HOOFDSTUK 1: INLEIDING
KRACHT
Wat nodig voor normale kracht?
➢ Hoger (centraal) motorneuron
➢ Lager (perifeer) motorneuron
➢ Skeletspier
Verlies van kracht kan te wijten zijn aan één of meerdere van deze elementen
➢ Parese = gedeeltelijk krachtsverlies
➢ Paralyse = volledige verlamming
Kracht testen in neurologie: vraag aan pt om spier maximaal op te spannen en probeer als onderzoeker spier te
overwinnen ==> normaal kan dit niet en dan is kracht normaal
HOGER MOTORNEURON
Hersenen bestaan uit 4 hersenkwabben:
Motorische cortex:
➢ Cellichamen vd centrale motorneuronen liggen in cerebrale cortex: frontale
kwab, anterieur van sulcus centralis
➢ Ligt geordend op somatotopische manier:
o Been mediaal
o Spieren van romp, arm en hoofd lateraal
o Belangrijk om dit mannetje visueel in te prenten
➢ Deel vd hogere motorneuronen sturen axonen naar ruggenmerg:
o Corticospinale (= piramidale) baan
➢ Deel van hogere motorneuronen sturen axonen naar motorische kernen vd
craniale zenuwen in hersenstam
o Corticobulbaire banen
➢ Alle axonen convergeren naar capsula interna ➔ waaier van convergerende axonen = corona radiata
1
,Verloop van corticospinale baan:
➢ Corticospinaal systeem beïnvloedt uitsluitend motoriek van contralaterale lichaamshelft:
o CVA in rechter motorische cortex ga je enkel merken in linker lichaamshelft
2
,Verloop van corticobulbaire banen:
➢ Corticobulbair systeem eindigt grotendeels bilateraal:
o Kauwspieren (n. V)
o Spieren van bovenste helft gelaat (n. VII)
▪ m. frontalis (fronsen, wenkbrauwen optrekken)
▪ m. orbicularis oculi (om ogen te sluiten)
o Farynx- en larynxspieren (n. IX en X)
o CVA in motorische cortex in gebied van craniale zenuwen
leidt niet tot volledige uitval van deze spieren
➢ MAAR deze spieren worden enkel contralateraal bezenuwd:
o Spieren onderste helft gelaat (n. VII)
▪ Spieren rond mond
o Tongspieren (n. XII)
Klinische implicatie: centrale vs perifere facialisparese
Vraag om ogen toe te knijpen en tanden te tonen (zie foto ➔):
Teken van Bell: je ziet dat oogbol naar boven draait als pt oog probeert te sluiten (dit is fysiologisch,
maar normaal zie je niet dat oog wegdraait naar boven)
Vaak heeft pt niet door dat oog niet volledig sluit omdat het toch donker wordt doordat oog
wegdraait
3
, LAGER MOTORNEURON
Cellichamen vd lagere motorneuronen liggen in
➢ Motorische kernen vd craniale zenuwen in hersenstam
➢ Voorhoorn van ruggenmerg
Axonen vd spinale motorneuronen lopen dan via voorste wortel, plexus en perifere zenuw naar skeletspier
SPIER
➢ Elk motorneuron innerveert meerdere spiervezels
➢ Motorneuron + geïnnerveerde spiervezels = motorische eenheid
o Spieren voor nauwkeurige, gedoseerde bewegingen
hebben kleine motorische eenheden (bv 5-10 spiervezels per
motorneuron bij oogspieren en tientallen bij handspieren)
o Grotere motorische eenheden in been- en heupspieren
(honderden of duizenden vezels per neuron)
➢ Neuromusculaire junctie = synaps tss motorneuron en spiervezel
o Axonuiteinde zet hier ACh vrij ➔ bindt aan ACh
receptoren (nicotinereceptoren) van postsynaptisch
spiervezelmembraan (motorische eindplaat) ➔ depolarisatie
post-synaptisch membraan ➔ eindplaatpotentiaal ➔
indien groot genoeg: AP ➔ wordt over volledige
spiervezelmembraan voortgeleid ➔ spiervezel
contraheert
REFLEXEN
PEESREFLEXEN
= spierrekkingsreflexen = osteotendineuze reflexen = proprioceptieve reflexen
➢ Worden uitgelokt door plotse uitrekking van spier ➔ kan door reflexhamer
op pees van spier te kloppen
o In spier waarvan er op pees wordt geklopt, worden plots
spierspoeltjes uitgerekt ➔ afferente impuls via sensibele
zenuwvezels naar ruggenmerg ➔ groepje lagere motorneuronen
doen zelfde spier contraheren
➢ Is een monosynaptische reflex (verloopt maar over 2 neuronen: sensibel afferent en
motorisch efferent)
➢ Afdalende banen uit cerebrale cortex hebben normaal inhiberende invloed op peesreflexen
➢ Klinisch belangrijke peesreflexen: biceps, triceps, kniepees, achillespees en masseterreflex (filmpje
opzoeken) + reflex van Hoffmann-Trömner (zie semiologie)
4
KRACHT
Wat nodig voor normale kracht?
