Inleiding
Hygiëne: fysieke, psychische en sociaal welzijn van patiënt in het ziekenhuis.
Psychische sociale en fysieke schade
Ziekenhuishygiëne of infectiepreventie
Niet enkel voor komen van infecties maar beheersen
Aantal (ziekenhuis)infecties gestegen:
- Toenemend gebruik antibiotica
Door stijgend aantal (Multi) resistente kiemen
- Toename aantal ‘verzwakte’ zorgvragers
Steeds complexere diagnostiek, meer invasieve en meer
risicodragende diagnostiek en therapie
Ziekenhuisinfecties zorginfecties
- Infectie is gevolg van ondergaan van bepaalde zorg door een
zorgverstrekker in eender welke omgeving zelfs thuisomgeving
- Zorgverlening steeds sneller + druk tempo nauwgezet werken
bemoeilijk
7% van ZV maakt zorginfectie door
Verlening opnameduur + verhoging geneesmiddelengebruik en
zorgbehoefte
Beheersbare gezondheidszorg:
- financieel-economisch + kwaliteit van zorg
- Rol van verpleegkundigen als bewakers van de zorgkwaliteit
1/3 tot soms helft van zorginfecties kan vermeden worden door naleven van
preventiemaatregelen
Veilige zorg= recht van patiënt
Hoofdstuk 1 ziekenhuishygiëne en infectiepreventie
1.1 Hygiëne
= zorg voor het in stand houden van de gezondheid (bevordering van welzijn)
Gezondheid is een toestand van optimaal lichamelijk, geestelijk en
maatschappelijk welzijn (WHO)
veel breder dan het voorkomen van ziekten
synoniem: gezondheidsleer
Belang van hygiënische maatregelen:
- In zorginstellingen
Samenbrengen van zieke mensen
Grotere kans op verspreiding van ziekten
1
, - Grote groepen
Drinkwatervoorziening
Bereiden van maaltijden
Kans op veel mensen tegelijk besmet worden
Grote kans op epidemie
Gebruik van antimicrobiële middelen:
- Verstoring van gunstige evenwichtstoestand teweeg brengen dat er
nieuwe problemen ontstaat
1.2 Ziekenhuishygiëne
is de wetenschap die bestudeert hoe de gezondheid van patiënten die in
een zorginstelling verblijven, gevrijwaard kan worden
toepassing op het ganse werkveld van verpleegkundige, zowel
intramuraal als extramuraal.
Hospitalisme :bijkomende of secundaire schade door het verblijf of in
aansluiting van het verblijf in een zorginstelling
1) sociaal vlak: meerdere negatieve aspecten
weg uit vertrouwelijk milieu
aanpassen aan andere dagindeling
verlies deel vrijheid
2) psychische vlak:
Hospitalisatiesyndroom :dehumanisatie = psychisch
institutionalisme gedragsveranderingen
ongerustheid
angst + depressie
communicatiestoornissen
gevoel klachten niet ernstig genomen worden
ontevreden over verzorging
3) fysiek vlak: fysiek hospitalisme
chirurgie fouten + anesthesie ongevallen
medicatie fouten
vallen van brancard
springt in oog omdat het objectief waargenomen en gemeten kan
worden
1.3 Infectiepreventie
Vooral gericht op fysieke schade :Objectief meetbaar en waarneembaar
Zorginfecties:
- Infecties die niet bestonden op het ogenblik van de opname, maar
verworven tijdens verblijf
- Grote gevolgen voor gemeenschap en patiënt
Preventie en beheersing van zorginfecties
Infectiepreventiemaatregelen:
2
, - Isolatiemaatregelen
- Aseptische technieken: asepsis = kiemvrij = “niet doen verrotten”
- Voorzorgsmaatregelen bij reiniging, ontsmetting en sterilisatie
1.4 Hospitalisme
1.Psychosociale schade
- Ontstaat na langdurig verblijf in ziekenhuis
- Gedragsveranderingen
Contactarmoede
Verarming van interesse
Toenemende afhankelijkheid
Verlies van inzicht in eigen sociale rol
Regressie (kind terug in tijd bv bedplassen)
Neerslachtigheid
Oorzaken:
1) Verlies van cc met eigen sociale omgeving contactarmoede
2) Inactiviteit en verlies van zelfstandigheid
Patiënt gedwongen tot rust
Verlies initiatief+ individualiteit
Onderdrukt eigen verantwoordelijkheid in genezingsproces
Sterk verantwoordelijkheidsgevoel = sneller genezen
3) Gebruik van kalmerende en slaapmiddelen
Inslapen moeilijker na heel de dag al in bed gelegen te hebben
4) Zakelijke houding van personeel en weinig huiselijke sfeer
5) Verlies van het persoonlijke:
Minder bezoek = minder vriendschappen
Eenzaamheid
Geen persoonlijke bezittingen
6) Toestand van angst, hulpeloosheid en onwetendheid
Angst voor pijn
Niet genoeg inlichten over diagnose= angst
Zichzelf niet meer kunnen behelpen = neerslachtigheid
7) Verlies van toekomstperspectief
Moeilijk te motiveren om iets te doen
Terugkeren maatschappij is moeilijk
8) Geluidshinder
Veel machines
Vv/ onuitstaanbaar
Risicogroepen:
- Kinderen (jonger dan 5 jaar, langdurige opname -> regressie = op lager
ontwikkelingsniveau functioneren)
- Chronisch zieken:
Langdurig ziek= sociale isolatie
Ontmoedigd, depressie
Grootste gevaar: passiviteit en afhankelijkheid
- Psychiatrische patiënten:
isolement
3
, - Patiënten op intensieve zorgen (intensive care syndroom)
Gekenmerkt door verwardheid, angst, agressiviteit + hallucinaties
Grotere gevoeligheid voor hospitalisatiesyndroom
2.Fysieke schade
Gaat ook om niet-infectieuze schade:
Lichamelijke, materieel of financiële schade
Waargenomen en herkend door patiënt en omgeving
Infectieuze schade (ziekenhuisinfecties)
Schade aan goederen
- Schade aan goederen: meeste= diefstallen
- Financiële schade: behandeling door fouten, niet-aangevraagde
onderzoeken
Ongevallen
Risicofactoren
- Patiëntgebonden
- Omgeving gebonden
50% van valpartijen: uit bed!
25-30%: trap en vloer
Nevenwerkingen van ontsmettingsmiddelen
Bij meer gevoelige patiënten(bv. Prematuren)
- Chemische dermatitis of verbranding:
Te hoge gebruiksconcentratie
Te lange contacttijd
Onvoldoende naspoelen van materiaal / linnen
Opm.: huidplooi of rug = minder verdamping = irritatie
Schade ten gevolge van een ingreep
Gevolgen van anesthesie
Hoe langer duur ingreep= hogere kans mortaliteit
Chirurgische fout
Vergeten van materiaal
Oplossing: spullen met radio-opake draad
Doorligwonden of decubitus
Ontstaan bij bedlegerige patiënten
PREVENTIE!:
- Actieve mobilisatie
- Wisselhouding
- Alternerende matrassen
- Oneffenheden van lakens
4