Inhoud
................................................................................................................................................ 2
Deel 1 Ik en de samenleving...................................................................................................3
HF1: Op ontdekkingstocht door een bekend gebied? Over de eigen aard van de
samenleving........................................................................................................................ 3
1.1 Het dagelijkse leven door een bril van de socioloog...................................................3
1.2 Niemand is een eiland, zeker niet in tijden van corona...............................................4
1.3 Een stap verder, een sociologische blik doet beter begrijpen.....................................4
1.4 Een eerste definitie van sociologie.............................................................................4
HF2: De samenleving is een veld van tegengestelde krachten............................................6
2.1 Individu en samenleving: een strijd van goed tegen kwaad........................................6
2.2 De samenleving: een vat vol mogelijkheden en beperkingen.....................................6
2.3 Solidariteit versus strijd..............................................................................................6
2.4 Ongelijkheid versus gelijkheid....................................................................................8
HF3: Welk nut heeft de sociologie voor wie geen socioloog wil worden?.............................9
3.1 De sociologie, een wetenschap als (g)een ander.......................................................9
3.2 Er is meer wetenschap onder de zon dan enkel de natuurwetenschap......................9
HF4: De ene bril is de andere niet.....................................................................................10
4.1 We dragen allemaal een bril! Over selectieve waarneming......................................10
4.2 Referentiekaders, Pygmalion en stereotypes...........................................................10
4.3 Het breekpunt tussen common sense en wetenschap..............................................11
HF5: Eenheid in verscheidenheid, verscheidenheid in eenheid.........................................12
5.1 Eenheid in verscheidenheid: de empirische cyclus..................................................12
5.2 Verscheidenheid in eenheid:....................................................................................13
5.3 Het symbolische interactionisme..............................................................................14
5.4 De sociale ruil........................................................................................................... 15
5.5 Het structuurfunctionalisme......................................................................................17
5.6 Het conflictsociologische paradigma........................................................................18
Deel 2: Sociologische blokken en bouwsels..........................................................................20
HF6: Blokken uit de sociologische blokkendoos................................................................20
6.1 Sociaal handelen......................................................................................................20
6.2 Interactie en communicatie......................................................................................21
6.3 Sociale relaties en posities, sociale rol en status......................................................23
6.4 De sociale rol...........................................................................................................24
6.5 Rolattributen en statussymbolen..............................................................................24
HF7: Een netwerk is geen groep.......................................................................................25
1
, 7.1 Sociale netwerken....................................................................................................25
7.2 Groepen................................................................................................................... 26
7.3 Referentiegroepen...................................................................................................27
7.4 Groepen tussen conflict en solidariteit......................................................................28
7.6 Sociale bewegingen.................................................................................................28
HF8: Moderne samenlevingen zijn altijd multicultureel......................................................29
8.1 Door de ogen van anderen.......................................................................................29
8.2 Waarvoor staat cultuur?...........................................................................................29
8.3 Cultuur is een patroon..............................................................................................30
8.4 De ene cultuur is de andere niet...............................................................................31
8.5 Instituties en institutionalisering................................................................................32
.......................................................................................................................................... 34
HF9: Levenslang leren om in het gareel te lopen...............................................................35
9.1 Cultuur wordt aangeleerd.........................................................................................35
9.2 De januskop van socialisatie....................................................................................35
9.3 Primaire, secundaire en tertiaire socialisatie............................................................35
9.4 Differentiële socialisatie............................................................................................36
9.5 Sociale controle en sociale sancties.........................................................................37
9.6 Conformisme en deviantie........................................................................................38
9.7 Verklaringen voor deviantie......................................................................................39
9.8 De functies van deviantie.........................................................................................39
Deel 3: Sociale ongelijkheid en sociale klassen....................................................................40
HF11: Ongelijkheid is van alle tijden..................................................................................40
11.1 Ontbrekende breuklijnen........................................................................................40
11.2 Vier soorten van sociale verschillen........................................................................40
11.3 De stoet van Pen....................................................................................................42
11.4 Slavernij, standen, kasten en klassen.....................................................................43
11.5 Over macht en gezag.............................................................................................45
11.6 Sociale mobiliteit.....................................................................................................46
2
,Deel 1 Ik en de samenleving
HF1: Op ontdekkingstocht door een bekend gebied? Over de eigen aard van de
samenleving
Magische driehoek van Berger en Luckman:
De samenvatting is een objectieve werkelijkheid
De samenleving is een De mens is een sociaal product
menselijk product
1.1 Het dagelijkse leven door een bril van de socioloog
Sociologische Het bewustzijn dat onze individuele ervarings- en belevingswereld
verbeelding verband houdt met de bredere samenleving
Volgens Mills bestaat de sociologische verbeelding uit 3 componenten:
1. Geschiedenis: leert ons hoe een samenleving tot stand kwam en hoe ze verandert.
We moeten het verleden kennen om te begrijpen wat er vandaag gebeurt.