➢ Hoger (centraal) motorneuron
➢ Lager (perifeer) motorneuron
➢ Skeletspier
Verlies van kracht kan te wijten zijn aan één of meerdere van deze elementen
➢ Parese = gedeeltelijk krachtsverlies
➢ Paralyse = volledige verlamming
Kracht testen in neurologie: vraag aan pt om spier maximaal op te spannen en probeer als onderzoeker spier te
overwinnen ==> normaal kan dit niet en dan is kracht normaal
HOGER MOTORNEURON
Hersenen bestaan uit 4 hersenkwabben:
Motorische cortex:
➢ Cellichamen vd centrale motorneuronen liggen in cerebrale cortex: frontale
kwab, anterieur van sulcus centralis
➢ Ligt geordend op somatotopische manier:
o Been mediaal
o Spieren van romp, arm en hoofd lateraal
o Belangrijk om dit mannetje visueel in te prenten
➢ Deel vd hogere motorneuronen sturen axonen naar ruggenmerg:
o Corticospinale (= piramidale) baan
➢ Deel van hogere motorneuronen sturen axonen naar motorische kernen vd
craniale zenuwen in hersenstam
o Corticobulbaire banen
➢ Alle axonen convergeren naar capsula interna ➔ waaier van convergerende axonen = corona radiata
1
,Verloop van corticospinale baan:
➢ Corticospinaal systeem beïnvloedt uitsluitend motoriek van contralaterale lichaamshelft:
o CVA in rechter motorische cortex ga je enkel merken in linker lichaamshelft
2
,Verloop van corticobulbaire banen:
➢ Corticobulbair systeem eindigt grotendeels bilateraal:
o Kauwspieren (n. V)
o Spieren van bovenste helft gelaat (n. VII)
▪ m. frontalis (fronsen, wenkbrauwen optrekken)
▪ m. orbicularis oculi (om ogen te sluiten)
o Farynx- en larynxspieren (n. IX en X)
o CVA in motorische cortex in gebied van craniale zenuwen
leidt niet tot volledige uitval van deze spieren
➢ MAAR deze spieren worden enkel contralateraal bezenuwd:
o Spieren onderste helft gelaat (n. VII)
▪ Spieren rond mond
o Tongspieren (n. XII)
Klinische implicatie: centrale vs perifere facialisparese
Vraag om ogen toe te knijpen en tanden te tonen (zie foto ➔):
Teken van Bell: je ziet dat oogbol naar boven draait als pt oog probeert te sluiten (dit is fysiologisch,
maar normaal zie je niet dat oog wegdraait naar boven)
Vaak heeft pt niet door dat oog niet volledig sluit omdat het toch donker wordt doordat oog
wegdraait
3
, LAGER MOTORNEURON
Cellichamen vd lagere motorneuronen liggen in
➢ Motorische kernen vd craniale zenuwen in hersenstam
➢ Voorhoorn van ruggenmerg
Axonen vd spinale motorneuronen lopen dan via voorste wortel, plexus en perifere zenuw naar skeletspier
SPIER
➢ Elk motorneuron innerveert meerdere spiervezels
➢ Motorneuron + geïnnerveerde spiervezels = motorische eenheid
o Spieren voor nauwkeurige, gedoseerde bewegingen
hebben kleine motorische eenheden (bv 5-10 spiervezels per
motorneuron bij oogspieren en tientallen bij handspieren)
o Grotere motorische eenheden in been- en heupspieren
(honderden of duizenden vezels per neuron)
➢ Neuromusculaire junctie = synaps tss motorneuron en spiervezel
o Axonuiteinde zet hier ACh vrij ➔ bindt aan ACh
receptoren (nicotinereceptoren) van postsynaptisch
spiervezelmembraan (motorische eindplaat) ➔ depolarisatie
post-synaptisch membraan ➔ eindplaatpotentiaal ➔
indien groot genoeg: AP ➔ wordt over volledige
spiervezelmembraan voortgeleid ➔ spiervezel
contraheert
REFLEXEN
PEESREFLEXEN
= spierrekkingsreflexen = osteotendineuze reflexen = proprioceptieve reflexen
➢ Worden uitgelokt door plotse uitrekking van spier ➔ kan door reflexhamer
op pees van spier te kloppen
o In spier waarvan er op pees wordt geklopt, worden plots
spierspoeltjes uitgerekt ➔ afferente impuls via sensibele
zenuwvezels naar ruggenmerg ➔ groepje lagere motorneuronen
doen zelfde spier contraheren
➢ Is een monosynaptische reflex (verloopt maar over 2 neuronen: sensibel afferent en
motorisch efferent)
➢ Afdalende banen uit cerebrale cortex hebben normaal inhiberende invloed op peesreflexen
➢ Klinisch belangrijke peesreflexen: biceps, triceps, kniepees, achillespees en masseterreflex (filmpje
opzoeken) + reflex van Hoffmann-Trömner (zie semiologie)
4