1BA psychologie
Begrippenlijst
Module 1A
Begrip Definitie
Pedagogiek De wetenschap die opvoeding en onderwijs
bestudeert en probeert te begrijpen, verklaren en
verbeteren.
Educatiewetenschappen De wetenschappelijke studie van opvoeding,
onderwijs, vorming en leren. Het is een meervoudige
discipline zonder één overkoepelende theorie.
Etymologie De studie van de oorsprong en betekenis van
woorden
Educatie Verzamelnaam voor alle vormen van leren,
opvoeding en vorming, zowel binnen als buiten
school.
Pedagogie Afgeleid van het Grieks: pais (kind) en agogos
(leider). Oorspronkelijk betekende het begeleiden
van een kind.
Agogiek Het begeleiden of leiden van mensen met als doel
hun ontwikkeling of verandering te ondersteunen
Formele educatie Georganiseerd onderwijs dat leidt tot een diploma of
certificaat (giekbv. school of universiteit).
Non-formele educatie Georganiseerd leren buiten het officiële onderwijs,
meestal zonder belangrijk diploma (bv.
jeugdbeweging).
Pluraliteit Het bestaan van meerdere theorieën en visies; er is
geen ene theorie die alles verklaart.
Metatheorie Een overkoepelende theorie die alle andere
theorieën verklaart. De pedagogiek heeft géén
metatheorie
Integratieve wetenschap Een wetenschap die inzichten uit andere disciplines
gebruikt, zoals psychologie, sociologie en filosofie.
Diachrone pluraliteit Meervoudigheid die zich ontwikkelt doorheen de
tijd.
Synchrone pluraliteit Meerdere visies of theorieën die tegelijkertijd
bestaan
Pedagogische werkelijkheid Alles wat in de praktijk met opvoeding en onderwijs
gebeurt.
Pedagogische theorie Theorieën die opvoedingssituaties beschrijven,
verklaren en begrijpen.
Wetenschapstheorie Theorieën over hoe wetenschappelijk onderzoek
gebeurt en welke rol wetenschap heeft.
Pedagogische verantwoordelijkheid De vraag of pedagogiek enkel moet beschrijven wat
gebeurt of ook moet helpen om opvoeding te
verbeteren.
Dienstbaarheid van de pedagogiek De manier waarop pedagogische kennis gebruikt
wordt om de praktijk te begrijpen of te verbeteren.
De drie pedagogische stromingen:
- Empirisch-analytische pedagogiek (meten, beschrijven + objectiviteit)
Stroming die opvoeding objectief wil beschrijven door observatie, metingen en onderzoek. De nadruk ligt op feiten en causaliteit. Kernwoord: meten!
- Hermeneutische pedagogiek (interpreteren, begrijpen + verhelderen)
Stroming die opvoedingssituaties probeert te begrijpen en te interpreteren vanuit ervaringen en betekenissen. Kernwoord: verhelderen!
- Kritisch-emancipatorische/ handelingsgerichte pedagogiek (verbeteren, adviseren + optimaliseren)
Stroming die de praktijk wil verbeteren en oplossingen zoekt voor opvoedingsproblemen. Kernwoord: bruikbaarheid!