Het bestuur: basisbegrippen en centrale thema’s.......................................4
Begrip en evolutie van het bestuur...........................................................4
Besturen in de geslaagde rechtsorde: decentralisatie..............................5
Verhouding tussen regering en administratie...........................................5
Afwezigheid van codificatie van het bestuursrecht...................................6
Prerogatieven en verplichtingen van het bestuur.....................................6
Naar een meer horizontale verhouding bestuur-burger............................7
Legitimiteit van rechterlijk toezicht op de overheid..................................7
Vervagende grens publiek-privaat............................................................8
Bestuur en zijn verschijningsvormen...........................................................8
Administratieve overheid: begrip en criteria.............................................8
Rechtspersoonlijkheid...............................................................................9
Verschijningsvormen van het bestuur.....................................................10
Centralisatie.........................................................................................10
Verzelfstandiging.................................................................................11
Varianten van centralisatie..................................................................11
Decentralisatie.....................................................................................12
Economische overheidsbedrijven........................................................13
Vormen en intensiteit van toezicht.........................................................13
Hiërarchisch toezicht...........................................................................13
Administratief toezicht.........................................................................14
Oefeningen 1..............................................................................................16
Eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling.....................................................22
Begrip eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling......................................22
Reglementaire vs. Individuele rechtshandeling......................................23
Gebonden vs. Discretionaire bevoegdheid.............................................24
Termijnen................................................................................................24
Termijnen t.a.v. actief bestuur.............................................................24
Bekendmaking / kennisgeving................................................................25
Einde van de bestuurshandeling.............................................................25
Lokale besturen..........................................................................................26
1
, Toepasselijke wetgeving..........................................................................26
Grondwettelijke principes....................................................................26
Bevoegdheidsregeling.........................................................................26
Toepasselijke wetgeving......................................................................26
Organen en diensten van de gemeente..................................................27
Verzelfstandiging....................................................................................27
Bestuurlijk toezicht.................................................................................28
Oefeningen 1 (vervolg)..............................................................................28
Sancties.....................................................................................................31
Bestuurlijke sancties...............................................................................31
Begrip en ratio.....................................................................................31
Rechtsgevolgen...................................................................................32
Verschil sancties en veiligheidsmaatregelen.......................................33
Gemeentelijke administratieve sancties..............................................33
Oefeningen GAS-wet..................................................................................34
Beginselen van behoorlijk bestuur.............................................................36
Definitie, oorsprong en kenmerken.........................................................36
Indeling...................................................................................................37
Plaats in de hiërarchie van de normen....................................................37
Verhouding tot beginselen van behoorlijk burgerschap..........................38
Procedure beginselen..............................................................................38
Inhoudelijke beginselen..........................................................................41
Openbaarheid van bestuur.........................................................................43
Begrip.....................................................................................................43
Toepasselijke wetgeving..........................................................................44
Vlaamse/federale instellingen..............................................................45
Gemeenten en provincies....................................................................45
Actieve openbaarheid.............................................................................45
Passieve openbaarheid...........................................................................46
Uitzonderingen op de openbaarheid.......................................................46
Procedure................................................................................................47
Domeingoederen........................................................................................48
Onderscheid tussen privaat en openbaar domein..................................48
2
, Affectatie en desaffectatie......................................................................48
Bijzondere bescherming van goederen behorend tot openbaar domein 48
Privaat gebruik van het openbaar domein..............................................49
Statuut van de goederen van het privaat domein..................................50
Rechtsbescherming tegen het bestuur......................................................51
Preventieve vs. Repressieve rechtsbescherming....................................51
Administratief vs. Juridictioneel beroep..................................................51
Jurisdictioneel monisme, dualisme en pluralisme...................................54
Rechtsmachtverdeling: subjectief vs. objectief beroep...........................54
Rechtsmachtverdeling: burgerlijke vs. politieke rechten........................57
Rechtsmachtverdeling: attributieconflicten............................................58
Wettigheidstoezicht gewone hoven en rechtbanken..............................58
Wettigheidstoezicht Raad van State.......................................................60
Overige administratieve rechtscolleges..................................................62
BESTUURSRECHT
3
, Het bestuur: basisbegrippen en centrale
thema’s
Begrip en evolutie van het bestuur
We moeten zorgen dat macht verspreid is, zodat ze elkaar in het oog
kunnen houden => risico op machtsmisbruik beperkt
=> ideeën die we terugvinden in de grondwet
Grondwet is het idee van een sociaal contract => 2 functies;
1) Democratische organisatie van de overheidsmacht
2) Beperken van de overheidsmacht
a. Verticale machtenscheiding = hiërarchie der normen
b. Horizontale machtenscheiding = trias politica
Horizontale machtenscheiding => UM, WM, RM => deze cursus over
UM
Wat zit daarin?
o Regeringen met ministers en soms koning
o Controle op UM (= Raad van State)
o Territoriale decentralisatie = lokale besturen (provincies en
gemeentes)
o Functionele decentralisatie = overheden (= NMBS, VRT,
OCMW’s,…)
Verticale machtenscheiding => de hiërarchie in de wetten
Samenwerking tussen soevereine landen die bv. Verdragen sluiten =
internationaal
o Structuren worden boven de landen gecreëerd, zoals Europese
Unie = supranationaal
Grondwet
Wetten/decreten/ordonnanties
…
Verticale hiërarchie der normen maakt duidelijk dat als het gaat over
rechtsbescherming tegen beslissing die een actor uit de UM neemt, dan
staan er 3 opties over wie kan terugfluiten => wie? 1) Bestuursrechters,
2) Politieke controle door parlement (motie van wantrouwen,…), 3) UM
kan ook zichzelf controleren
Bestuur = organen en instellingen van de uitvoerende macht (taak van
tenuitvoerleggen)
4