Kwantitatieve verandering Kwalitatieve verandering
= uitbreiden van al bestaande vaardigheden = nieuwe manier van reageren in specifieke periodes
Vaak geleidelijke verandering gradueel Abrupte verandering plotse ommezwaai crisis
Kan verminderen of toenemen: sneller, beter, trager, slechter,… Nieuwe fase van functioneren
Nature – Biologische theorieën Nurture – Milieutheorieën
Nadruk op de ontwikkeling als endogeen Nadruk op de ontwikkeling als exogeen
= van binnenuit gestuurd = van buiten uit gestuurd
Benadrukken van stabiliteit en belang van erfelijkheid Beklemtonen van plasticiteit of veranderbaarheid
Omgeving Omgeving
enkel belangrijk bij vroege ervaringen belangrijk doorheen het hele leven
Maturatie
= bouwplan dat al klaar ligt van bij de geboorte
, Levensloopperspectief
Eigenschappen:
Belangrijke vertegenwoordiger van dynamische systeembenadering
Ontwikkeling als:
1. Levenslang
2. Multidimensioneel en veelvormig
3. Plastisch
4. Ingebed in verschillende contexten
1. Levensloopperspectief: levenslang
Prenataal Bevruchting – geboorte
In tegenstelling tot Freud, Piaget en Kohlberg Baby & Peuter Geboorte – 2 jaar
Volwassenheid = de ontwikkeling van vele mogelijkheden Vroege kindertijd 2-6 jaar
Fysiek, Cognitief & Emotioneel en sociaal domein interageren met Lagere schoolleeftijd 6-11 jaar
elkaar Adolescentie 11-18 jaar
Vroege volwassenheid 18-40 jaar
Middelbare volwassenheid 40-65 jaar
Late volwassenheid 65 – overlijden
2. Levensloopperspectief: Multidimensioneel en directioneel
Multidimensioneel Multidirectioneel
= bepaald door complex samenspel van biologische, psycholoigsche en sociale factoren = vooruitgang over alle domeinen heen
Niet 1 homolytisch gegeven = vooruitgang en achteruitgang binnen hetzelfde domein
Bv: Grammatica & woordenschat, kennis & wijsheid
3. Levensloopperspectief: Plasticiteit
Veranderbaarheid: mensen passen zich makkelijk aan
Grote verschillen tussen individuen
Capaciteit tot veranderbaarheid neemt af over de tijd heen
Veerkracht