THEORIE OG 1-2
De bronnen, voorwerp van rechtsmethodologie
1. Materiele bronnen
= bronnen die bijdragen tot het ontstaan van recht, liggen aan de basis
Algemene bronnen: politieke, economische, sociale factoren en maatschappelijke opvatting
Concrete gegevens: uitvoering contractuele verbintenis, begroting van schade
Verklaren waarom bepaald recht ontstaat en wat de inhoud ervan is
2. Formele bronnen
= vormen waarin het recht tot uitdrukking komt , manier waarop recht aan ons verschijnt
Vormen samen het positief recht
Wetgeving, rechtspraak, gewoonterecht, billijkheid, paralegale normen, pseudowetgeving,
algemene rechtsbeginselen , (rechtsleer en overeenkomsten)
Begrippen inzake bronnen van het recht
o Geschreven rechtsbronnen: neergeschreven in een op zichzelf bestaand instrument
Wetgeving , rechtsspraak en rechtsleer zijn geschreven bronnen
o Niet geschreven rechtsbronnen: het bestaan ervan is niet terug te vinden een op zichzelf
staand instrument , inhoud ervan in andere geschreven bronnen
Geschreven karakter geen noodzakelijke boorwaarde voor de geldigheid
o Wetgeving: enige instrumentele bron, die in beginsel altijd gepubliceerd moet worden
o Rechtsspraak: geschreven bron van recht omdat elke uitspraak schriftelijk in een instrument,
akte moest worden genomen
o Bindende rechtsbron: bron die dwingend is, iedereen hetzij de betrokken partijen door het
bestaan en de inhoud van de rechtsbron gebonden zijn.
Wetgeving, gewoonterecht en algemene rechtsbeginselen , (overeenkomst = enkel aan
betrokken partijen)
o Gezaghebbende bron : feitelijke overtuigingskracht maar geen bindende kracht
o Gedrukte vindplaatsen: vb. tijdschriften, wetboeken, kranten
Niet geïntegreerd in één vindplaats
o Elektronische vindplaatsen: online databanken , blogs, websites ,… beschikken over
verschillende geïntegreerde zoekmiddelen
o Officiële publicatie van wetgeving: publicatie in een door de overheid voorzien medium
o Officieuze wetgeving: wetgeving in de actuele versie , zoals die op dit moment van kracht is
,Het juridisch verwerkingsproces
1. De vraagstelling, aan de hand van de selectie en afbakening van de zoekopdracht
= duidelijk en concreet beeld vormen van verwerkingsproces
- Welke bronnen heeft men nodig?
- Wat is het doel van de opzoeking?
- Kan er gebruik worden gemaakt van rechtsspraak?
- …
2. De opzoeking en nuttige en pertinente materiele en formele rechtsbronnen
= welke rechtsregels zijn toepasselijk op mijn geval?
- Indien geen pertinent, actueel of volledig overzicht van de bronnen = niet
overgaan tot de volgende stappen
- In praktijk: aangewezen om eerst een pertinent en actueel artikel van rechtsleer
op te zoeken en om dat artikel te analyseren
- Opzoeking niet evident : geen georganiseerde databank
3. De analyse van de opgezochte materiele en formele rechtsbronnen
- Opgezochte bronnen lezen en analyseren
- Terminologie begrijpen
- Kiezen welke bronnen worden weerhouden
4. De verwerking va, de rechtsbronnen in functie van de gestelde vraag
- Rechtswetenschappelijke tekst schrijven, schriftelijke conclusie schrijven, een
vonnis of wetsvoorstel redigeren
Wat is wetgeving?
Wetgeving = formele, geschreven, bindende bron van recht.
Hiërarchie der wetgevende normen
Een lagere norm moet in overeenstemming met een hogere norm zijn
Afkondiging, bekendmakingen inwerkingtreding van wetgeving
a) Datum van afkondiging: de datum waarop de wet wordt afgekondigd , de plechtige handeling
waarbij de uitvoerende macht het bestaan van de wet bevestigt en beveelt dat ze in het
officieel publicatieblad wordt bekendgemaakt.
b) Datum van bekendmaking: datum waarop de wet wordt gepubliceerd in het officieel
publicatieblad (Belgisch staatsblad voor federaal en gemeenschappen / gewesten)
c) Datum van inwerkingtreding: de dag waarop wetgeving van kracht wordt.
Wetten, decreten en ordonnanties in principe op de tiende dag volgend op de
bekendmaking in het Belgisch staatsblad
, TENZIJ in de tekst anders vermeld staat of pas later door een KB zal worden vastgesteld
Consolidatie, codificatie en coördinatie
a) Consolidatie : alle wijzigingen van een oorspronkelijke wet worden weergegeven in een
bijgewerkte versie van de wet = wettekst in haar actuele, van kracht zijnde vorm
b) Codificatie : de officiële bundeling van wetgeving in wetboeken = de bundeling door de
wetgevende macht van meerdere bronnen van wetgeving die omwille van hun
verbondenheid tot een wetboek kunnen worden gevormd
c) Coördinatie: door de wetgevende macht wanneer men vaststelt dat er verschillende
wetswijzigingen, opheffingen en aanvullingen op elkaar zijn gevolgd.
Alle voorafgaande wetgeving wordt gebundeld en vervangen door 1 nieuwe wet die de
gecoördineerde wet noemt
LEES p34 en 35 handboek!
Hoe lees ik wetgeving? Zie p 128/129/130
1. Aanduiding van de federale overheidsdienst of het ministerie van de gemeenschap of van het
gewest, verantwoordelijk voor de uitvoering van de wetgeving
2. Datum en opschrift van de wetgeving
3. Verwijzing naar de vindplaats van de voorbereidende werkzaamheden van de wetgeving
4. Groet. Dit is niet van toepassing bij niet-federale wetgeving
5. Bekrachtiging:
- de koning bekrachtigt het ontwerp van de federale wet
- de regering van de gemeenschap of het gewest bekrachtigt het ontwerp van
decreet of ordonnantie
6. Dispositief: wetgeving is opgedeeld in artikelen soms ook gebruik van hoofdstukken
Aan einde van de tekst = bepaling in verband met datum en inwerkingtreding van wet
zo niet = op tiende dag na bekendmaking in Belgisch staatsblad
7. Afkondiging: daad van uitvoerende macht:
- koning kondigt federale wetgeving af
- gemeenschap en gewestregering kondigt decreten en ordonnanties af
8. plaats en datum van ondertekening : datum die bepaalt welke de datum van de wet zal zijn
9. ondertekening:
- federale wet: ondertekend door koning + 2 ministers (justitie + verantwoordelijke
minister(s))
- ordonnantie of decreet: ondertekend door minister-president en
verantwoordelijke minister(s)