2. Biografie: betreft gebeurtenissen in ons persoonlijk leven die ons hebben gemaakt
tot wie we zijn als sociaal wezen.
3. Sociale structuur: gaat over de instituties die ons leven bepalen
Sociologie gaat proberen het blikveld naar deze 3 componenten te verbreden:
Sociologen zeggen dat iedereen denkt dat je zelf denkt keuzes te maken maar dat elke
keuze beïnvloedt wordt door de 3 componenten
= 3 componenten samen vormen de sociale cultuur
Samenlevingskunde Letterlijke betekenis van sociologie
Deel uitmaken van het sociale leven, in constante interactie
met mensen, gevoelig zijn voor wat leeft in de maatschappij
Samenleven doen we op microniveau, mesoniveau en macroniveau:
- Microniveau: niveau van het individu, interacties dichtbij (vb. ouders)
- Mesoniveau: niveau van zorginstellingen en organisaties, officiëler kijken naar
groepen (vb. sportclub)
- Macroniveau: niveau van de samenleving (vb. overheid)
Alle 3 kijken naar de interacties tussen mensen
Makkelijk te onderscheiden maar alle 3 met elkaar verstrengd
Statussymbool Een teken dat niet functioneel wordt gebruikt maar als verwijzing naar
rijkdom, macht of prestige (vb. politie-uniform)
- In ons sociaal handelen proberen we ons als mens te onderscheiden van anderen.
3
, Huwelijk:
- Verliefdheid mag blind zijn, partnerkeuze veel minder
- Mensen huwen binnen hetzelfde sociale milieu (afkomt, religie,…) want dit zorgt voor
meer gemeenschappelijkheden, minder conflicten, … Bovendien is er de sociale druk
van de omgeving.
- Meer echtscheidingen: dit leunt veel meer aan bij de maatschappelijke norm,
vrouwen zijn economisch veel sterker
“Alles is contingent, maar niet arbitrair” Alles heeft veel meer samenhang, structuur en
patroon dan we denken. Ons leven hangt niet alleen vast van de toevalligheden.
1.2 Niemand is een eiland, zeker niet in tijden van corona
1.3 Een stap verder, een sociologische blik doet beter begrijpen
Durkheim, de eerste socioloog, verzamelde de oorzaken van zelfdoding in het onderzoek ‘La
suïcide’. Daar kwam uit dat er meer zelfdoding voorkomt bij lager opgeleiden, werklozen,
alleenstaanden, mensen jonger dan 50 en mannen.
Mentale gezondheid:
- 2020-2021: meer angst- en depressiestoornis vooral onder jongeren
- 2021 lagere levenstevredenheid: 1 op 4 jongeren meldde afgelopen jaar aan
zelfmoord te hebben gedacht
- Opheffing van het taboe en bespreekbaarheid: te gek-campagnes
Genderverschillen en schoolprestaties:
- Boy crisis: gevaar van de self fulfilling prophecy = veel uitval van jongens in het
onderwijs waardoor ze denken dat ze naar een te moeilijke school gaan
- Nature en nurture
- Kritische blik naar het onderwijssysteem: diversiteit in het onderwijs?
- Analyse op micro-, meso- en macroniveau
1.4 Een eerste definitie van sociologie
Eerste definitie van De wetenschap die de maatschappelijke patronen en hun structuren
de sociologie bestudeert, in hun ontstaan, voortbestaan en veranderen, en teven
het sociaal handelen van mensen in wisselwerking met deze
patronen en structuren
Vb. mensen met een beperking kunnen moeilijk het openbaar
vervoer nemen
Vb2. Longtransplantatie wordt een wisselwerking
- Er zijn niet veel vormen van handelen dat niet sociaal zijn
Het eerste deel van de definitie verwijst naar maatschappelijke patronen en structuren.
Daaronder vallen alle sociale fenomenen die relatief onafhankelijk van ons handelen bestaan
en zich opdringen aan ons handelen. We onderscheiden 2 patronen die verwijzen naar 2
dimensies van de samenleving:
1. Positionele dimensie: is het best zichtbaar. Verwijst naar de posities die we in de
samenleving bekleden. Die posities zijn knooppunten in netwerken van sociale
relaties. Vb. beroep
2. Symbolische structuren of cultuurpatronen: gaat over opvattingen: waarden en
normen, doelstellingen en verwachtingen. Die opvattingen sturen ons handelen.
4