Inleiding
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Gedrag wordt gestuurd door morele overwegingen probleem?
=> Botsende morele intuïties (waarom persoon anders behandelen dan een
andere persoon?)
Filosofie begint bij een probleem, en we moeten er een verklaring voor
vinden
Er ontstaan scheuren, maar die kunnen opgelost worden => negeren, er
van weg draaien, verklaringen
=> Filosofie is rationele argumentatie geven die conflicten kan oplossen
Politiek conflict leidt tot het geven van bepaalde rechtvaardigingen
=> Nieuwe zoektocht naar filosofische principes
Juridische norm handelen op bepaalde manier, anders word je bestraft
Normatief principe (feit dat je proces kan begaan voor een uitspraak)
Blijvende idee dat er geen echte rationele basis valt te bieden voor onze morele
oordelen -> ethisch scepticisme
Deel I: wat is goed handelen?
-----------------------------------------------------------------------------------
Aristoteles: biografie
----------------------------------------------------------------------------------------------
=> Aristoteles ging over alle verschillende domeinen iets schrijven had grote
invloed op hele Europese geschiedenis (=> bio tot 17 e eeuw was volledig
Aristoteles,…)
Studeert in Athene (leerling van Plato)
Opvoeder Alexander de Grote
Ethische theorie relevant
Bij elk soort van wetenschap hoort ook een andere houding van het kennende
subject ;
- In de theoretische wetenschap ligt de rol bij de toeschouwer
- In de productieve wetenschap ligt de rol bij de producent (landbouw,…)
- In de praktische wetenschap kijk je naar jezelf als een handelend aspect
Eudaimonia
---------------------------------------------------------------------------------------------------------
,=> Als het gaat over Aristoteles’ ethische theorie hangt het af van het idee dat
er iets moet zijn als een uiteindelijk doel goed is, DUS de werkelijkheid en ook de
mensen moeten gericht zijn op wat goed is:
Als het niet zo is vallen we in slechte machtspolitiek waarbij je niet kan
verklaren waarom zaken zijn hoe ze zijn
Hij vertrekt van het onderscheid in hoe we handelingen beschrijven ;
1 Enerzijds zijn er handelingen die een doel hebben dat buiten de handeling
zelf ligt = poiesis
Voorbeeld poiesis:
Je studeert rechten om er later advocaat of jurist mee te worden.
=> Als we alleen poiesis zouden hebben, zal het doel steeds verder komen te
liggen (er komt geen einde aan keet van verdere doelen en dat leidt uiteindelijk
nergens naartoe).
2 Anderzijds zijn er handelingen die als doel enkel zichzelf hebben = praxis
Voorbeeld praxis:
Je speelt piano voor de activiteit van het piano spelen zelf. Je beoefent een sport
omdat je die sport leuk vindt.
=> Meestal ook nog een doel erbuiten (je kan ook sporten om fit te blijven en
niet alleen omdat je die sport leuk vindt)
=> activiteiten zijn gericht op het goede leven
=> Eudaimonia: hoe je leeft en hoe je je gedraagt is een manier om te weten
hoe de werkelijkheid in elkaar zit + We hebben allemaal een intentie om iets te
doen, en als we het tot volledige ontplooiing kunnen brengen kunnen we geluk
bereiken
=> Teleologie: Aristoteles denkt dat hij een goede invulling kan geven van wat
een goed leven is
Hij zegt dat alle dingen (objecten, dieren,…) een natuurlijk streefdoel
(doeloorzaak = de essentie van iets) hebben
Voorbeeld teleologie:
Het natuurlijke doel van een flesje water is dat je er van kan drinken.
Redelijkheid
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
Specifiek aan doelgerichtheid van mensen ;
1 Overleving (mens en dier)
2 Zintuiglijke waarneming (mens en dier)
3 Redelijkheid (uniek aan de mens)
,=> Eerste antwoord op vraag “eudaimonia” = beschouwelijke activiteit van het
verstand -> theoretische, maar vooral filosofische kennis heeft geen ander doel
dan zichzelf.
