1. WAT IS ETHIEK
Ethiek
= antwoord op de vraag “waarom?”
= nadenken = reflectie
= systematische studie van goed en kwaad in menselijk handelen
Egoïsme
Religie -> kan niet zegge wat moreel juist is
Wetten
Moraal (“geweten”) -> leugen of waarheid
Atheïsten -> geen godsdienst
Argumenten
Rationaliteit -> logisch
Traceerbaarheid -> volgbaar
Coherentie -> samenhangend
wetenschap Ethiek
Observatie Reflectie
Wat is Wat zou moeten
2. MENS, MAATSCHAPPIJ EN ETHIEK
Intrinsieke waarde
= waarde los van secundaire, irrelevante eigenschappen = hetgeen wat rechten geeft
Morele relevantie
Morele agent/ actor = moreel subject
Morele patiënt = moreel object
Subject = volle vermogen tot maken van ethische beslissingen
Object = rest = “morele cirkel” -> (mens (M), dier (D), plant (P), ecosysteem (E))
mensgerichte ethiek Ethische kruistabel: In principe elke
= antropocentrisme combinatie is mogelijk
Diergerichte ethiek
= zoöcentrisme deugd gevolg plicht
Mens
Milieugerichte ethiek
Dier
= ecocentrisme
milieu
Deugdenethiek
= deel van een handeling, deugden is karaktereigenschappen = midden tussen 2 passies = moed,
gematigdheid, verstandigheid, rechtvaardigheid
Gevolgenethiek
= consequentialisme = lijden, vreugde = negatieve en positieve gevolgen
Plichtethiek
= deotologie= morele principes = zelf geen lijden, toch problematisch
, 3. MENS- DIERRELATIES EN WAARDE VAN DIEREN
Nutsdieren Gezelschapsdieren
relatie = economische nuttigheid leven samen met de mens, tot plezier van
landbouwhuisdieren, proefdieren, de mens
werkdieren binnen leven, naam, gezelschapswaarde
dood = bewust, economische keuze dood = uitstellen
zelden veterinaire kosten vaak veterinaire kosten
economisch: 2 richtingen: als
gezelschapswaarde daalt?
Hulpdieren Exotische dieren
mens = afhankelijke partner collectie- of pronkstuk + zeldzaam
tegelijk gezelschapsdier dood: vermijden
dood: uitstellen hoge veterinaire kosten
hoge veterinaire kosten
Hobbydieren Schadelijke dieren
zonder (groot) economisch nut bedreiging voor de mens
ex-exotische en ex-nutsdieren dood: zo snel mogelijk, soms wettelijk
niet zeldzaam, wel uitzonderlijke verplicht
kenmerken veterinaire kosten om te doden
dood: afhankelijk van dierkenmerken
Wilde dieren
geen relatie met de mens
dood: collectieve gedachte, creatie
leefomgevingen, herintroductie
veterinaire kosten: relevanter naarmate
minder individuen
Ethiek
= antwoord op de vraag “waarom?”
= nadenken = reflectie
= systematische studie van goed en kwaad in menselijk handelen
Egoïsme
Religie -> kan niet zegge wat moreel juist is
Wetten
Moraal (“geweten”) -> leugen of waarheid
Atheïsten -> geen godsdienst
Argumenten
Rationaliteit -> logisch
Traceerbaarheid -> volgbaar
Coherentie -> samenhangend
wetenschap Ethiek
Observatie Reflectie
Wat is Wat zou moeten
2. MENS, MAATSCHAPPIJ EN ETHIEK
Intrinsieke waarde
= waarde los van secundaire, irrelevante eigenschappen = hetgeen wat rechten geeft
Morele relevantie
Morele agent/ actor = moreel subject
Morele patiënt = moreel object
Subject = volle vermogen tot maken van ethische beslissingen
Object = rest = “morele cirkel” -> (mens (M), dier (D), plant (P), ecosysteem (E))
mensgerichte ethiek Ethische kruistabel: In principe elke
= antropocentrisme combinatie is mogelijk
Diergerichte ethiek
= zoöcentrisme deugd gevolg plicht
Mens
Milieugerichte ethiek
Dier
= ecocentrisme
milieu
Deugdenethiek
= deel van een handeling, deugden is karaktereigenschappen = midden tussen 2 passies = moed,
gematigdheid, verstandigheid, rechtvaardigheid
Gevolgenethiek
= consequentialisme = lijden, vreugde = negatieve en positieve gevolgen
Plichtethiek
= deotologie= morele principes = zelf geen lijden, toch problematisch
, 3. MENS- DIERRELATIES EN WAARDE VAN DIEREN
Nutsdieren Gezelschapsdieren
relatie = economische nuttigheid leven samen met de mens, tot plezier van
landbouwhuisdieren, proefdieren, de mens
werkdieren binnen leven, naam, gezelschapswaarde
dood = bewust, economische keuze dood = uitstellen
zelden veterinaire kosten vaak veterinaire kosten
economisch: 2 richtingen: als
gezelschapswaarde daalt?
Hulpdieren Exotische dieren
mens = afhankelijke partner collectie- of pronkstuk + zeldzaam
tegelijk gezelschapsdier dood: vermijden
dood: uitstellen hoge veterinaire kosten
hoge veterinaire kosten
Hobbydieren Schadelijke dieren
zonder (groot) economisch nut bedreiging voor de mens
ex-exotische en ex-nutsdieren dood: zo snel mogelijk, soms wettelijk
niet zeldzaam, wel uitzonderlijke verplicht
kenmerken veterinaire kosten om te doden
dood: afhankelijk van dierkenmerken
Wilde dieren
geen relatie met de mens
dood: collectieve gedachte, creatie
leefomgevingen, herintroductie
veterinaire kosten: relevanter naarmate
minder individuen