CY:
Executieve functies en metacognitie worden hier door elkaar gebruikt.
Cognitie = aandacht, geheugen, perceptie en specifieke metacognitieve
vaardigheden.
- Met specifieke metacognitieve vaardigheden bedoelt men:
Complex doelgericht gedrag.
Komt voor bij = nemen van beslissingen, abstract denken, plannen, uitvoeren van
plannen, mentale flexibiliteit bij bepalen welk gedrag adequaat is onder welke
omstandigheden (bvb lockdown party nu niet oke).
Metacognitie:
- Kennis over:
Onszelf en factoren die het resultaat van ons leren beïnvloeden. (decleratief)
Strategieën die we gebruiken. (procedureel)
Waar en wanneer we bepaalde strategieën kunnen gebruiken. (condities)
- Procedurele metacognitie:
Het monitoren van de taak.
Het monitoren van de controle.
Executieve vaardigheden:
- Moeilijk te definiëren.
- Het heeft verschillende deeltaken (paraplu begrip!).
- Het zijn cognitieve begrippen die ons gedrag reguleren zodat ons gedrag efficiënt en
doelgericht kan zijn.
- Bij routinematige opdrachten hebben we geen EF nodig!!
- Bij nieuw probleemoplossend gedrag stellen die controle vergen hebben we wel EF
nodig!!
, Marshmallowtest vd coockie experiment:
- Marshmallowtest:
Jaren 60.
Kindjes moesten wachten om marshmallow te eten, als ze wachtten, kregen ze er
1 extra.
Lange-termijnbelang boven korte-termijnbelang.
Ze gingen er vanuit dat kinderen die konden wachten = meer succesvol gingen
zijn later.
- Cookie experiment:
Nu.
Kindjes moesten wachten om koekje op te eten, als ze wachtten, kregen ze er 1
extra.
Lange-termijnbelang boven korte-termijnbelang.
Ze gaan er vanuit dat kinderen die kunnen wachten = leven in een vertrouwde
omgeving.
Ze hebben geleerd dat het loont om te wachten.
Ho ouder ze zijn, hoe meer kinderen in staat zouden moeten zijn om te kunnen
wachten. Ze zullen strategieën uitproberen zoals het koekje proberen negeren,
tegen zichzelf praten en zeggen dat het niet mag,…
Barkley:
- Publiceerde in 1997 een model van executief functioneren (toegepast bij kinderen
met ADHD).
- Is een ander soort redeneren dan de vorige pagina’s over EF!!
(kunnen onderscheiden!)
- Responsinhibitie als centraal element in relatie tot 4 andere EF:
Verbaal werkgeheugen.
Non-verbaal werkgeheugen.
Affectregulatie.
Reconstitutie (flexibiliteit).
- Deze samen leiden tot aangepast gedrag.
Thiery en Anthonis:
Kinderen met problemen in EF hebben vaak deze opmerkingen:
- Met een beetje orde zou het veel gemakkelijker gaan.
- Als hij zou willen, zou hij wel kunnen.
- Tegen de mama: “je moet er beter op toezien dat hij zijn huiswerk maakt”.
- Be je nu weer de laatste die toekomt?
- Probeer nu toch eens na te denken voor je iets doet.
- Ben je nu weer je boekentas vergeten?
- …
Begripsomschrijving:
- In het ICF-CY:
Executieve functies en metacognitie worden hier door elkaar gebruikt.
Cognitie = aandacht, geheugen, perceptie en specifieke metacognitieve
vaardigheden.
- Met specifieke metacognitieve vaardigheden bedoelt men:
Complex doelgericht gedrag.
Komt voor bij = nemen van beslissingen, abstract denken, plannen, uitvoeren van
plannen, mentale flexibiliteit bij bepalen welk gedrag adequaat is onder welke
omstandigheden (bvb lockdown party nu niet oke).
Metacognitie:
- Kennis over:
Onszelf en factoren die het resultaat van ons leren beïnvloeden. (decleratief)
Strategieën die we gebruiken. (procedureel)
Waar en wanneer we bepaalde strategieën kunnen gebruiken. (condities)
- Procedurele metacognitie:
Het monitoren van de taak.
Het monitoren van de controle.
Executieve vaardigheden:
- Moeilijk te definiëren.
- Het heeft verschillende deeltaken (paraplu begrip!).
- Het zijn cognitieve begrippen die ons gedrag reguleren zodat ons gedrag efficiënt en
doelgericht kan zijn.
- Bij routinematige opdrachten hebben we geen EF nodig!!
- Bij nieuw probleemoplossend gedrag stellen die controle vergen hebben we wel EF
nodig!!
, Marshmallowtest vd coockie experiment:
- Marshmallowtest:
Jaren 60.
Kindjes moesten wachten om marshmallow te eten, als ze wachtten, kregen ze er
1 extra.
Lange-termijnbelang boven korte-termijnbelang.
Ze gingen er vanuit dat kinderen die konden wachten = meer succesvol gingen
zijn later.
- Cookie experiment:
Nu.
Kindjes moesten wachten om koekje op te eten, als ze wachtten, kregen ze er 1
extra.
Lange-termijnbelang boven korte-termijnbelang.
Ze gaan er vanuit dat kinderen die kunnen wachten = leven in een vertrouwde
omgeving.
Ze hebben geleerd dat het loont om te wachten.
Ho ouder ze zijn, hoe meer kinderen in staat zouden moeten zijn om te kunnen
wachten. Ze zullen strategieën uitproberen zoals het koekje proberen negeren,
tegen zichzelf praten en zeggen dat het niet mag,…
Barkley:
- Publiceerde in 1997 een model van executief functioneren (toegepast bij kinderen
met ADHD).
- Is een ander soort redeneren dan de vorige pagina’s over EF!!
(kunnen onderscheiden!)
- Responsinhibitie als centraal element in relatie tot 4 andere EF:
Verbaal werkgeheugen.
Non-verbaal werkgeheugen.
Affectregulatie.
Reconstitutie (flexibiliteit).
- Deze samen leiden tot aangepast gedrag.
Thiery en Anthonis: