OCD
COGNITIEVE BIASES ONDER INDIVIDUEN MET SOCIALE
ANGSTSTOORNIS
SAMENVATTING
Introductie
Sociale angst wordt gekenmerkt door negatieve overtuigingen over het zelf in sociale situaties, zoals
hoge standaarden (‘ik mag nooit het verkeerde zeggen’), voorwaardelijke overtuigingen (‘als anderen
zien dat ik zweet, wijzen ze me af’) en onvoorwaardelijke overtuigingen (‘ik ben niet interessant’).
Hierdoor ervaren individuen angst vóór, tijdens en na sociale situaties.
Sociaal angstige individuen vertrouwen op hun eigen gevoelens en cognitieve biases om te bepalen
hoe anderen hen zien, zoals denken dat mensen jouw angst kunnen zien. Ze creëren verstoorde
beelden van hoe ze overkomen, gebaseerd op beelden in hun geheugen en hun perceptie van interne en
externe cues (lichamelijke sensaties, feedback van anderen).
Interpretaties en beoordeling
Sociale situaties zijn vaak dubbelzinnig waarbij tekens van goed- of afkeuring niet altijd duidelijk zijn.
Sociaal angstige individuen neigen om deze dubbelzinnigheid als dreigend en negatief te interpreteren,
wat sociale angst kan onderhouden en veroorzaken. Zo overschatten ze bijvoorbeeld de
waarschijnlijkheid van negatieve sociale gebeurtenissen. Ook is gebleken dat ze geen normatieve
positieve bias hebben (biased om dubbelzinnige situaties als positief te zien).
Verder neigen sociaal angstige individuen om milde negatieve situaties als catastrofaal te zien en
positieve gebeurtenissen als negatiever. Ook hebben ze minder van positieve feedback over sociale
prestatie. Daarnaast zijn ze geneigd om dubbelzinnige of neutrale gezichten negatiever te
interpreteren, en blije gezichten als minder benaderbaar.
CBT kan leiden tot vermindering in negatieve interpretaties van sociale gebeurtenissen. Uit onderzoek
blijkt dat de biases vervormbaar zijn, bijvoorbeeld dat informatie over het goed gaan van een speech
ervoor zorgt dat je een dubbelzinnige situatie als positiever ziet (vergeleken met geen informatie).
Selectie aandachtsbias
Sociaal angstige individuen gaan selectief af op bedreigende informatie, zowel bewust als onbewust.
Ze missen bijvoorbeeld mogelijk juiste sociale informatie.
Onbewuste selectieve aandacht
Overleving wordt versterkt door snel mogelijke bedreigingssignalen oppikken, bijvoorbeeld
bedreigende gezichtsuitdrukkingen als indicator van sociale dominantie. Zowel angstige als niet-
angstige individuen detecteren bedreigende gezichten sneller dan vriendelijke gezichten.
Cognitieve angstmodellen zeggen dat sociaal angstige personen automatisch stoornis-gerelateerde
informatie verwerken, wat hen gevoelig maakt om zich te richten op bedreiging waardoor ze sneller
reageren op bedreigingen. Tegelijkertijd stellen vigilance-vermijdingsmodellen dat verhoogde
alertheid op dreiging al snel gevolgd wordt door vermijding van de dreiging.
, Met de Dot probe en emotionele Strooptest kan het onbewuste verwerkingsproces vastgelegd worden
wanneer bedreigingen en neutrale materialen laten zien worden onder condities van beperkt
bewustzijn. Sommige studies tonen een snelle aandacht voor dreiging, vooral in linker visuele veld,
terwijl andere studies geen duidelijke verschillen vinden met niet-angstige mensen. Er is nog geen
duidelijkheid over hoe en wanneer sociale angst onbewuste verwerking beïnvloedt.
Bewuste selectieve aandacht
Bevindingen zijn in lijn met cognitieve modellen die suggereren dat voorkeursaandacht voor externe
bedreigingssignalen en negatieve zelf-gefocuste aandacht (semantisch en/of visueel) centrale
kenmerken zijn van sociale angst.
Mensen met hoge sociale angst reageren trager op sociale dreiging in emotionele Strooptest,
wat specifiek lijkt te zijn voor sociale dreigingen (niet fysiek). Resultaten zijn minder
consistent bij gebruik van gezichten als stimuli.
Mensen met hoge sociale angst richten sneller hun aandacht op bedreigende stimuli, vooral bij
korte presentatie van stimuli. Dit kan komen door moeite met loslaten van dreiging, niet per se
snellere oriëntatie.
Bij langere stimulusduur, hoge spanning en stressvolle situaties kan de aandachtsbias omslaan
in actieve vermijding om angst te verminderen.
Mensen met sociale angst merken sneller boze gezichten op dan neutrale/blije gezichten
(aandachtsbias voor dreiging) en lijken negatieve gezichten efficiënter te detecteren.
CBM-paradigma’s die minder bedreigings-georiënteerde aandachtsbiases trainen kunnen
sociale angstsymptomen verminderen.
Post-event verwerking en geheugen
Sociaal angstige mensen doen aan herhalende, zelfgerichte gedachteprocessen na sociale interacties.
Deze processen verstoren hun zelfperceptie in geheugen nog meer. Post-event verwerking leidt tot
negatief biased geheugen voor sociale evaluatie, wat de sociale angst in stand houdt. Ook voorspelt het
toekomstig vermijdingsgedrag.
Er zijn gemixte resultaten op het gebied van geheugenbias voor sociaal bedreigende informatie, wat
afhangt van stimuli, coderingsprocedure en ophaalmodus. Hierdoor is het moeilijk om een conclusie te
trekken over de aard van angst-gerelateerde geheugenbiases. Geheugenbias lijkt af te hangen van
contextuele factoren zoals feedback en post-event verwerking. Mensen met hoge sociale angst
herinneren sociale situaties negatiever, vooral na negatieve feedback, en vergeten positieve feedback
sneller. Een zelfbeoordeling na een sociale taak blijft stabiel (wordt niet negatiever), terwijl de
beoordeling positiever wordt bij gezonde deelnemers. Daarnaast herkennen sociaal angstige mensen
minder boze gezichten, onderdrukten beter sociale bedreigingsprikkels en vergaten meer positief
sociale woorden.
Impliciete associaties
Oncontroleerbaar verwerken is een kenmerk van pathologische angst omtrent het onvermogen om de
verwerking van stoornis-relevant materiaal te stoppen zodra het begonnen is. Dit kan getest worden
met de Implicit Association Test, waarbij deelnemers stoornis-relevante stimuli moeten categoriseren,
bijvoorbeeld het zelf en slecht als het gaat om negatief zelfbeeld.
Sociaal angstige mensen associëren sociale cues met negatieve uitkomsten, en het zelf/lichamelijke
sensaties met negatieve evaluaties. Deze associaties zijn sterker bij angstige personen. Echter zijn deze
associaties vervormbaar door middel van therapie en training.