Inhoud
HF1: Assertiviteit- Immanuel Kant over zelf nadenken............................................................1
HF2: Op gezag – Ibn Roesjd over verschillende bronnen van advies.....................................4
HF5: Goede gewoontes- Aristoteles over voortreffelijkheid van karakter.................................6
HF10: Macht is overal – Michel Foucault over de toezichtsamenleving...................................8
HF11: Zelfinzicht - Sigmund Freud over de krachten die je sturen..........................................9
HF18: Stoere vrouwen - Hannah Arendt over vrijheid van meningsuiting..............................10
HF19: Altijd bereikbaar – Karl Marx en het hedendaagse kapitalisme...................................11
HF22: Reële mogelijkheden – Martha Nussbaum over wat mensen kunnen doen en zijn....12
HF1: Assertiviteit- Immanuel Kant over zelf nadenken
https://www.youtube.com/watch?v=nsgAsw4XGvU
Immanuel Kant - Duitse filosoof
- Treedt in 1784 op tegen de onmondigheid van zijn landgenoten in
Het Berlijns Maandblad
- We danken aan hem de autonome mens, de mens die voor
zichzelf denkt
- Stelde de vraag ‘Wat is verlichting?’
- Zijn antwoord: ‘Verlichting houdt in dat de mens zijn aan zichzelf te
wijten onmondigheid achter zich laat’
- Onmondigheid is het onvermogen je verstand te gebruiken zonder
je door een ander te laten leiden.
- In zijn tijd was het minder gewoon om openlijk te zeggen wat je
denkt
- Kant staat samen met eerdere denkers, zoals Rousseau en
Voltaire, aan de wieg van de verlichte moderniteit.
- Hij is een groot pleitbezorger van het redelijk denken: gebruik zelf
je verstand en denk na over wat je waarneemt of hoort van
anderen.
- De rede maakte volgens hem de mens tot mens en verbindt
mensen met elkaar.
Kant: Wat is Verlichting houdt in dat de mens zijn aan zichzelf te wijten onmondigheid
verlichting? achter zich laat.
- Onmondigheid is het onvermogen je verstand te gebruiken zonder
je door een ander te laten leiden.
- Men heeft die onmondigheid aan zichzelf te wijten wanneer de
oorzaak ervan niet is gelegen in een verstandelijke beperking, maar
in besluiteloosheid en een gebrek aan moed zonder andermans
leiding zijn verstand te gebruiken.
- Luiheid en lafheid zijn er de oorzaak van dat een groot deel van
de mensen hun leven liefst lang onmondig blijven, nadat de natuur
hen allang van andermans leiden heeft ontheven (naturaliter
maiorennens = van nature, dwz in jaren, meerderjarig)
- Het is zo gemakkelijk om onmondig te zijn
Motto van de Heb de moed je eigen verstand te gebruiken!
verlichting
Verlichting nu Dan bedoelen we een specifieke stroming in de westerse
cultuurgeschiedenis die aan het einde van de 17e eeuw begon en
1
, gedurende de 18e eeuw verder tot bloei kwam.
- De grote veranderingen in de natuurwetenschappen en in het
politiek denken die zich in deze periode voordeden, leidden tot
optimisme.
- Mensen gingen geloven dat ze zelf door middel van kennis en
redelijkheid tot vooruitgang konden komen
Verlichting is meer - Verlichting verwijst ook naar een houding die als kenmerkend wordt
dan alleen een gezien voor de moderne, westerse wereld
aanduiding voor een - De westerse cultuur zou, in tegenstelling tot niet-westerse culturen,
historische stroming een verlichtende cultuur zijn. Een cultuur die zich laat leiden door
wetenschappelijkheid, redelijkheid en het idee dat natuur en
maatschappij maakbaar zijn.
- Een cultuur waarin de mens zich bepaald waande door religieus en
politiek gezag maakte plaat voor het geloof in een betere, door de
mens zelf bepaalde toekomst.
De ethiek is volgens De ethiek van Immanuel Kant is gebaseerd op rationele principes en het
Kant gebaseerd op concept van de categorische imperatief, waarbij de nadruk ligt op de
plicht en de autonomie van de menselijke rede. Kant ontwikkelde een
deontologische ethiek, wat betekent dat de moraal van een handeling niet
afhangt van de gevolgen ervan, maar van de intentie en het principe dat
eraan ten grondslag ligt
Het ethisch denken van Immanuel Kant is gebaseerd op de idee dat moraal niet afhankelijk is van de
gevolgen van handelingen, maar van de intentie en het principe erachter. Centraal in zijn ethiek staat
de categorische imperatief, een universele morele wet die zegt dat we altijd moeten handelen
volgens een maxime die we willen dat deze een algemene wet voor iedereen is. Kant benadrukt dat
we de mens altijd als doel op zich moeten behandelen, niet als middel voor iets anders. Ethiek gaat
voor hem over het handelen vanuit plicht, geleid door rede en niet door persoonlijke voorkeuren of
externe gevolgen.
Klassenstrijd gaat over de tegenstellingen en conflicten tussen groepen die verschillende posities
innemen in het economische systeem. De term klassenstrijd verwijst naar het conflict of de strijd
tussen verschillende sociale klassen binnen een samenleving, doorgaans over economische
en sociale belangen. (Marx)
De vermogensbenadering (in het Engels: capabilities approach) is een benadering binnen
de sociale en economische filosofie die zich richt op de mogelijkheden die mensen hebben
om een goed leven te leiden, in plaats van alleen op hun middelen (zoals inkomen of bezit).
Het concept is vooral ontwikkeld door de econoom Amartya Sen en de filosofe Martha
Nussbaum.
Kernidee: De vermogensbenadering richt zich op de kansen en vrijheden die mensen
hebben om hun potentieel te benutten en een leven te leiden dat ze waardevol vinden. Het
gaat niet alleen om wat mensen hebben (zoals geld), maar vooral om wat ze kunnen doen of
zijn (hun "capabilities").
Capabilities (vermogens): De reële mogelijkheden die een persoon heeft om bepaalde
dingen te doen of te zijn. Bijvoorbeeld: gezond zijn, onderwijs volgen, politieke vrijheid
hebben, een sociaal leven opbouwen.
Functionings (functioneren): De concrete dingen die een persoon doet of bereikt in het leven.
Bijvoorbeeld: gezond zijn (in plaats van ziek), werken, deelnemen aan het sociale leven.
Functionings zijn dus de gerealiseerde mogelijkheden (wat mensen feitelijk doen), terwijl
capabilities verwijzen naar de potentiële mogelijkheden.
Vrijheid: Sen benadrukt het belang van vrijheid als kern van de menselijke ontwikkeling.
Vrijheid betekent dat mensen de kans hebben om te kiezen wat ze waardevol vinden, in
plaats van beperkt te worden door sociale of economische omstandigheden.
2