OG 1 – De nieuwe rechtsorde en lidmaatschap
Opdracht 1: welk proces doorlopen om lid te worden van de unie
Opdracht 2: voorwaarden directe werking Van Gend en Loos
OG 2 – voorrang en instellingen
Opdracht 1: wat moet rechter doen in geval van strijdigheid met EU
recht
Opdracht 2: “De unie lijkt op een gewone staat”
OG 3 – besluitvorming in de Europese Unie
Opdracht 1: kan de Eu wetgevend optreden? Gebruik van de 3
beginselen
Opdracht 2: evenredigheidsbeginsel
OG 4 – Rechtsbescherming I
Opdracht 1: niet-nakoming
Opdracht 2: nietigverklaring
OG 5 – Rechtsbescherming II
Opdracht 1: verplichtingen tot stellen van prejudiciële vraag
Opdracht 2: rechtstreekse werking van richtlijnen , verordeningen, …
OG 6 - Interne markt I
Opdracht 1: stappenplan vrij verkeer van goederen
Opdracht 2: regel toegestaan volgens het EU recht
OG 7 – Interne markt I
Opdracht 1: verblijfsrecht volgens het EU recht
Opdracht 2: herhalingsoefening als proefexamen (toepassing van
beginselen , mening over balans tussen de instellingen, nietigverklaring
,Europees recht OG 1 – De nieuwe rechtsorde en
lidmaatschap
Opdracht 1
a) Proces Art 49 VEU
1. Elke staat kan verzoeken lid te worden van de unie. Het Europees
en nationaal parlement moeten in kennis worden gesteld van het
verzoek. Het verzoek moet gericht zijn tot de raad
2. De raad moet de comissie raadplegen (onderhandelingen tussen
de commissie en de kandidaat lidstaat)
3. Goedkeuring van het Europese parlement
4. De raad sprekt uit zich uit met eenparigheid van de stemmen
5. akkoord van overeenkomstsluitende staten (alle lidstaten +
verzoekende lidstaat) bekrachtigd overeenkomstig hun
onderscheiden grondwettelijke bepalingen
Inhoudelijke toetredingscriteria (copenhagen criteria)
- Moet beschikken over stabiele isntellingen die de decomcratie, de
rechtstaat, de mensenrechten en het respect voor een
bescherming van minderheden garanderen (art 2 VEU)
- Moet beschikken over een goed functionerende markteconomie
en een vermogen om de concurrentiedruk en de marktkrachten
binnen de EU aan te kunnen
- Moet in staat zijn om de verplichtingen van het lidmaatschap op
zich te nemen
- Feitelijke en potentiele rechten en verplichtingen van het
communautaire systeem en zijn institutionele aspecten
Slaagkansen Returanie?
Klein, veel bezwaar van de lidstaten. In het proces staat dat zij
akkoord moeten zijn maar dit zal dus moeilijk worden
b) Art 216 VWEU en 217 VWEU : de unie kan een overeenkomst sluiten
met derde landen of internationale organisaties. Zo kunnen derden
landen zich verbinden aan de unie om doelstellingen te
verwezenlijken
= associatie akkkoord: gepriviligeerde relatie tussen de EU en een
derde land.
Alle kandidaat lidstaten hebben een associatie akkoord maar niet
alle associatie akkoorden zijn met kandidaat lidstaten
,Opdracht 2
Rechtsvraag van het arrest wordt herhaald onder “ten aanzien van de
hoofdzaak”
Bespreking arrest van Gend en Loos
Directe werking! burgers der lidstaten de door de rechter te
handhaven rechten kunnen ontlenen
Argumentatie van het hof:
- Het gaat om meer dan intergouvernementeel, het verdrag is niet
enkel voor de lidstaten. Het oogmerk van het verdrag is een
gemeenschappelijke markt die de ingezetenen betreft (=burgers)
- De preambule is ook gericht aan de burgers
- Er worden organen in het leven geroepen die soevereine rechten
hebben
- Er zijn plichten van de Europese Unie: er moet worden meegwerkt
aan de arbeid der gemeenschap
- De gemeenschap vormt een nieuwe rechtsorde waarin de staten
hun soevereiniteit hebben begrensd en niet slechts hun lidstaten
maar ook hun onderdanen zijn gerechtigd
- Het Eu recht heeft directe werking want burgers kunnen hun
rechten geldig maken voor de rechter
a) Slovakijke beroept zich op een dualistisch systeem: internationaal/
EU-recht werkt niet automatisch door in de nationale rechtsorde
zonder omzetting in nationaal recht. Volgens hen is artikel 16 VWEU
nog niet concreet uitgewerkt in nationale wetgeving dus blijft het
een interne aangelegenheid van Slovaaks recht. Daarom zou het Hof
van Justitie zich er niet over moeten uitspreken
b) Drie klassieke voorwaarden van directe werking
- Bepaling voldoende duidelijk en nauwkeurig: er wordt duidelijk
omschreven waar iedereen recht op heeft.
- Bepaling onvoorwaardelijk: er is geen mogelijkheid tot
verschillende beleidskeuzes van de lidstaten
- Geen mogelijk voorbehoud : er is geen voorbehoud, niet gegeven
in de casus
Conclusie: artikel 16 VWEU heeft directe werking. Er is voldaan aan
de voorwaarden volgens Van Gend en Loos
, c) De rechtscolleges v/d lidstaten zijn zonder meer verplicht het
Unierecht binnen de nationale rechtsorde toe te passen.
Dit is van belang de voorrang van het Unierecht op de nationale
normen (hiërarchie) en de directe werking van deze Unienormen
binnen de nationale rechtsorde te kunnen duiden. Het feit dat de EU
een nieuwe rechtsorde vormt, maakt dat zij hiërarchisch boven de
nationale rechtsorde kan staan er mogelijks conflicten tussen de
normen kan ontstaan, wat aanleiding geeft tot de voorrang van het
ene recht op het andere.
Voor het arrest was het gebruikelijk dat het de nationale rechter was
die besliste over de rechtstreekse werking van bepaalde norm =>
hier heeft het HvJ bepaald dat er voor de EU dit zou worden
veranderd – er wordt een nieuwe rechtsorde gecreëerd waarbij de
soevereiniteit van de lidstaten wordt berperkt ( = supranationaal) .
de Eu heeft bepaald dat de bepaling directe werking heeft en niet de
lidstaten zelf dit is een verschil met intergouvernementeel. De vraag
wordt behandeled door het hof van justitie ipv door een nationale
rechtbank. Het voordeel daarvan is dat de directe werking voor alle
lidstaten geld op dezelfde manier.