NEMATODEN
Strongyloides papillosus*
Kenmerken:
- Komt voor bij herkauwers (pathologisch in tropen)
- Volwassen vrouwelijke worm leeft in mucosa vd dunne darm
Levenscyclus:
- Ei met triploïde, diploïde of haploïde L1 larve in feces
- Larve komt uit ei en triploïde larve ontwikkelt tot L2 en L3 larve (homogonische cyclus)
Exogeen
- L1 larve kan ook uitgroeien tot vrijlevende haploïde mannetjes en diploïde vrouwtjes
→ Na copulatie vorming van eieren
→ Daaruit ontstane L1 larve vervelt 2-maal tot L3 larve (heterogonische cyclus)
- L3 larve doorboort huid (thv poten/buik), migreert via bloedvat naar hart en dan longen
- Jonge dieren:
→ Boren doorheen alveolen, bronchiolen, bronchiën, trachea en worden doorgeslikt
→ Boren zich in darmmucosa en vervellen tot L4 larve
Endogeen
→ Komen terug in darmlumen en vervellen laatste keer tot L5 (volwassen worm)
→ Parthenogenetische productie van eieren die via feces gastheer verlaten
- Oude dieren:
→ Meeste larven geraken niet in alveolen → encystering id uierregio
→ Deel vd L3 larve verlaat via colostrum moeder en infecteert kalf (galactogene besmetting)
▪ L3 larve ontwikkelt zich direct in darm van kalf snel tot volwassen worm
,Strongyloides westeri*
Kenmerken:
- Komt voor bij paarden en ezels
- Volwassen vrouwelijke worm leeft in dunne darm
Levenscyclus:
- Idem Strongyloides papillosus
,Uncinaria stenocephala**
Kenmerken:
- Komt voor bij honden
- Koudere streken van Europa en Noord-Amerika
- Frequent bij vossen en honden in België en Nederland
- Volwassen worm vooral histiofaag en weinig haematofaag
- Weinig pathogeen
Levenscyclus:
- Exogeen:
→ Ongeëmbryoneerde eieren via feces uitgescheiden
→ Vrijgekomen L1 larve vervelt tot L2 en dan L3 larve
(L3 larve omhult door vervellingshuid van L2 = infectieuze vorm en kan lang overleven)
- Endogeen:
→ Orale opname van infectieuze larve (L3)
→ Verdere ontwikkeling tot volwassen worm volledig in de darm
(geen somatische migratie)
, Ancylostoma caninum*
Kenmerken:
- Komt voor bij honden
- Wereldwijd maar vooral warmere streken
- Volwassen worm voedt zich met bloed in dunne darm (zeer pathogeen)
- Zeer productieve vrouwelijke worm (16.000 eieren per dag)
- Veroorzaakt bij mens cutane larvae migrans syndroom (zoönose)
Levenscyclus:
- Exogeen:
→ Uitscheiden van eieren id feces, L1 larve komt vrij en vervelt 2-maal tot L3 larve
- Endogeen:
→ Percutane infectie (binnendringen van L3 larve thv huid vd poten)
→ Jonge dieren:
▪ Langs bloedbaan naar hart, long, trachea, keel en finaal dunne darm
▪ L3 larve vervelt 2-maal tot adulte worm in dunne darm
→ Oude dieren:
▪ Veel L3 larven geraken niet door longalveolen → encystering in weefsels
▪ Deel vd L3 larven verlaat via colostrum gastheer en infecteert pup
(galactogene overdracht)
• L3 larve ontwikkelt zich direct in darm van pup tot volwassen worm
▪ Zeer zelden transplacentaire overdracht
- Paratenische gastheer:
→ L3 larve kan percutaan in andere dieren binnendringen en inkapselen (knaagdier, mens)
→ Hond besmet zich door predatie van geïnfecteerde paratenische gastheer
Strongyloides papillosus*
Kenmerken:
- Komt voor bij herkauwers (pathologisch in tropen)
- Volwassen vrouwelijke worm leeft in mucosa vd dunne darm
Levenscyclus:
- Ei met triploïde, diploïde of haploïde L1 larve in feces
- Larve komt uit ei en triploïde larve ontwikkelt tot L2 en L3 larve (homogonische cyclus)
Exogeen
- L1 larve kan ook uitgroeien tot vrijlevende haploïde mannetjes en diploïde vrouwtjes
→ Na copulatie vorming van eieren
→ Daaruit ontstane L1 larve vervelt 2-maal tot L3 larve (heterogonische cyclus)
- L3 larve doorboort huid (thv poten/buik), migreert via bloedvat naar hart en dan longen
- Jonge dieren:
→ Boren doorheen alveolen, bronchiolen, bronchiën, trachea en worden doorgeslikt
→ Boren zich in darmmucosa en vervellen tot L4 larve
Endogeen
→ Komen terug in darmlumen en vervellen laatste keer tot L5 (volwassen worm)
→ Parthenogenetische productie van eieren die via feces gastheer verlaten
- Oude dieren:
→ Meeste larven geraken niet in alveolen → encystering id uierregio
→ Deel vd L3 larve verlaat via colostrum moeder en infecteert kalf (galactogene besmetting)
▪ L3 larve ontwikkelt zich direct in darm van kalf snel tot volwassen worm
,Strongyloides westeri*
Kenmerken:
- Komt voor bij paarden en ezels
- Volwassen vrouwelijke worm leeft in dunne darm
Levenscyclus:
- Idem Strongyloides papillosus
,Uncinaria stenocephala**
Kenmerken:
- Komt voor bij honden
- Koudere streken van Europa en Noord-Amerika
- Frequent bij vossen en honden in België en Nederland
- Volwassen worm vooral histiofaag en weinig haematofaag
- Weinig pathogeen
Levenscyclus:
- Exogeen:
→ Ongeëmbryoneerde eieren via feces uitgescheiden
→ Vrijgekomen L1 larve vervelt tot L2 en dan L3 larve
(L3 larve omhult door vervellingshuid van L2 = infectieuze vorm en kan lang overleven)
- Endogeen:
→ Orale opname van infectieuze larve (L3)
→ Verdere ontwikkeling tot volwassen worm volledig in de darm
(geen somatische migratie)
, Ancylostoma caninum*
Kenmerken:
- Komt voor bij honden
- Wereldwijd maar vooral warmere streken
- Volwassen worm voedt zich met bloed in dunne darm (zeer pathogeen)
- Zeer productieve vrouwelijke worm (16.000 eieren per dag)
- Veroorzaakt bij mens cutane larvae migrans syndroom (zoönose)
Levenscyclus:
- Exogeen:
→ Uitscheiden van eieren id feces, L1 larve komt vrij en vervelt 2-maal tot L3 larve
- Endogeen:
→ Percutane infectie (binnendringen van L3 larve thv huid vd poten)
→ Jonge dieren:
▪ Langs bloedbaan naar hart, long, trachea, keel en finaal dunne darm
▪ L3 larve vervelt 2-maal tot adulte worm in dunne darm
→ Oude dieren:
▪ Veel L3 larven geraken niet door longalveolen → encystering in weefsels
▪ Deel vd L3 larven verlaat via colostrum gastheer en infecteert pup
(galactogene overdracht)
• L3 larve ontwikkelt zich direct in darm van pup tot volwassen worm
▪ Zeer zelden transplacentaire overdracht
- Paratenische gastheer:
→ L3 larve kan percutaan in andere dieren binnendringen en inkapselen (knaagdier, mens)
→ Hond besmet zich door predatie van geïnfecteerde paratenische gastheer