Inhoud
Deel 1: Orthopedagogie en maatschappij...............................................................................3
HF2: Maatschappij, mensbeelden en zorg...........................................................................3
2.1 De vreemde andere...................................................................................................3
2.2 Maatschappij en beeldvorming...................................................................................3
2.3 Mensbeelden en zorg.................................................................................................4
HF3: Verleden = heden........................................................................................................4
3.1 De prehistorie: tijd van nomaden en jagers (…-3500 v. Chr.).....................................6
3.2 Oudheid: tijd van Grieken, romeinen en goden. (3500v Chr. – 500 na Chr.................7
3.3. Middeleeuwen: tijd van monniken, ridders en gilden (500-1500)...............................9
3.4. Nieuwe tijd: tijd van reformatie, ontdekkingsreizen en uitvindingen (1500-1800).....12
3.5. De verlichting: tijd van rationalisme, positivisme en sensualisme (1780-1850)........16
3.5. Tijd van militaire conflicten en vernietiging (1850-1945)..........................................21
3.6. Tijd van rehabilitatie, welvaart en verzorgingsstaat (1945-…).................................26
Deel 2: Orthopedagogie en wetenschap...............................................................................29
HF2: Orthopedagogiek, what’s in a name?........................................................................29
2.2 Euh… iets met de voeten?.......................................................................................29
2.2 Orthopedagogics of orthopédagogie........................................................................29
Burgerschapsparadigma:...............................................................................................46
Deel 3: Orthopedagogische instrumenten.............................................................................48
HF2: Instrumenten uit de vroege orthopedagogiek............................................................48
2.1 Problematische opvoedingssituatie (POS)...............................................................48
2.2 Dialogische grondvormen (Ter Horst).......................................................................49
2.3 Orthopedagogische vraagstelling en handelingsplanning........................................50
2.4 Handelingsplanning (Kok)........................................................................................51
2.5 Gedragsproblemen (van der Ploeg).........................................................................52
Het meervoudig risicomodel van der Ploeg....................................................................53
Nieuwe autoriteit............................................................................................................ 55
2.6 Leerproblemen (Bladergroen en Dumont)................................................................56
2.7 Therapeutische gemeenschap – encounter (Broekaert)...........................................57
HF3: Instrumenten uit de actuele orthopedagogiek...........................................................60
3.1 Empowerment.......................................................................................................... 60
3.2 Inclusie..................................................................................................................... 62
3.3 Quality of life (Schalock)...........................................................................................65
1
, 3.4 Volwaardig burgerschap & kwaliteit van bestaan (Van Gennep)...............................67
3.5 Het ondersteuningsmodel........................................................................................68
Deel 4: Beroep en werkterrein...............................................................................................70
HF2: Het beroep................................................................................................................70
2.1 Het beroep in zijn context.........................................................................................70
2.1.2 Wetenschap en theorie.........................................................................................70
2.1.3 De orthopedagogische praktijk..............................................................................71
2.2 Het beroepsprofiel....................................................................................................73
2.3 Te midden een spanningsveld van tegenstellingen..................................................75
2
, Samenvatting Orthopedagogiek
Deel 1: Orthopedagogie en maatschappij
HF2: Maatschappij, mensbeelden en zorg
2.1 De vreemde andere
Wanneer iemand de status ‘zwak’ krijgt:
Oorzaak? Effect op ons? Effect op de zorg?
- Cultuur - We kijken met gemengde De ‘zwakkeren’ vertoeven te
- Religie gevoelens naar iemand die vaak in onze samenleving en
- Politiek afwijkt van het vertrouwde. het is moeilijk om daar ui te
- Samenlevingsvorm/ - Soms is er angst, afkeer ontsnappen.
norm - Soms is er betutteling, Ze worden:
liefdadigheid of medelijden - Gelabeld
- Geproblematiseerd
- Gestigmatiseerd
- Weggezet
Waarom hebben we bang van 1. Het vreemde in de ander doet ons naar het vreemde in
de vreemde andere? onszelf kijken
2. Reflecteren kan bedreigend zijn
3. Behoudsgezindheid en eenvormigheid als reactie op
het vreemde voelt soms veiliger
4. We willen verschillen tussen mensen steeds omschrijven
in tegenstellingen. Wereld rondom ons categoriseren,
ons distantiëren van het vreemde.
