PAULIEN 2025-2026 JURIDISCHE
CALLEBAUT ARGUMENTATIELEER
JAL 1
,Deel I. Redeneren
1. Cognitieve achtergrond
2. Bouwstenen van redeneringen
3. Soorten redeneringen
4. Structurele redeneerfouten
Deel II. Argumenteren
1. Begripsomschrijving (argument)
2. Opbouw van argumentaties (betoog)
3. Deugdelijk argumenteren
4. Argumentatieschema’s
5. Drogredenen
Deel III. Juridisch argumenteren
1. Begripsomschrijving
2. Juridisch betogen
3. Visies op bronnen van het recht
4. Juridische argumentatieschema’s
Deel IV. Inhoud geven aan juridische argumenten
2
, DEEL 1- REDENEREN
H1: COGNITIEVE ACHTERGROND
1.1. MENS ALS DIER MET STERKE COGNITIEVE CAPACITEITEN
Cognitieve capaciteiten < evolutionaire wortels
Drievuldig brein (triune brain)
1) Oudste laag: reptielachtig brein
- Hersenstam en cerebellum
- Spieren, evenwicht, autonome functies
- Rigide, obsessief, compulsief gedrag
2) Tweede laag: oude zoogdierenbrein
- Limbisch brein: amygdala, hippocampus, hypothalamus
- Emoties, motivatie, stressrespons, geur
- + Leren/ geheugen via beloning (hippocampus)
3) Derde laag: recente zoogdierenbrein
- Neocortex: cognitie
Gevolg van evolutionaire wortels van menselijk redeneren:
- Manipuleerbaarheid (‘nudging’)
- Ook ten goede
3
, 1.2. SYSTEEM 1- EN SYSTEEM 2-DENKEN
Wat bepaalt ons gedrag? Onderscheid tussen Systeem 1 en Systeem 2-denken
Systeem 1: snel, intuïtief denken Systeem 2: traag, analytisch
Automatisch; vaak onbewust; associatief; Vereist inspanning en aandacht: ideeën
geleerde patronen ordenen, nadenken over wat te doen
Op basis van snelle indrukken à gevaar voor Rekenen, logisch redeneren, bewuste keuzes
bias!
Overrulet soms Systeem 1
Stuurt meeste van onze handelingen en gedrag
Vaardigheden uit reptielen en limbisch brein
- Opgepast: Systeem 1 ≠ emotie; Systeem 2 ≠ rede
¬ emotie en rede in beide systemen
¬ Systeem 1: lezen en autorijden: patroonherkenning, taalintuïtie,
routinehandelingen, automatische vaardigheden
¬ Systeem 2: rationeel omgaan met frustratie: emotie beheersen, impulscontrole,
plannen
¬ verschil = snelheid en mate van controle en inspanning, niet “gevoel vs verstand”
- Overgang van Systeem 2 naar Systeem 1
¬ Inslijting – rol van ervaring
¬ Keerzijde: curse of knowledge à als kennis vanzelfsprekend is (geworden), is deze
vaak ook moeilijker om over te dragen
1.3. BREIN ALS VERBANDE LEGGENDE MACHINE
De mens is geneigd om alles te verklaren in één coherent geheel, dus alles in verband brengen.
Systeem 1: spontaan verbanden tussen allerlei soorten informatie (concepten, gebeurtenissen,
stellingen …)
Voordelen van systeem 1
- Coherent kader: uit losse prikkels en feiten samenhangend, betekenisvol verhaal
- Efficiëntie: werkt snel en met weinig mentale inspanning → handig voor routinebeslissingen
- Detecteert sneller mogelijk gevaar en stuurt onmiddellijke reactie aan
- intuïtie / buikgevoel gericht op veiligheid en dus op herkennen dreiging
4
CALLEBAUT ARGUMENTATIELEER
JAL 1
,Deel I. Redeneren
1. Cognitieve achtergrond
2. Bouwstenen van redeneringen
3. Soorten redeneringen
4. Structurele redeneerfouten
Deel II. Argumenteren
1. Begripsomschrijving (argument)
2. Opbouw van argumentaties (betoog)
3. Deugdelijk argumenteren
4. Argumentatieschema’s
5. Drogredenen
Deel III. Juridisch argumenteren
1. Begripsomschrijving
2. Juridisch betogen
3. Visies op bronnen van het recht
4. Juridische argumentatieschema’s
Deel IV. Inhoud geven aan juridische argumenten
2
, DEEL 1- REDENEREN
H1: COGNITIEVE ACHTERGROND
1.1. MENS ALS DIER MET STERKE COGNITIEVE CAPACITEITEN
Cognitieve capaciteiten < evolutionaire wortels
Drievuldig brein (triune brain)
1) Oudste laag: reptielachtig brein
- Hersenstam en cerebellum
- Spieren, evenwicht, autonome functies
- Rigide, obsessief, compulsief gedrag
2) Tweede laag: oude zoogdierenbrein
- Limbisch brein: amygdala, hippocampus, hypothalamus
- Emoties, motivatie, stressrespons, geur
- + Leren/ geheugen via beloning (hippocampus)
3) Derde laag: recente zoogdierenbrein
- Neocortex: cognitie
Gevolg van evolutionaire wortels van menselijk redeneren:
- Manipuleerbaarheid (‘nudging’)
- Ook ten goede
3
, 1.2. SYSTEEM 1- EN SYSTEEM 2-DENKEN
Wat bepaalt ons gedrag? Onderscheid tussen Systeem 1 en Systeem 2-denken
Systeem 1: snel, intuïtief denken Systeem 2: traag, analytisch
Automatisch; vaak onbewust; associatief; Vereist inspanning en aandacht: ideeën
geleerde patronen ordenen, nadenken over wat te doen
Op basis van snelle indrukken à gevaar voor Rekenen, logisch redeneren, bewuste keuzes
bias!
Overrulet soms Systeem 1
Stuurt meeste van onze handelingen en gedrag
Vaardigheden uit reptielen en limbisch brein
- Opgepast: Systeem 1 ≠ emotie; Systeem 2 ≠ rede
¬ emotie en rede in beide systemen
¬ Systeem 1: lezen en autorijden: patroonherkenning, taalintuïtie,
routinehandelingen, automatische vaardigheden
¬ Systeem 2: rationeel omgaan met frustratie: emotie beheersen, impulscontrole,
plannen
¬ verschil = snelheid en mate van controle en inspanning, niet “gevoel vs verstand”
- Overgang van Systeem 2 naar Systeem 1
¬ Inslijting – rol van ervaring
¬ Keerzijde: curse of knowledge à als kennis vanzelfsprekend is (geworden), is deze
vaak ook moeilijker om over te dragen
1.3. BREIN ALS VERBANDE LEGGENDE MACHINE
De mens is geneigd om alles te verklaren in één coherent geheel, dus alles in verband brengen.
Systeem 1: spontaan verbanden tussen allerlei soorten informatie (concepten, gebeurtenissen,
stellingen …)
Voordelen van systeem 1
- Coherent kader: uit losse prikkels en feiten samenhangend, betekenisvol verhaal
- Efficiëntie: werkt snel en met weinig mentale inspanning → handig voor routinebeslissingen
- Detecteert sneller mogelijk gevaar en stuurt onmiddellijke reactie aan
- intuïtie / buikgevoel gericht op veiligheid en dus op herkennen dreiging
4