(NORMALE) ONTWIKKELING: ALGEMENE PRINCIPES
Normaal = mijlpalen van fysieke, cognitieve, taal- en socio-emotionele
ontwikkelingen worden (+/-) op specifieke leeftijden bereikt
Waardoor wordt ontwikkeling bepaald?
Nature + Nurture:
- Genen: DNA> RNA > EW (celbouw en enzymes)> organen en functies
o Bepaalt startpositie en ontwikkelingsmogelijkheden
o Erfelijkheid = mate waarin variantie voor bepaald kenmerk in
bevolking bepaald is door genetische verschillen
Vb behalen van goede schoolresultaten IS ERFELIJK (62%)
Wel nog ruimte voor 38% “omgevings”effect
o Polygenetische overerving:
Veel genvarianten
Elke variant draagt klein beetje bij aan risico
vb huidskleur bepaald door 3 genen met niet-dominante overerving
Psychiatric Disorders:
Delen veel genetische risicovarianten
Dezelfde genetische varianten kunnen
het risico op meerdere psychiatrische
aandoeningen verhogen
Substantiële overlap in genetisch risico
Neurological Disorders:
Nauwelijks gedeelde genetische
varianten
Genetische O/ zijn meer specifiek per
ziekte
- Omgeving = LEVENSERVARINGEN + BIOLOGISCHE omgeving
o Menselijke context/omgeving is nodig voor nl ontwikkeling
Vb wolvenkinderen
o Chronosysteem: periode waarin je in bepaalde omgeving opgroeit
o Biofysisch:
Pre/perinataal: BM milieu, geboortecomplicaties
Toxiciteit: voeding, pollutie, infecties
Hersentrauma
, o Gezin: koestering, sensitief ouderschap, waarden, regels,…
o Onderwijs
o Vrienden, buurt, hobby’s
o Cultuur, welvaart, zorg
o Gedeeld: alle invloeden die kinderen in 1 gezin meer gelijk maken
o Uniek: alle invloeden die kinderen in 1 gezin meer verschillend
maken
Heeft veel meer impact
Relatieve bijdragen: Tweeling-en adoptiestudies: genetica vs omgeving
- Adoptie: biologische vs opvoedende ouders
- Tweelingen:
o Identiek, die apart opgroeien
o MZ vs DZ die samen opgroeien
o Concordantie van fenotype hoger bij MZ dan DZ: genetisch
o Erfelijkheid ~ 2 x (rMZ– rDZ)
rMZ = correlatie ts MZ; rDZ = correlatie ts DZ)
MZ delen 100% van hun genen, en DZ +/- 50%
Verschil in overeenkomsten ts hen schatten hvh genetische
invloed er is
GEN-OMGEVINGSCORRELATIES: RGE
! Dubbele dosis
- Passief: dezelfde genen die bij kind ‘moeilijk temperament’ veroorzaken,
zorgen bij ouders voor negatieve opvoedingsaanpak
o Zo vader, zo zoon
o Kind ontvangt genetische voorbeschiktheid en komt in omgeving die
door diezelfde genetische voorbeschiktheid vormgegeven wordt
o Talent wordt geërfd en komt in positief voedende omgeving terecht DOOR
diezelfde genen bij ouders
o Kwetsbaarheid wordt geërfd en komt in negatief voedende omgeving
terecht die vormgegeven wordt DOOR diezelfde genen bij ouders
- Evocatief: moeilijk temperament van kind evoceert negatieve
voedingsaanpak bij ouders
o Kind ontvangt genetische voorbeschiktheid en lokt daarmee in
omgeving versterkende reacties uit
o Talent: geërfd en lokt versterkende omgevingsreacties uit
o Kwetsbaarheid : geërfd, lokt verergerende negatieve omgevings-reacties
uit
- Actief: ‘niche-picking’, kind met moeilijk temperament verkies omgeving
met antisociale elementen
o Kind ontvangt genetische voorbeschiktheid en gaat zelf actief op
zoek naar passende omgeving (versterkend)
o Talent: geërfd en lokt versterkende omgevingsreacties uit
, o Kwetsbaarheid: geërfd, lokt verergerende negatieve omgevings-reacties uit
Wilson effect: erfelijkheid van IQ neemt toe met leeftijd
GEN-OMGEVINGSINTERACTIES: GXE
- Soms zijn omgevingsfactoren alleen maar/veel meer risicovol voor
bepaalde genotypes
o Geslacht
- Soms komen bepaalde genetische kwetsbaarheden slechts/meer tot uiting
in bepaalde omgeving
o Vb genetische kwetsbaarheid voor depressie enkel bij stress
= In essentie dezelfde interactie
Starten potentieel al voor de geboorte: via GxE van moeder en baby
“ Differential susceptability”
Hetzelfde genotype kan RF zijn in neg omstandigheden en in pos
omstandigheden voordeel opleveren
BELANG VAN RGE / GXE ?
- Omgevingseffecten zijn onderliggend (causaal) vaak gedreven door
genetica (rGE)
- Genetische effecten zijn vaak afh van omgevingsrisico (kunnen daardoor
voorkomen worden)
EPIGENTICA
- Omgeving verandert genexpressie door genen aan/uit te zetten
- Omgevingsveranderingen aan DNA beïnvloeden de transcriptie
- Mechanisme:
o DNA Methylatie
o Andere Histonen veranderingen
GEDRAGSGENETICA : 10 BEVINDINGEN
1. All psychological traits show substantial genetic influence
2. No traits are 100% heritable
3. Heritability is caused by many genes with small effects
4. Phenotypic correlations show considerable genetic mediation
5. Heritability of traits may increase with development (eg. IQ)
6. Age-to-age stability is mainly due to genetics
7. Most measures of “environment” show genetic influence (because people
select & create their environment)
8. Assumed environmental influences are often genetic (associations
between environment & fenotype are often due to genetic influences)
9. Most environmental effects are NOT shared by children living in the same
family
10.Abnormal is normal (they are the extremes of the same genetic influences
that affect the rest of the distribution)