2.2 Maatschappij en beeldvorming
Wie of wat bepaalt wie de zwakkeren zijn in de samenleving?
Eigen ervaringen: Maatschappelijke factoren: Overgeleverde
- Broer met - Politiek: er was ooit een tijdsgebonden waarden:
handicap staatsplicht om kids met een - Taalgebruik: van
- Zelf armoede handicap te doden gehandicapten naar
ervaren - Sociaal: mensen met een minder-validen
- Leidster AKABE psychische ziekte worden
opgesloten, verbannen uit de
samenleving (middeleeuwen)
- Cultuur: plaats id hemel
verdienen door armen te helpen
(middeleeuwen)
- Economie: arme arbeidsklasse
versus rijke burgerij
Beeldvorming en maatschappelijke constructies bepalen het handelen
Wat is eigen aan de meest - De handicap
kwetsbaren in onze samenleving? - De huidskleur
- De maatschappelijke status
- De leeftijd
- De afkomst
Wat is niet eigen aan de meest - De manier waarop we reageren
kwetsbaren in onze samenleving? - De plek die we ze geven in onze samenleving
- De uitsluitingsmechanismen
- De uitsluitende wetgeving
- De ontoegankelijke gebouwen en vervoer
3
, 2.3 Mensbeelden en zorg
Mensbeeld Een bepaalde algemeen aanvaarde manier van kijken naar mensen
- Wordt beïnvloedt door maatschappelijke factoren
- Bepaald de invulling & organisaties van de zorg
- Bepaald ons handelen ten aanzien van bepaalde groepen in
de samenleving
De 4 mensbeelden: 1. Onvolwaardig:
kernwoorden Kwetsbaren in de samenleving zijn onvolwaardige,
bezetenen, die niet alleen niet thuis horen in de samenleving,
maar ze zelfs kunnen besmetten of bedreigen.
2. Ongelukkig:
Kwetsbaren in de samenleving zijn sukkelaars en
ongelukkigen, met wie we medelijden moeten hebben en die
ons aanzetten tot liefdadigheid en bevoogding
3. Defect:
Kwetsbaren in de samenleving zijn patiënten met duidelijke
defecten, die vooral medische zorgen, revalidatie en
technische hulp nodig hebben
4. Gelijkwaardigheid:
Kwetsbaren in de samenleving zijn mensen die gelijkwaardig
met hun medeburgers, op een rechtmatige manier kunnen
deelnemen aan het dagelijkse maatschappelijke leven, met
behoud van hun identiteit. De nadruk ligt op emancipatie en
sociale inclusie.
Noodzakelijk als - Een reflectieve houding t.o.v. eigen kijk op zwakkeren in de
hulpverlener samenleving.
- Een kritische kijk op maatschappelijke factoren die de positie
van deze zwakkeren mee bepalen.
- Kennis over de historiek die de hulpverlening en onze kijk op
zwakkeren in de samenleving mee gekleurd heeft.
HF3: Verleden = heden
Onze kijk op zwakkeren in de samenleving en de organisatie van de zorg hebben hun wortels in het
verleden.
Welke maatschappelijke Terug te brengen op maatschappelijke evoluties:
factoren? - Economische factoren:
Vb. opkomst van de industriële revolutie
- Sociale factoren:
Vb. opkomst burgerij (nieuwe sociale klasse)
- Culturele factoren:
Vb. opkomst en groei van de katholieke kerk
- Wetenschappelijke ontwikkelingen:
Vb. de uitvinding van de IQ-test
- Politieke evoluties:
Vb. verrechtsing binnen het politieke landschap
4