Piramidesysteem van de Grieken:
MANNELIJKE GRIEKSE BURGERS
GEZINSSFEER
SLAVEN
=> Tweede antwoord op vraag “eudaimonia” = een geslaagd leven is een
politiek leven
Mensen zijn inherent sociale wezens, hebben elkaar nodig om te kunnen
overleven, en omdat we zo zijn, hebben we inherent streefvermogen tot
samenleven en samen beslissingen maken -> politiek leven waar we
samen beslissingen maken, actief deelnemen = bios politikos
De stad gaat vooraf aan het individu en die vormen en ondersteunen elkaar ;
1 ideale stad produceert redelijke burgers
2 redelijke burgers zijn actief in politieke leven van de polis
Hoe moeten we handelen?
--------------------------------------------------------------------------------------
=> Volgens Aristoteles is goed handelen een product van een sterk kwalitatief
moreel leven en dat uit zich in een dispositie (= bepaald karakter, constante
neiging om op bepaalde manier te handelen) = DEUGDELIJKHEID
Het gaat om een bepaalde ingesteldheid en als je een goede morele
houding hebt ben je deugdelijk
Menselijke ziel wordt opgesplitst in ;
- Verstand (kan deugdelijkheid hebben)
Voorbeeld verstand:
Het betekent dat je beschikt over kwaliteiten die je goed doen nadenken, dat je
kritische ingesteldheid hebt -> mensen die goed kunnen nadenken beschikken
over die deugde.
- Streefvermogen (aspect van onze ziel die ons doet handelen)
Voorbeeld streefvermogen:
Het betekent dat mensen die goed handelen ethische deugdelijkheid hebben.
=> Ethische deugdelijkheid: je bent goed gevormd, je hebt goed inzicht in
welke beslissingen je moet maken in een bepaalde situatie en hoe je die situatie
gaat evalueren (het is niet aangeboren, je moet het trainen)
, Elke deugd is het midden tussen 2 ondeugden -> tegen overdaad en gebrek
Het juiste evenwicht is er eentje waar ons redelijk vermogen de bovenhand
heeft = phronesis (= verstandige wijsheid)
Verschillende deugden ;
1 Moed = midden tussen lafheid en overmoed
2 Matigheid = als mensen zich zowel niet onthouden van al het plezier, maar
zich ook niet laten gaan
3 Rechtvaardigheid = niet te zwaar bestraffen, maar ook niet kwaadaardige
daden onbestraft laten
Kritische beschouwingen
----------------------------------------------------------------------------------------
1 Aristoteles’ ethiek lijkt opgezet ten dienste van het individu dat een
bevredigend leven wilt leiden, en heeft in die zin iets “egoïstisch”.
2 Aristoteles’ ethiek is behoudsgezind. Het doel is het bewaren en
verderzetten van een reeds gevestigde manier van leven. Er is weinig
ruimte voor interne zelfkritiek of voor morele vooruitgang (bv. slavernij).
3 Hoe bruikbaar is de regel van het “juiste midden”? Is eigenlijk enkel
bruikbaar indien we reeds op voorhand afbakenen op welke waarden de
regel mag worden toegepast.
4 Is Aristoteles’ ethiek nog relevant vandaag? Invulling waardevol leven lijkt
veranderd (gezin en economie vandaag ook belangrijk). Maar structuur van
deugdenleer mogelijk nog steeds relevant.
Context
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Alexander de grote verovert imperium
De sociaal politieke materiele realiteit verschuift waardoor Aristoteles zij
antwoord veel minder overtuigend wordt
Politieke realiteit heel instabiel en verandert heel snel (ethische
antwoorden worden individualistischer)
=> Individualisme: handelingscriteria worden individueel
=> Hedonisme: jaag genot na (genot is goed eten en drinken, sensuele
levensstijl)
Het plezier dat je haalt uit handelingen die je doet is een hedonistische
visie
Metafysica van het Epicurisme : het atomisme
--------------------------------------------------------------
=> Metafysica: leunt op atomisme (basisidee -> basiselementen van onze
sociale wereld)
Bestaat uit twee bouwstenen ;
1 Atomen (= het zijnde, het ondeelbare basiselement van de werkelijkheid)