1. Werkzitting 1
a) De normen hiërarchie
Internationale en supernationale normen met directe werking (art
34GW)
De grondwet
Bijzondere formele wetten(art Bijzondere decreten (art 20 en
20 en 78 bijzondere wet 78 bijzondere wet hervorming
hervorming van de instelling) van de instelling)
Formele wetten (art 74 GW) Decreten, ordonnanties (art 134
GW)
Koninklijkbesluit (art 105 en 108 Regeringsbesluit (art 123 §1
GW) GW)
Ministrieel besluit (art 105 en Ministrieel besluit (art 20 en 28
108 GW) bijzondere wet hervorming van
de instelling)
Provinciale verordeningen (art 162 en verder GW)
Gemeentelijke verordeningen (art 162 en verder GW)
b) Grondwetsartikel dat bepaalt wat bijzonder is aan een bijzondere
meerderheidswet:
Artikel 4, laatste lid GW: een bijzondere meerderheidswet is een wet die
met een bijzondere procedure goedgekeurd moet worden
- Meerderheid van de stemmen in elke taalgroep
- Meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig
- 2/3de meerderheid moet instemmen
c) Wat kan je over de grondwettelijke structuur van Belgie afleiden
uit de volgorde van de titels en de artikelen in de Grondwet?
- Weerspiegelt de federale aard van het belgisch staatsbestel
- Ordening volgens basisprincipes van de staat
o Titel I en titel II vormen de fundering
o Titel III de machtenscheiding
o Latere titels behandelen de bevoegdheden van de deelstate,
d) Verband plaats van bepaling GwH in grondwet en de positie van
het Hof in het staatsbestel ten opzichte van de drie
staatsmachten?
- Art 142 GW: het GwH is een onafhankelijk rechtscollege dat toeziet op
de naleving van de grondwet
- Staat buiten de 3 klassieke machten, heeft wel controlerende functie
over de wetgevende macht (toetsing van wetten)
- Zorgt voor evenwicht tussen federale en deelstaatbevoegdheden
, e) Bevoegdheid GwH en relevante bepalingen
Artikel 142 GW, bijzondere wet grondwettelijk hof
- Toetsing van wetten, decreten en ordonnanties aan:
o De grondwet
o De bevoegdheidsverdeling tussen federale en deelstatelijke
overheden
- Uitspraken over schendingen van grondrechten
- Rol in afdwingbaarheid van hierarchie: het kan wetten, decreten en
ordonnanties vernietigen of schorsen als ze in strijd zijn met hogere
rechtsnormen
2. Werkzitting 2
a) Arrest van Waleffe
Het Hof van Cassatie beslist hier dat wanneer de betekenis van de wet
onduidelijk is, de rechter er van moet uitgaan dat de wetgever niet de
bedoeling kan hebben gehad de grondwet te schenden en de rechter de
wet daarom zoveel mogelijk in overeenstemming met de grondwet dient te
interpreteren. Men mag dus niet toetsen aan de grondwet, bij twijfel moet
men conform de grondwet interpreteren. Indien de interpretatie van de
wetgever niet conform de grondwet is, wordt het buiten toepassing
gelaten.
b) Rechtszekerheidsbeginsel en de niet-retroactiviteit van de wet
Beginsel van niet retroactiviteit: een nieuwe wet of regel mag niet met
terugwerkende kracht worden toegepast op gebeurtenissen die
plaatsvonden voordat de wet of regel in werking trad, tenzij het absoluut
noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen
belang.
Recht moet voorzienbaar en toegankelijk zijn, de rechtszoekende moet
de gevolgen kunnen inschatten van een handeling op het moment dat
de handeling zich voordoet.
c) De onderdelen van een goed gevormd middel
- De bestreden normen (wat je aanvecht)
- De bepalingen waaraan getoetst moet wrden
- Beginselen opwerpen
- Reden waarom er een schending is
d) De interpretatieve wet
= een wet waarin de wetgeever bepaalt hoe een bepaalde wet moet
geinterpreteerd worden toen ze deze aannam. De interpretatieve wet is